vrijdag 6 mei 2016

Trojaans Paard




Na een wilde rit van een dag of veertien op de rug van een Trojaans paard sta ik weer met beide voetjes op de grond. Op de eerste zomerdag van dit jaar bevind ik me met bonzend hoofd, een schuivend mensbeeld en een stuk minder naïef tot de enkels in de blubber. Wat is er gebeurd?
Getriggerd door de hoogte van het bedrag openen we de link in KPN factuur. Bijna vierhonderd euro! Normaal gesproken betalen we negentig. Dat is dus schrikken. ‘Nee he, het zal toch niet? roep ik uit en ik denk aan het telefoontje met het onbekende nummer uit het buitenland. Zelfs niet beantwoorde telefoongesprekken kunnen voor torenhoge facturen zorgen, hebben we gisteren gezien in Radar, het consumentenprogramma. Leve de voicemail! Onze ‘factuur’ blijkt een zipbestand. Foute boel denk ik, phishingmail! Maar het kwaad is al geschied. Niet wetend wat te doen zit ik  verstard achter mijn laptop en met open mond zie ik wat er op mijn scherm gebeurt. Het één na het andere document wordt voorzien van een ‘myaqulk-extensie.’ Eerst de word-bestanden, daarna excel, pdf-bestanden en foto’s zie ik als sneeuw voor de zon verdwijnen. Gelukkig heb ik mijn werk opgeslagen op een USB-stick. Ineens heb ik een helder moment. Aan de linkerkant steekt in mijn laptop de usb-stick. Snel trek ik hem eruit. Gelukkig is een oude laptop mij gunstig gezind en bereid voor deze speciale gelegenheid op te starten. Met mijn hart in de keel test ik het externe geheugen. Helaas, ook hier heeft de schadelijke software zijn verwoestende werk gedaan. Precies weet ik het niet, maar ik schat in dat ik zo’n anderhalf jaar bezig ben met mijn ‘boek.’ Langzaam dringt het tot mij door. Alles is weg! Boosheid, frustratie, ongeloof, verdriet, ik weet niet welk gevoel overheerst. Eigenlijk voel ik niets. Ik begrijp het niet, waarom? Waarom doet je zoiets? Wat heb je eraan? ‘Ze hebben niet eens de lol dat hun grap gelukt is’ zei een iemand tegen me nadat ze me een adres heeft gegeven van een bedrijf dat kan virussen kan verwijderen.
Gelukkig heeft een vriendin en mede schrijfster van onze schrijfgroep al het werk wat we elkaar toesturen opgeslagen. Mijn schrijfsels heb ik weer terug. Althans de ruwe versie, zonder de aanpassingen naar aanleiding van de feedback, maar het biedt perspectief. Ik durf weer te denken dat ik verder kan. Nu nog de monteur aan huis.
‘Oei, zegt Hans van de monteuraanhuis.nl ‘Phishingmail, dat zijn de lastigste om te herstellen’ als ik hem vraag of zij iets voor mij kunnen betekenen. Maar toch biedt hij mij 70% kans op herstel. Ik maak een afspraak voor de volgende dag.  Hij stuurt Steven.
Om 12.40 krijg ik een sms-je van Steven, hij kondigt aan dat hij over twintig minuten bij mij zal zijn. Precies op tijd, dat stemt hoopvol. Hij bevestigt de opmerking van Hans dat het weleens hardnekkig zou kunnen zijn. De schadelijke software verpakt in zogenaamde facturen van de KPN zijn berucht, maar hij vertelt er ook bij dat hij er goede ervaringen mee heeft. Mijn verwachtingen zijn hooggespannen. Wie weet lukt het hem en heb ik straks weer de beschikking over mijn ge-update pennenvruchten en al het andere materiaal wat ook verloren is gegaan. Ik houd mijn adem in als Steven de analyse doet. Intussen vertelt hij hoe het werkt in de wereld van internetcriminaliteit. Want dat is het, pure criminaliteit waar goud geld in omgaat. ‘Hoe dan? Kunnen ze bij mijn gegevens?’ vraag ik hem. Het antwoord is nee. Gegevens worden versleuteld en ergens op de computer wordt een document achtergelaten waar je kunt lezen hoe je je bestanden terug kunt kopen. ‘Maar dat doe je toch niet’ roep ik verontwaardigd. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat je in zee gaat met dergelijk tuig. Het is pure afpersing immers. Steven haalt mij uit mijn droom. ‘Wat denk je  van bedrijven? Vooral kleine bedrijfjes die hun back-upsysteem niet goed voor elkaar hebben. Die zijn in één klap kapot. Maar nog vaker zijn het de mensen die dingen op hun computer hebben staan die het daglicht niet kunnen verdragen. Die betalen uit angst gechanteerd te worden.’ Volgens Steven is er een markt voor waar je virussen kunt kopen. Vijftien duidend euro voor één virus is niets, maar er zijn er ook duurder. ‘En echt het kan uit’ verzekert hij me. Heel lucratief! Hij maakt zelfs de vergelijking met de drugshandel. Langzaam kruip ik in shock onder mijn steen vandaag. ‘Maar hoe gaat dat betalen dan? Dat moet toch te achterhalen zijn’ Hoewel met het bankgeheim…Steven kijkt me aan. ‘De bank? Betalen gaat niet per bank in dit geval.’ ‘Bitcoins?’ vraag ik. ‘Nee, dat is een ander verhaal’ en ik zie dat hij daar wel gecharmeerd van is. Nee het betalen aan internetcriminelen zoals deze gaat met geldkaarten die te koop zijn bij tankstations. Een soort kraskaarten. Je zet er geld op en je krijgt een code. De code geef je af aan de internetcrimineel. Geen haan die er naar kraait. Ik kruip weer terug onder mijn steen. Inmiddels heeft Steven de analyse afgerond. ‘Jammer,’ zegt hij ‘dit is een nieuw virus.’ Hij kan het virus verwijderen, maar het lukt hem niet om de bestanden terug te halen. Hij adviseert me af en toe eens te googlen op “wyaqulk” want vroeg of laat wordt dit virus ook weer gekraakt en dan kun je de bestanden misschien decoderen.
Op mijn vraag waarom mijn virusscanner niet heeft gewerkt, legt Steven uit dat het in feite geen virus is. Door te klikken op de link hebben we immers zelf toestemming gegeven de schadelijke software te installeren.  Het is een  Trojaans paard wat we binnen hebben gehaald. ‘De volgende keer maar opslaan in de cloud dus’ is mijn conclusie, maar ook die illusie weet Steven me te ontnemen. ‘Dat werkt alleen wanneer je de cloud opent met een wachtwoord en vervolgens stukken up-load. Als je met automatische  opslag in de cloud werkt, zal het Trojaans Paard de bestanden ook daar versleutelen. Sterker nog, wanneer je op wifi werkt, zal het toeslaan op alle bestanden die met hetzelfde systeem werken.’ De usb-stick biedt de meeste zekerheid is zijn advies, op voorwaarde dat je hem wel verwijdert. Zo langzamerhand begin ik de omvang van deze vorm van criminaliteit in te zien. ‘We kunnen nog even op zoek gaan naar het document wat ze achtergelaten hebben op je laptop, zodat je het terug kunt kopen.’ Mijn usb stick kan ik op laten sturen naar een laboratorium in Groningen. Die werken op no cure, no pay-basis. Na een analyse weten ze of ze de bestanden terug kunnen zetten. Als het kan, kost het je waarschijnlijk twee tot driehonderd euro. Het zijn slimme jongens die daar werken, zegt Steven. Het zijn ook slimme jongens die dit soort rotzooi verspreiden, is mijn reactie.
‘Ik neem mijn verlies wel’ zeg ik. Ik heb mijn buik er van vol. Geen rooie cent voor die gasten! Nadat Steven mijn laptop virusvrij heeft gemaakt, reken ik met hem af en sluit ik dit boek.
Voor wat betreft mijn eigen schrijfsels, gelukkig heb ik de ruwe versie waar ik mee verder kan. Ik geef toe dat ik bijna het bijltje erbij neer had gegooid, maar Monique, Jacques, Dion, Juliette en de andere personages uit Les Petites Dalles, een gehucht op de kliffen van Normandië roffelen tegen de wanden van mijn hersenpan. Ze zitten daar al meer dan een jaar opgesloten willen er langzamerhand uit!
Maar mijn mensbeeld dat uitging van de gedachte dat de mens in principe goed is tot het tegendeel anders bewijst, is voorlopig verschoven naar eerst maar eens bewijzen.

vrijdag 9 oktober 2015

Een plekje geven!



Vanochtend zag ik ze weer, de dames uit mijn vorige blog. Misschien weet je het nog? Eén van de twee was zo verschrikkelijk klaar was met sommige aspecten uit haar leven. Intussen ken ik hun namen: Anita en Agaath. De laatstgenoemde is een nuchtere vrouw, Anita daarentegen is een opgewonden standje, een beetje een drama-Queen zelfs. Goh, wat was ze boos! Maar ze is een fase verder in haar rouwproces. Want dat is wat er gebeurt, ze rouwt. Niet dat er iemand in haar omgeving is overleden, maar ze heeft iets traumatisch meegemaakt. Ze is nu zover dat ze beseft dat één en ander moet verwerken om verder te kunnen.

‘Ik moet het loslaten, het een plekje geven!’ zegt Anita nadat ze Agaath op de hoogte heeft gebracht van de nieuwe ontwikkelingen. We zijn inmiddels bijna drie weken verder en in het treurige leven van Anita gebeurt veel. ‘Maar dat is best lastig’ gaat ze door. Vooral nu er ook nog financiële problemen bijgekomen zijn. Een aantal weken terug heeft Anita zichzelf een nieuwe televisie cadeau gedaan, een smart TV. Haar buurvrouw had er één en het leek haar ook wel wat. Vakantiegeld en een beetje van de kinderbijslag had ze ervoor gebruikt. Met vakantie zou ze toch niet gaan, had ze bedacht en die kinderbijslag? Ach dat moest hij zich maar aantrekken. Bovendien mocht ze wel ook wel iets leuks voor zichzelf toch?
Agaath hoort het aan en humt wat. Meer heeft Anita ook niet nodig. Onophoudelijk gaat ze door met het ventileren haar van haar ellende. ‘Weet je Agaath, al die shit blijft mijn leven maar beïnvloeden. Mijn rugzakje raakt te vol. Nu heb ik ook nog een deurwaarder op de stoep. Had ik die tv maar nooit gekocht’ jammert ze. ‘Had ik die rekeningen maar betaald in plaats van die rot TV te kopen, ik begrijp niet eens hoe dat stomme ding werkt! Echt, het wordt hoog tijd dat ik het allemaal een plekje ga geven. Dat zei Sjuul laatst ook al: ’Geef het een plekje, dan kun je door met je leven!
‘Sjuul?’ vraagt Agaath.
‘Ja, Julia van de Line-dance!’

‘Weet je wat jij moet doen?’ zegt Ageeth die het doorlopende gejammer beu was. ‘Die smart TV een ander plekje geven, loslaten! Wat dacht je van Marktplaats? Dan kun je die rekeningen betalen!’

maandag 24 augustus 2015

Ik ben er klaar mee!




Vanmorgen tijdens een ochtendwandeling  samen met Guus lopen er twee vrouwen achter ons. Ik herken ze, we komen ze wel vaker tegen. Ze lopen sneller dan wij dus op een bepaald moment worden we ingehaald. Hun tempo ligt echter niet zo heel veel hoger dan dat van ons. Ik moet zelfs mijn pas een beetje inhouden om te voorkomen dat Guus te enthousiast aan ze gaat snuffelen- Guus is mijn hond, by the way-. Onwillekeurig vang ik een deel van het gesprek op dat de beide vrouwen voeren . Het is een ernstig gesprek. Eén van de twee heeft er schoon genoeg van. Ze heeft het er helemaal mee gehad. Waarmee weet ik niet  en wil ik ook niet weten, maar dat ze het zat is, is wel duidelijk. In de korte tijd dat ik achter haar loop -hooguit drie minuten- hoor ik het haar in drie verschillende toonaarden zeggen: ‘ik ben er zó klaar mee’, dit is de wanhopige variant en gaat gepaard gaat met een zucht. Verder volgen nog de kortafgemeten-  ‘ik ben er echt klaar mee’ en de meest venijnige variant : ‘Echt,  ik ben er een beetje klaar mee’, waarbij ze haar ogen tot spleetjes samenknijpt. Het geeft haar een gemeen gezicht. Haar gesprekspartner lijkt niet onder de indruk, de valse blik waarmee het opgewonden standje haar aankijkt zal niet voor haar bestemd zijn geweest.
Daar heb je er weer één denk ik. Weer zo één die er klaar mee is. Ik word daar toch zo moe van. Van die mensen die maar lopen te zaniken dat ze er klaar mee zijn. Hoezo er klaar mee zijn? Alsof de wereld verandert omdat jij zegt er klaar mee te zijn. Hou toch op met dat geklaag, doe iets! Ga naar de bibliotheek, lees een boek, verdiep je in de materie als je het niet begrijpt. Vraag hulp! Praat met mensen die het wel begrijpen. Ga naar een psychiater, een psycholoog een dominee, een advocaat desnoods, maar keer je niet af!
Keer je niet af van het probleem wat je zo emotioneel raakt, je bent er namelijk niet klaar mee. Met iets wat je zo raakt, zo boos, verdrietig en wanhopig maakt ben je niet klaar, nooit!
Stop met klagen, doe iets

Echt, ik ben er zó klaar mee!

zaterdag 22 augustus 2015

Herfst







De bolchrysanten,

echt, ze zijn genadeloos!

Herfst is onderweg





donderdag 13 augustus 2015

Meppel, de groenste gemeente van Nederland?





‘Wat wordt Meppel groen hè?’ zei laatst iemand tegen mij. Ik keek haar aan en zag wat ze bedoelde. ‘Nou inderdaad’ zei ik ‘we scoren goed op de ranglijst van de  groenste stad van Nederland ’

‘Groen in de stad is belangrijk voor de aanpassing aan klimaatverandering en draagt bij aan een plezierig leefklimaat. Zo heeft groen een positief effect op de gezondheid van mensen en draagt groen bij aan de verbetering van het milieu, door het verminderen van luchtvervuiling en het dempen van geluidhinder. Een belangrijke functie is ook de waterberging bij hevige regenval en verkoeling in warme periodes’ aldus het citaat van de universiteit van Wageningen. De universiteit heeft een ranglijst gemaakt van groenste steden in Nederland. Hierin is de hoeveelheid  openbaar groen per vierkante meter in de bebouwde kom per woning berekend. Weert voert de ranglijst aan gevolgd door Emmen en Lelystad, maar ik durf te wedden dat Meppel volgend jaar de eerste plaats gaat innemen.

Dankzij de aandacht van de gemeente Meppel tiert het groen in onze stad welig. Toen wij ongeveer twintig jaar geleden ons huis aan de Citroenvlinder in de vlinderbuurt kochten was dat onder andere omdat de wijk zo mooi groen van opzet was. Bij de aanplant en het maaibeleid van het openbaar groen werd er rekening gehouden met het aantrekken van vogels,vlinders en insecten en met succes! Volop vogels en vlinders in de buurt, prachtig. Het project was geslaagd in zijn opzet. Straatnaambordjes met afbeeldingen van de vlinders waar naar de straten werden genoemd onderstreepten het bewust gekozen beleid van de gemeente om een groene wijk te creëren.

Totdat de klad erin kwam. Decentralisatie van het sociaal domein vanuit de rijksoverheid, korting op gemeentebudget, maar ook bijzondere keuzes van het gemeentebestuur zelf,  zoals de totstandkoming van een heus onderwijspark met de bouw van een naar mijn idee veel te grote school waarvan bij mij de schijn van een prestige-object van enkele gemeentebestuurders blijft hangen, een nieuwbouwproject middenin in een weiland als een pukkel aan de rand van de stad waar niemand volgens mij op zit te wachten in een tijd waar de helft van de stad te koop lijkt te staan, hebben er onder andere toe geleid dat het geld op is. De gevolgen zijn bezuinigen. Onder andere op het groenonderhoud. Bomen, struiken - inclusief onze weelderig bloeiende vlinderstruiken- worden rigoureus verwijderd en vervangen door grasveldjes. Poepveldjes voor honden zijn het geworden. Vlinders maken plaats voor vliegen. Gelukkig zijn er niet alleen maar strontvliegen en dikke groene vleesvliegen, maar zijn er ook vliegen met hele exotische namen als de Eikenroofzweefvlieg, de Citroenpendelzweefvlieg, de Pyjamazweefvlieg  en niet te vergeten de akkerdisteldansvlieg dus als de straatnamen aangepast moeten worden is er best keuze genoeg. Ik zou bijvoorbeeld wel aan de Odontomyia Ornata willen wonen. Dat klinkt best chique.

Het vele groen waarmee Meppel zich naar mijn idee de eerste  plaats op de ranglijst van de universiteit van Wageningen verwerft bevindt nu voornamelijk tussen, op en onder het straatmeubilair.

Ons gemeentebestuur doet niets meer, ze passen op de winkel. Nou ja niets? Er wordt nog iets aan promotie gedaan. Burgemeester en wethouders zetten zich persoonlijk in voor het werven van Amsterdammers voor een dagje ‘boertjes- kieken.’ Met busladingen vol komen ze naar DMD (donderdag-Meppeldag) 'Mokumdag' wel te verstaan. Oh ja, en Sinterklaas komt dit jaar in Meppel ons landje binnen. Hopelijk met een bonte kleurrijke stoet met Pieten. Daar kan Meppel dan nog even echt mee scoren voordat ze zich helemaal teruggeeft aan de natuur .


zaterdag 8 augustus 2015

Alles is betrekkelijk!




 
Ik druk op het knopje om het autoraam te openen en pak het kaartje dat mij toegang verschaft tot de parkeergarage uit de automaat. Drie keer per week carpool ik met een collega. We komen beiden uit Meppel en werken in Apeldoorn. De ene week rijd ik twee keer, de andere zij. Vandaag ben ik aan de beurt, de laatste dag van de week. We zijn mooi op tijd en op de begane grond is een plekje vrij. Oei, dezelfde plek als vorige week, toen ik pech had met de auto en deze uiteindelijk weggesleept moest worden. De schade viel mee: vier bougies, een nieuwe accu en hij rijdt weer als vanouds. Gisteren zei ik nog opgelucht dat mijn peugeootje ons weer keurig in Apeldoorn had afgeleverd. ‘Ik had ook niet anders verwacht hoor’ antwoordde mijn carpoolmaatje lachend en zo is het natuurlijk ook. Hoe groot is de kans statistisch gezien dat de auto ons weer in de steek zal laten. Bij het afsluiten van de auto heb ik even de neiging om een opmerking te maken als: Is het niet de Goden verzoeken om de auto weer op deze plaats te parkeren? Maar ik houd me in. Sowieso een rare opmerking uit de mond van een atheïst. Leuk vind ik dan wel weer dat erover meerdere Goden gesproken wordt. Dat sluit tenminste geen enkel geloof uit, maar dat terzijde. Na een plakkerig en warme dag op het werk zijn we blij dat we weer naar huis kunnen. Hoewel het pas donderdag is, begint voor ons beiden het weekend en dat stemt vrolijk. Het was het warm op het werk, in de auto meteen maar de airco aan en ik start de motor en zet hem in de achteruit om uit te rijden. ‘STORING IN HET EMISSIESYSTEEM’ meldt de display en het rode lampje op het dashboard is onverbiddelijk. ‘Nee!! Dezelfde melding als vorige week, dat geloof je toch niet?!’ Hoe hard ik gegild heb weet ik niet -sorry daarvoor carpoolmaatje- maar ik ben boos, verontwaardigd en voel me ongelofelijk bedonderd!
Gelukkig kan mijn collega snel ander vervoer regelen, daar hoef ik me geen zorgen om te maken. Gelaten bel ik wederom de Peugeot Assistance en weer krijg ik een vriendelijke Vlaamse mevrouw aan de lijn. Van de vorige week weet ik nog dat ik niet moet zeggen de motor van de auto na blijft loeien. Dat begrijpen Vlamingen niet. Natuurlijk niet, koeien loeien en auto’s…? ‘Ach nu begrijp ik het’ zei de Vlaamse dame vorige week ‘uw auto lawaait!’ Je weet wel van het werkwoord lawaaien, stom dat ik daar niet aan gedacht heb.
Het is begin augustus, vakantietijd! De Peugeot Assistance- actief in heel Europa- heeft het druk.’ U gaat teruggebeld worden mevrouw zegt de vriendelijke Vlaamse dame, maar het kan even duren. Houd uw telefoon bij de hand en houd er wel rekening mee dat bij storingen binnen één week de auto weg getakeld moet worden, dat is voorschrift namelijk’. zegt ze er zachtjes achteraan. Wejgtakelen…als je het op zijn Vlaams uitspreekt klinkt het best aardig. Vandaar waarschijnlijk dat de centrale in België geplaatst is.
Wegtakelen..., ik had niet anders verwacht!
Het is nog steeds warm en zonnig en ik besluit buiten naast de parkeergarage op het bankje onder een boom te wachten. Een uurtje later krijg ik telefoon, het bergingsbedrijf zal contact met mij opnemen. Met mijn telefoon binnen handbereik blijf ik braaf zitten wachten. Een halfuur later komt Hans – we noemen elkaar inmiddels bij de voornaam- met zijn gele sleepwagen aanrijden. Bellen vond hij kennelijk overbodig. Hij wist me te vinden, Same Place, Same Time! Hij leest de boardcomputer uit en constateert dezelfde foutcodes als vorige week. Hoofdschuddend kijkt hij mij aan. Boos merk ik op; ‘Ik voel me best....’ ‘belazerd’ vult hij aan. Hans rijdt de auto voor mij de parkeergarage uit. ‘Wat wil je, een leenauto voor één dag, moet ik je naar het station brengen? zeg het maar.’ In een seconde weeg ik de verschillende opties tegen elkaar af. Aan beiden kleven nadelen en ik besluit naar huis te bellen en me op te laten halen. Het is koopavond in Apeldoorn, dus ik vermaak me wel. Ik bedank Hans, die inmiddels mijn auto op de sleepauto getakeld heeft en wandel de stad in. Wanneer ik om negen uur thuis ben, plof ik doodmoe op de bank.

De volgende dag valt het tijdschrift ‘Schrijven’ op de deurmat. ‘Kneed je ellende tot een goed verhaal’ staat er op de cover. Ach, het wordt ook wel weer eens tijd voor een column op mijn blog bedenk ik en over dat gedoe met die auto kun je best een verhaaltje schrijven. Bovendien voel ik me nog steeds erg verontwaardigd over het aangedane leed. Prima omstandigheden om te schrijven dus. Ik klap mijn laptop open en schrijf het chagrijn van me af, zo werkt dat!


Halverwege mijn verhaal zie en hoor ik een ambulance met hoge snelheid -compleet met sirene en zwaailicht- de straat inrijden. Hij stopt vlakbij ons huis om een paar minuten later weg te rijden met een bewoner uit onze straat.


‘Kneed je ellende tot een goed verhaal’ krijgt ineens een andere betekenis. Ik selecteer de net geschreven tekst en sta het punt met een druk op de deleteknop het geheel te wissen totdat ik me realiseer dat dit juist het verhaal is.

Oké, auto’s moeten het gewoon doen en wanneer ze weigeren is dat verdomd vervelend, maar beter afgevoerd met een sleepauto dan in een ambulance!

zondag 24 mei 2015

Sturen op KPI’s

 


In de herensociëteit zitten twee mannen tegenover elkaar op comfortabele Chesterfieldbanken. Naast hen brandt het haardvuur.  Ze hebben zojuist een partijtje golf gespeeld. De één drinkt een glas whisky, de ander cognac. Beiden roken een sigaar, een ‘Cohiba Esplendido.’ Hoewel er een aanzienlijk leeftijdsverschil is tussen de mannen, golfen ze regelmatig samen. Louis, een vijftiger,  is Chief Financial Officer (CFO) bij een internationaal concern. Karel is eigenaar van een goedlopend familiebedrijf dat al generaties lang in de familie is.  Hij is inmiddels de vijfenzestig gepasseerd. ‘Dat was een prima baan voor onze handicap, kerel!’ zegt Karel terwijl hij met een langzaam draaiende beweging van zijn hand zijn Hennessy op temperatuur brengt. ‘Wat je zegt Karel, een uitstekende baan’ reageert Louis. ‘We hebben een mooie partij gespeeld. Met recht, eentje die stemt tot tevredenheid’  vervolgt Karel met een donkere blik. Louis kijkt zijn golfvriend onderzoekend aan.‘Zo tevreden kijk je anders niet, zorgen?’ Karel mompelt wat, haalt zijn schouders op en zegt ‘Ach Louis, ik kan het jou wel vertellen. Ik maak me zorgen, grote zorgen over mijn bedrijf en het familiekapitaal. Gezien mijn leeftijd zou ik de zeggenschap over het bedrijf aan mijn zoons over moeten dragen, maar ik vertrouw ze het niet toe.’ Het ontbreekt beiden aan enige vorm van verantwoordelijkheidsgevoel. Ze leven er maar wat op los. Alsof het leven één groot feest is. En als ze niet feesten zijn ze ziek. Ze leven vreselijk ongezond. En het is mijn eigen schuld’ verzucht Karel. ‘Vanaf hun geboorte hebben ze geleefd als prinsjes. Alles wat ze wilden hebben, kregen ze. Ze hebben nergens iets voor hoeven doen. Ze hoefden er zelfs niet om te vragen!’ zegt Karel met zachte stem terwijl hij op het puntje van de bank zit. De ellebogen rustend op zijn knieën, zijn handen wrijft hij onophoudelijk in elkaar. Het cognacglas staat onaangeroerd op tafel. Zijn blik is op één punt in de haard gericht, de lichaamstaal van een vermoeide man. Verbitterd voegt hij eraan toe. ‘En ze hebben de vrouwen gekregen die bij dit type man past; mooi, dom en oppervlakkig! Ik kan mezelf wel voor de kop slaan Louis. Wij hebben nagelaten er verantwoorde burgers van te maken. Waarom heb ik dit niet eerder ingezien? Ik heb gefaald Louis!’ constateert Karel terwijl hij zijn hoofd laat hangen. Louis, die aandachtig heeft geluisterd, neemt peinzend een slok van zijn whisky. Kleinkinderen? vraagt hij analyserend alsof hij een plan aan het bedenken is. Karel knikt ‘De oudste heeft twee dochters, één uit hetzelfde hout gesneden als haar ouders, de ander is ambitieus. Ik zou willen dat haar vader meer op zijn dochter leek.’ zegt Karel sarcastisch. ‘Mijn andere zoon heeft een dochter en een zoon, Tom, een gevoelige jongen. De kinderen neem ik niets kwalijk. Ze krijgen niet het goede voorbeeld en dat baart mij zorgen. Hoe krijg ik ze weer in het gareel, Louis?’ ‘Je moet gaan managen Karel. Zie ze als je medewerkers, je moet ze motiveren! Stuur op KPI’s!’ ‘KPI’s,wat is dat? Weer zo’n modern managementinstrument zeker?’ vraagt Karel argwanend.‘Key Performance Indicators of in goed Nederlands Kritieke Prestatie Indicatoren. Luister! In de top van de organisatie stel je een doel om je de komende periode op te focussen. Voor elke medewerker geldt een afgeleid doel. Op die manier is iedereen binnen de organisatie bezig de afgesproken doelen te behalen, ieder op zijn niveau en binnen zijn bereik. Om de motivatie te bevorderen, koppel je er een bonus aan vast. Hoe hoger in de organisatie, hoe groter de verantwoordelijkheid, hoe hoger de bonus. Met regelmaat bespreek je de vorderingen in bilaterale gesprekken met de mensen die je aanstuurt. En voor de duidelijkheid, communicatie gaat alleen verticale lijn. Onderling gezeik moet je niet hebben. Medewerkers moeten elkaars concurrenten worden. Er moet een wedstrijdelement inzitten, daar gaan ze hard van lopen. In jouw geval kun je ‘Gezond leven’ als doelstelling nemen. De zoon die met zijn gezin op het afgesproken tijdstip het meest gezond leeft, het meest is afgevallen, de beste conditie heeeft enz. enz. geef je een wereldreis cadeau. Je zoons moeten op hun beurt, de kinderen weer motiveren door een doel en bonus af te spreken wat op hun niveau ligt, een nieuwe auto bijvoorbeeld. Geloof me kerel, het gaat werken! En denk erom, afspraken moeten wel SMART zijn. Specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden.’ Tjonge man, een wereldreis cadeau geven. Alsof ze al niet genoeg hebben gehad?’ sputtert Karel tegen. ‘Zie het als investering! oppert Louis ‘Bovendien, het schenkingsrecht staat toe dat je eenmalig een bedrag van vijfentwintigduizend belastingvrij mag schenken, dus who cares? Ze hadden het anders ook gekregen waarschijnlijk. Nu moeten ze er iets voor doen, dat is het verschil. Het resultaat is wel dat ze er beiden voor willen gaan.’ Triomfantelijk wenkt Louis de ober. ‘Hetzelfde alstublieft’ en met een spontaan elan voegt Karel er aan toe dat hij ook bitterballen mee moet nemen. ’Verdomd Louis, dit kon het weleens zijn!’ ervan overtuigd dat toekomstig onheil afgewenteld is, ontspant Karel. Langzaam leunt hij achterover.  
Een maand later treffen de twee vrienden elkaar opnieuw. ‘En, hoe is het gegaan? Heb je goeie afspraken kunnen maken?’ vraagt Louis. ‘Man het overtreft mijn verwachtingen!’ antwoordt Karel terwijl hij Louis vriendschappelijk op zijn schouder  slaat ‘ Afspraken? Wat heet?! Ze zijn razend enthousiast, ze gaan fietsen, hardlopen, zwemmen, én gezonder leven. Nou ja, of het echt gezond is, kun je, je afvragen, maar zij geloven erin. Mijn schoondochters slaan helemaal door. Superfoods! Ze eten gojibessen, cacaobonen, hennepzaad, tarwegras, bessen, knoflook en vette vis. Die meiden laten zich ook echt van alles wijsmaken. Maar ach, ze zijn in ieder geval met hun gezondheid bezig in plaats van feestvieren. Als ze dan straks gaan fluiten van al dat vogelvoer zal dat mij een zorg zijn’. zegt Karel met pretlichtjes in zijn ogen. ‘Ja, en voordat je me onderbreekt, de afspraken zijn SMART! Maandelijks evalueer ik de resultaten met mijn zoons en zij hebben op hun beurt bilateraaltjes met hun vrouwen en kinderen. Over een halfjaar hebben we een tussenevaluatie. Wie dan het best scoort, mag een lang weekend met gezin naar Parijs. Tjonge, wie had dat gedacht, mijn oudste zoon die traint voor de marathon en de andere wil de top van Mount Ventoux fietsend bereiken. Ik zie de toekomst weer met vertrouwen tegemoet. Zullen we nu een balletje slaan Louis? stelt Karel voor. ‘Ik moet natuurlijk ook wel iets aan sport doen.’ Met een veerkrachtige tred lopen de mannen met hun golfclubs de baan op.
 
Een halfjaar later treffen de beide mannen elkaar in de herensociëteit. Karel doet verslag van de tussenevaluatie. Zijn oudste zoon is met zijn gezin in Parijs. ‘Je oudste zoon heeft dus het best gescoord? Kan het gezin van je jongste zoon de competitie aan?’ informeert Louis ‘want het is natuurlijk wel de bedoeling dat beide gezinnen blijven presteren’ voegt hij eraan toe. ‘Het is vooral mijn kleindochter die de boel aanjaagt’. zegt Karel ‘Die is zo ambitieus, die wil winnen! Het gezin van mijn jongste zoon, loopt weliswaar een beetje achter, maar ze doen het goed hoor. Ze zijn volop in training. Mijn schoondochter presteert goed op de tennisbaan, mijn kleindochter slaat ook een aardig balletje en tussendoor zijn ze te vinden in de sportschool. Mijn zoon is aan het fietsen. Ja en fanatiek hoor. Het feesten is definitief voorbij, daar hebben ze geen tijd meer voor. Ze hebben nergens tijd voor. Onlangs was mijn echtgenote jarig, ze zijn amper een uurtje geweest. Toen moesten ze alweer weg. Mijn zoon moest fietsen en mijn schoondochter had een wedstrijd.’ ‘En je kleinzoon, wat doet die?’ wil Louis weten. ‘Oh Tom! Tja, nu je het zegt, dat weet ik eigenlijk niet. Ach Tom, die is altijd zo in zichzelf gekeerd, die hoor je niet.’ ‘Wanneer is de eindevaluatie?’ vraagt Louis. ‘Eerste kerstdag! We gaan er iets speciaals van maken. Een gezamenlijk kerstdiner en een feestelijke uitreiking van de cheque voor de wereldreis. En niet te vergeten, afspraken voor nieuwe doelen voor het komende jaar. Nu trakteer ik je op een borrel kerel, want ik ben je er één verschuldigd. Een whisky en een cognac ober en doe er meteen die bitterballen bij.’ 
 
Drie maanden later gaat het mis. Tom -verloren geraakt in de prestatiedrang van zijn familie- zit flink in de problemen. Drugsverslaafd, diefstal en enorme gokschulden! Zijn nieuwe ‘vrienden’ zijn op de hoogte van zijn illegale handel én van het feit dat hij een telg is uit een welgestelde familie. Sinds een halfjaar wordt Tom gechanteerd. Zijn wanhooppogingen om de problemen met zijn ouders te bespreken zijn telkens op niets uitgelopen. Geen tijd, te druk! Te druk met sporten, sinaasappels persen, noten kraken, eten van bessen en vogelzaad, Te druk met scoren!       
Grootvader, als patriarch van de familie biedt hulp, hij kan de schande niet verdragen. De schande dat zijn goede naam, de naam van het familiebedrijf te grabbel wordt gegooid. In verband wordt gebracht met criminaliteit nota bene. Hij betaalt de gokschulden van zijn kleinzoon, de kosten van de behandeling in het particuliere afkickcentrum en de geleden schade van de gedupeerden. Maar het kwaad is geschied. Klanten keren het bedrijf de rug toe. Het ooit zo gerenommeerde bedrijf staat op de rand van de afgrond.