woensdag 25 december 2019

De IJssel


De IJssel


Getekend door de tijd 

verandert haar loop,

haar omgeving.

hoog water, laag water, 

soms kabbelend, 

soms woest

laat ze zich bevaren, 

bevissen, bewerken

gedeeltelijk inperken.

Altijd aanwezig

een eeuwigheid.

Ik ben er tijdelijk

hier en nu

net als jij, 

de koeien, 

de ganzen, 

de vogels,

de vissen.

Ze duldt ons aan haar zijde,

de rivier.



zondag 8 december 2019

CO2 neutraal reizen




Buiten regent het en giert de wind om het huis. Tijd om op reis te gaan, lijkt me. Hoewel ik net terug ben uit Zweden. Ik was in Fjällbacka om precies te zijn. Een pittoresk vissersplaatsje  op anderhalf uur rijden van Göteborg. Kleurrijke houten huisjes aan de kust met op de achtergrond de imposante Vetteberget maken het tot een sfeervol plaatsje. Maar vergis je niet, onder het schilderachtige uiterlijk schuilt veel mysterie. Misschien vind ik het er daarom wel zo leuk. Mijn tripjes naar Fjällbacka kun je nauwelijks echte reizen noemen, meer uitjes tussendoor. Nee, dan mijn avontuur in Ethiopië waar ik de tweelingbroers Marion en Shiva heb ontmoet. De jongens, die opgegroeid zijn in een missiehospitaal in de onrustige zeventiger jaren, vertellen me over de periode waarin Eritrea zich probeert te ontworstelen aan de greep van Halle Melasse. Over het Eritrese verzet en de coup die dictator Mengistu uiteindelijk aan de macht zal brengen. Het ziekenhuis, hun thuis, functioneerde onder beroerde omstandigheden. Het heeft de jongens gevormd. Beide broers zijn chirurg zijn geworden. Helaas blijft het geen pais en vree tussen de mannen en vlucht Marion zelfs naar New York, waar hij als co-assistent aan het werk gaat in een arm en achtergesteld ziekenhuis. Als vanzelfsprekend reis ik een tijdje met hem mee.
Maar ook de belevenissen van de twaalfjarige Mehmet en zijn familie in het Turkse dorpje Sobyan, waar ik getuige van mocht zijn, hebben diepe indruk op mij gemaakt. Zijn vader, de vertalenverteller van het dorp die na zijn ongeluk berooid besluit terug te keren naar zijn geboortedorp waar hij dacht grond te bezitten. De dorpsbewoners denken daar duidelijk anders over. Mehmet en zijn familie maken zware tijden door. Ik was er bij.
Net als bij de rondreis door Marokko met Saïd en Hassan. We maakten we de overtocht van Spanje naar Marokko en in een oude Volvo trokken we door het land. Via Tanger reisden we naar de koningsstad Fez waar we in de medina de toeristische attracties bekeken. We zagen het fascinerende woestijnlandschap en trokken verder diep Marokko in tot aan de Hoge Atlas aantoe.
Maar mijn mooiste herinnering bewaar ik aan mijn reis met Modest en Pjotr Iljits Tsjaikovski die zich tijdens hun reis over de doofstomme Kolja ontfermen en hem uit zijn isolement bevrijden door hem te leren spreken. Terug in St Petersburg sla ik verbaasd gade hoe de dove Kolja de geheimen onthult rondom de dood van de beroemde componist.
Wie ver reist, kan veel verhalen of is het andersom? Verhalen, zo beeldend geschreven dat je je zelf in het bijzin van de personages waant. Ik bedank mijn reisleiders: Camilla Lackberg, Abraham Verghese, Murat Isik, Tessa de Loo en Arthur Japin. Mijn huidige reisleidster is Tatiana de Rosnay met wie ik Parijs ga herbeleven in een hoekje op de bank. De leeslamp aan, de verwarming op een aangename temperatuur, want buiten regent het en waait het nog steeds.


vrijdag 28 juni 2019

En opeens bloeit het Fluitenkruid




Gedachteloos loop ik het gebruikelijke ochtendrondje met Guus. Het is kwart voor zes. Op de krantenjongen na kom ik niemand tegen. Snel gaat onze wandeling niet, Guus vindt overal plekjes om aan te ruiken, een loops teefje waarschijnlijk. Ook nu staat hij weer met zijn neus aan de grond. Licht geërgerd wacht ik tot hij is uit gesnuffeld. En dan ineens valt mijn oog erop, pal voor mijn neus.
Het Fluitenkruid bloeit. Stokstijf sta ik daar, mijn benen voelen zwaar. Het is alsof ik net ben neergedaald uit een andere dimensie. Hoe kan het me ontgaan zijn? Waar ben ik al die tijd geweest?
Mijn gedachten terug naar die dag op verpleegafdeling B5 waar mijn man zijn laatste dagen doorbrengt. Terwijl ik naar buiten kijk, luister ik naar zijn ademhaling, zwaar en rochelend. De sneeuw is aan het verdwijnen. Een eerste ooievaar is neergestreken en op de bomen zie ik de groene gloed van het voorjaar.
Ik houd van alle seizoenen, maar van de lente het meest. Het jonge groen, het nieuwe leven, ze stemmen mij hoopvol. Alsof de natuur je nieuwe kansen biedt. Bij het zien van de eerste tekenen van het veranderende jaargetijde kijk ik het frisgroene blad bijna uit hun knoppen en maakt mijn hart een sprongetje wanneer ik de eerste zwaluwen zie. Verheugd zie ik het loof van het Fluitenkruid uitgroeien tot een volwassen plant. Nog even en dan zullen de wilde witte bloemen bermen en sloten sieren. Als dansend Brussels kant. Het begin van een nieuw seizoen.
En nu staat ze daar opeens, brutaal pronkend met de sierlijke witte bloemen, het Fluitenkruid. Het is windstil, er wordt niet gedanst. Ik kijk om me heen. In de verte scheren een paar zwaluwen over het water. Het is lente. Vanaf dit jaar zal het anders zijn.
De gloed van het voorjaar heeft iets van zijn glans verloren.                     

zaterdag 20 oktober 2018

Wraak op Jenny


Het is weer zover. Een groot deel van de lente en de hele zomer heeft ze opstandig en uitdagend voor me staan pronken. Maar kijk haar daar nu eens staan. Wat een vertoning. Ze staat daar gewoon zielig te zijn. En weer heeft ze het laten afweten. Doe het zelf, lijkt ze te denken, al twintig jaar lang. Doe het verdomme lekker zelf. Al die jaren accepteer ik het. Ik lijk wel gek en waarom?
Het antwoord is simpel, ik vind haar mooi. Nee, ik vind haar prachtig. Haar uitbundigheid, haar standvastigheid en bovendien geeft ze lucht om te ademen. De zekerheid dat ze er altijd weer zal zijn, hoe ik haar ook elke keer weer aftuig. Want geloof me, ik kan veel van haar hebben, maar er komt een dag dat ik met haar afreken, ik moet wel. Uiteindelijk houdt ze, ondanks die verrekte zelfverzekerdheid, haar trotse houding niet vol en breekt ze. Slap en uitgeput zal ze voor me neervallen. Ik kan dat niet aanzien en besluit haar uit haar lijden te verlossen.
Maar stel je gerust onder dat altruïsme gaat ook een flinke portie egoïsme en zelfs wraak schuil. Egoïsme omdat ik gewoon geen zin heb om haar op te vegen en wraak omdat ze me alweer heeft teleurgesteld. Jenny, de zelf bestuivende kiwi, ik heb haar nota bene aangeschaft vanwege haar vruchtbaarheid. Ik bewonder haar zelfstandigheid, Jenny heeft geen man nodig. Elk jaar kijk ik verwachtingsvol uit naar haar vruchten die mijn vochtbalans op peil houden en mijn bloeddruk gezond met hun kalium. Mij stimuleren af te vallen met hun vezels en hun laag glycemische index. Ze dragen zorg voor een gezonde  Ph-waarde in mijn lichaam door hun mineralen. Door de aanwezige luteïne en zeaxanthine voorkomen dat ik last krijg van maculadegeneratie, ook wel netvliesveroudering genoemd en niet te vergeten een gezond luchtwegsysteem dankzij de aanwezigheid van vitamine C. Dat alles ontneemt Jenny mij met haar weerbarstige houding.
Vandaag is het tijd voor wraak. Voordat ze op sterven na dood uiteen valt, maak ik haar met de grond gelijk. En met het botter worden van mijn snoeischaar wordt mijn wraak knip na knip zoeter. Toch bloeit Jenny weer op. En net als dit jaar zal ze me ook volgend jaar weer in de steek laten.
‘Bestuif jezelf lekker zelf’ zal ze uitstralen.


donderdag 29 maart 2018

Beleef, kunst, natuur, architectuur & cultuur




‘Altijd wat met dat in-en uitchecken. Het begint een patroon voor ons te worden,’ zegt mijn vriendin als het inchecken met ons Kruidvat-voordeelkaartje niet lukt om half negen ‘s ochtends. Museum Voorlinden in Wassenaar staat al een tijd op ons verlanglijstje en vandaag is het zover. In Leiden checken we zonder problemen uit. Het zal dus wel aan die paal in Meppel hebben gelegen, concluderen we en verder staan we er niet bij stil. Snel trekken we een sprintje naar lijn 43 naar Wassenaar. Blijkt toch nog een aardig ritje te zijn. Na ongeveer een kwartier stappen twee kaartjescontroleurs in. Eentje voorin en eentje achterin, geen ontkomen aan. Met hun houding, het uniform waar achterop ‘Service en Veiligheid,’ staat en de bijbehorende legerkistjes imponeren ze behoorlijk. ‘Moet dat nou?’ vraagt de vrouw tegenover waarmee ze een toespeling maakt op de agressieve uitstraling van de mannen. Ze vraagt zelfs of de mannen bewapend zijn.
‘Helaas moet het mevrouw,’ antwoordt de man, ‘de hele maatschappij verloedert.’ Ik observeer de man en verdenk hem ervan dat hij maar wat graag een wapen had gedragen. ‘Jammer’ antwoordt de vrouw en alsof hij op de mogelijkheid heeft gewacht, velt hij zijn oordeel. ‘Komt door de multiculturele samenleving, mevrouw. Andere normen en waardes hè,’ zegt hij in plat Haags.
Waardes, waardes, wat voor een waardes denk ik. Het zullen zijn suikerwaarden zijn vermoed ik. Veel te laag, wat een zuur type.
Op de schaal van licht naar donker, behalen de vriendelijke dame tegenover mij, mijn vriendin ik de minste punten. De overige passagiers scoren in verschillende gradaties allemaal hoger. Een multicultureel gezelschap dus en meneer hier staat, dankzij zijn apenpakje, een beetje autoriteit uit te stralen en meent dat hij het recht heeft deze mensen, zonder enige aanleiding daartoe, te mogen schofferen. Zo maar, zonder blikken of blozen
‘Nou, zo kan het wel weer,’ roep ik grenzend aan mijn lef en bedeesder dan ik zou willen als ik zie dat hij meer wil gaan zeggen. Ik zit me op te vreten. Gelukkig stappen de mannen bij de volgende halte uit. Zonder iemand betrapt te hebben op zwart rijden overigens.
De afstand tussen bushalte en museum is groot genoeg om te schakelen tussen de rauwe werkelijkheid in de bus en de wereld van de schone kunsten.

‘Beleef, kunst, natuur en architectuur’ is de slogan van museum Voorlinden en dat lukt. Het gebouw, de tuin, de exposities zijn mooi op zichzelf. Samen versterken ze elkaar in hun functie. Een raam, zo gesitueerd waardoor het uitzicht op de tuin een schilderij lijkt. Kunst buiten onderstreept de kunst binnen. Architectuur waarbij aan alles is gedacht. De bekende en foeilelijke groene lichtbakken die de nooduitgang aangeven, wie kent ze niet, zijn weggewerkt in de muren en alleen zichtbaar als het nodig is. De enorme ramen en het dak zorgen voor natuurlijk licht. In alle opzichten is het gebouw dienend aan de kunst. De folder van het museum zegt niets te veel.
We dompelen ons onder in het zwembad, glimlachen om twee veel te kleine liftjes en vergapen ons aan mensfiguren, twee keer zo groot als wijzelf. We lopen door een enorm kunstwerk van verroest ijzer en wanen ons in een andere wereld. De tijdelijke expositie ‘Stage of Being’ laat ons nadenken over wie we zijn, over onze relaties met anderen en hoe wij herinnerd worden wanneer we er niet meer zijn.   
De wandeling terug naar de bushalte lijkt langer dan op de heenweg. Deels verklaar ik dit door het ontbreken van de noodzaak tot omschakelen. Liever was ik nog even gebleven tussen de schone kunsten. De werkelijke reden is dat mijn voeten hevig protesteren. De busrit, dit keer zonder mariniers, doet wonderen. Na de rit van ruim een half uur ben ik weer tot wandelen in staat. Het is net vier uur geweest als we op station Leiden inchecken. Nou ja, ik check in, het Kruidvat-voordeelkaartje van mijn vriendin weigert dienst. Het blijkt dat we reizen met een dalurenkaart. Dankzij de inconsequentie van het feit dat ik wel met hetzelfde kaartje kan inchecken en de afgedwongen belofte dat we ons melden bij de conducteur wordt de poort geopend.

Die conducteur lijkt een verhaal apart. Wij schatten in dat hij zijn jongensdroom, namelijk steward worden bij een luchtvaartmaatschappij, nog niet helemaal waargemaakt heeft, maar hij oefent goed. Al eens eerder heb ik in een blog geschreven over de overbodige informatie die conducteurs over hoofden van reizigers heen storten, maar op de Schipholtrein naar Leeuwarden gaat onze 'captain' helemaal los. Bij elk station stort hij zijn informatie in twee talen over ons uit en wenst ons namens de machinist en de bemanning een aangename vlucht, eh reis bedoel ik natuurlijk. ‘Let op,’ zeg ik tegen mijn vriendin ‘straks komt hij hier de vluchtroutes demonstreren, vallen de zuurstofmaskers uit het plafond en reikt hij aan de eersteklas reizigers Delfts blauwe huisjes uit.’ We worden er een beetje melig van en wij niet alleen. Intussen krijgen we een lesje Fries van een Friezin die ruzie heeft met Telfort en dat uitgebreid telefonisch met Mem bespreekt. En even later een lesje Spaans van een señora die haar señor aan de telefoon heeft. Bij het verlaten van de trein merkt iemand op dat de reis helaas te kort was voor Frans en Duits. We houden dat tegoed. Multicultureel was onze dag zeker. En veranderende andere normen en waarden en daardoor een verloederende maatschappij? De enigen die we op iets illegaals hebben kunnen betrappen waren wijzelf met ons dalurenkaartje in de spits. Al met al een heerlijke dag waarin we kunst, natuur en architectuur beleefd hebben. Persoonlijk voeg ik er graag 'cultuur' aan toe.

zaterdag 24 februari 2018

Geef het volk brood en spelen!



Een blog van mij over de Olympische spelen? Het zal je verbazen en terecht. Ik heb helemaal niets met sport. Het ontbreekt mij aan de noodzakelijke winnersmentaliteit en voor het fanatisme ben ik zelfs allergisch. Maar ik ben thuis en op de televisie is de openingsceremonie te zien. Al snel word ik gegrepen door een combinatie van mooie beelden, technische hoogstandjes en symboliek. Kinderen in gekleurde jasjes symboliseren de vijf elementen: rood voor vuur; blauw voor water; zwart voor metaal; wit voor aarde en groen voor hout. ‘De vijf elementen verhouden zich tot elkaar in een cyclus van creatie en vernietiging,’ lees ik op het internet. De vijf elementen trekken elkaar aan en stoten elkaar af. Door dit proces ontstaat verandering en evenwicht. Yin en Yang, het fascineert me net als de hightech. Oude oosterse filosofie en vernieuwende hightech ook heel yin en yang. En het wordt nog mooier. Beide Korea’s doen als één land mee aan de spelen. ‘De Zus van’ staat achter de president van Zuid Korea. Met een glimlach zelfs. Haar gebruikelijke zwarte uniform wordt opgevrolijkt door een fleurig blauw keycord en badge. Leuk! Staat je goed een beetje kleur, moet je vaker doen, denk ik. Maar jammer, ’s avonds in het acht-uur- journaal zien we ‘De Zus van’ samen met haar delegatie weer strak in het zwart. Het fleurige blauw is weg, net als de glimlach, maar de bedoelingen zijn goed. Er is zo waar een gesprek tussen Noord en Zuid. De spelen staan in teken van de vrede. De Olympische gedachte! Drones als vredesduiven laten zich vangen in vijf ringen. Nog aan het scherm gekluisterd zie ik hoe de Koreanen als één team het stadion binnentreden. Het ontroert me. Ook op de tribunes is iedereen euforisch, inclusief een synchroon zwaaiend leger van Noord Koreaanse cheerleadertjes in rode uniformpjes. ‘Dit is een wonder, dit is uniek!’ Woorden van gelijke strekking worden gebruikt. 

Maar dan de sport zelf. Af en toe kijk ik als het zo uitkomt. Ik zie hoe twee tiende punt verschil maakt tussen euforisch geluk, een knuffel van de Koning en intens verdriet. Hoe een honderdste van een seconde afrekent met te hoog gespannen verwachtingen en hoor ik Sven zeggen dat hij alleen voor goud rijdt. Dan is er het gevalletje matchfixing. Een oud lijk dat uitgerekend vandaag uit de kast valt. Want vandaag is de dag van de 10 kilometer. De dag van Sven, de man die alleen voor goud gaat. Maar het is ook de dag van zijn grote concurrent. En laat nou net de coach van deze concurrent iets te maken hebben met het oude lijk. Toevallig he? Opeens weet ik weer waarom ik sport niet leuk vind. Bah, het riekt naar politieke spelletjes. Belangen zijn in het geding. Het zal wel uitmaken of je de sponsor bent van de winnaar bent of van een verliezer. De tentakels van de commercie? Of ben ik nu te achterdochtig? In elk geval bevestigt het mijn vooroordelen. Ik haak af. De tv staat nog aan, maar ik kijk niet meer.
Maar dan is er ene Esmee Visser. Ze verrast iedereen en zichzelf nog het meest. ‘Ik heb gewoon lekker geschaatst,’ is haar reactie op de vraag wat er is gebeurd. Voor het eerst sinds de openingsceremonie ben ik weer ontroerd. Wat een heerlijk mens! Hopelijk houdt ze haar zichtbare onbevangenheid en valt ze niet ten prooi aan de gekte van topsport en aan de tentakels van de aasgieren en blijft ze gewoon lekker schaatsen met de jongens in Groningen.

Morgen is de sluitingsceremonie. Ik ben benieuwd of ‘De Zus van’ er weer zal zijn met haar glimlach en fleurige badge. Of de cheerleadertjes weer synchroon zullen zwaaien met hun vlaggetjes. Of beide Korea’s elkaar ietsepietsie genaderd hebben.
Sport verbroedert en Drones als vredesduiven. Het is ook wel een beetje naïef. Per slot van rekening is  ‘De Zus van’ ook alleen maar de zus van. Intussen kondigt Trump nieuwe sancties aan tegen Noord Korea.  ‘Het grootste pakket ooit’ en houdt de grote broer van ‘De Zus van’ de hand aan de knop.










donderdag 7 december 2017

Het Kerststuk

‘Nee, dat meen je niet, heet hij echt zo?’ Hij kan zijn lach nauwelijks onderdrukken, ‘En jij vindt het slim om hem tijdens het kerstdiner aan de familie voor te stellen?’
‘Niet zo flauw, broertje. Niet alle jongetjes kunnen Roderick heten. En ja, waarom niet? Iedereen is er immers. Dan hebben we het maar gehad hè?’ antwoordt zijn zusje terwijl ze zich opmaakt.
‘Ik moet toegeven, je hebt wel lef,’ roept hij terwijl hij de trap afrent.
Beneden aangekomen barst hij los. ‘Cato gaat haar Ierse vriendje straks ons voorstellen. Tijdens het kerstdiner nota bene.’ Hij rolt met zijn ogen. 
‘Hè Ro, laat toch, ze is verliefd,’ roept zijn moeder vanuit de keuken waar ze met een uitbeenmes het vlees van de reerug lossnijdt van het bot. Ze bekijkt het stuk vlees en constateert dat ze wel een extra mond kan voeden.

Twee uur later parkeert hij zijn Mini Countryman voor de Tesla van Cato’s vader. De toegangsweg naar de ondergrondse garage loopt schuin naar beneden. De handrem niet vergeten, denkt hij. Tegelijk grijpt hij naar zijn zelfgemaakte kerststuk dat dreigt om te vallen. Hij heeft er veel tijd aan besteed. Een ovale schaal met sparrentakjes. In het midden Skimmia Japonica Rubella en alles geschikt op gelijke hoogte. Afgestijld met zilverkleurige etalagespelden en mondgeblazen glazen kerstballen. Het resultaat is een strak en modern kerststuk. Tevreden bekijkt hij nog eens het resultaat. Zenuwachtig voor de ontmoeting met de familie van Cato stapt hij met het kerststuk op zijn hand uit de auto. Hij gooit het portier dicht en haast zich naar de deur. Via de keuken, heeft Cato hem op het hart gedrukt. Hij had geprotesteerd, maar Cato was onverbiddelijk. ‘Privé, altijd via de keukendeur, alleen klanten bellen aan,’ had ze gezegd.
Klokslag vier. Cato zou hem opwachten, maar het is haar moeder die open doet. De braadslee met de reerug waar ze net cognac en bessengelei aan heeft toegevoegd zet ze op het aanrecht. Nerveus drukt hij haar het kerststuk toe. In een reflex neemt ze het aan, maar laat het net zo snel weer uit haar handen vallen. Het stuk valt uiteen. Giftige besjes van de Skimmia en microscopisch kleine stukjes van de mond geblazen glazen kerstballen verdwijnen in de bessengelei. 
‘Oh nee’, gilt Cato. ‘Ze is allergisch voor spar.’ Roderick en zijn vader komen op het lawaai af. Het gezicht van Cato’s moeder is inmiddels rood en opgezwollen. Op haar handen vormen zich kleine witte blaasjes. In de keukendeur staan Cato’s grootouders die net zijn gearriveerd. 
‘Wat is hier gebeurd?’ vraagt de oude man. 
‘Cato gaat haar vriendje aan ons voorstellen,’ zegt Roderick grijzend.
‘Ik hoop maar dat jullie het net zo goed met elkaar kunnen vind als jullie auto’s, grapt oma. ‘Die hebben elkaar al gekust. Die mini, die is toch van jou jongeman?’ vraagt ze.
‘Oh nee, de handrem!’ Hij hapt naar adem.
‘Hoe was je naam ook alweer, had je dat al gezegd?’ vraagt Cato’s vader.
‘Murphy meneer, mijn naam is Murphy.’