dinsdag 12 augustus 2014

Marktwerking



Met de wind in de haren lopen we vanaf de haven op Ameland naar onze gehuurde vakantiewoning, een commandeurswoning uit 1754.  We hebben net de kinderen uitgezwaaid die na een logeerweekend weer naar vaste wal zijn vertrokken. School begint morgen weer! Terug in ons tijdelijke maar oh zo leuke onderkomen voor deze week, zien we onder de tafel twee knalroze gympen liggen. ‘Ja hoor, natuurlijk! De schoenen van Britt, zijn ze vergeten!’

‘Wat een sufferds, ik zal ze even bellen’ roep ik terwijl ik mijn telefoon pak. Maar ik bedenk me en in plaats van bellen besluit ik een fotootje te maken. De zuurstokroze schoentjes tegen een achtergrond  van antiek blauwe tegeltjes boven op de oude schouw leveren een decoratief plaatje op. Samen met de begeleidende tekst; ‘De schoenen van Britt blijven nog een weekje op vakantie!’ hoop ik dat het signaal duidelijk is wanneer ik het op facebook post.

De rest van de week draag ik de roze stappers in een rugzakje met me mee en fotografeer ze op al mogelijke plekjes. Elke dag komt Britt vanuit school naar huis gerend, benieuwd waar haar schoenen die dag weer zijn geweest. Geweldig vindt ze het en haar vriendinnen ook.  Heel groep 3 geniet mee met de avonturen van Britt’s schoenen. Mij daagt het uit om de gympen op steeds gekkere plekjes neer te zetten. De gêne voor mijn afwijkend gedrag laat ik al snel varen. Sterker nog het gedoe met die foto’s voegt een extra dimensie aan mijn vakantie toe. Dit ga ik vaker doen!

Voor mijn volgend reisje besluit ik pumps aan te schaffen. Lekker ordinair en niet duur is de voorwaarde. Op de Dappermarkt in Amsterdam sla ik mijn slag. Knalrood, spotgoedkoop en met onmogelijke hakken, totaal ongeschikt voor een wandelvakantie.
‘Welke maat mot het zijn?’ vraagt de marktkoopman
‘Maakt niet uit doet u mij de kleinste maar, die wegen het minst’ antwoord ik. Als betrokken provinciaaltje verwacht ik een reactie van de man maar zonder een spier te vertrekken pakt de man maatje zevenendertig voor me. ‘Doosje mee?’ vraagt hij nog terwijl hij alweer bezig is zijn handel aan de man te brengen. Wat kan het hem schelen?
‘Nee, zonder doos graag’ terwijl ik het plastic tasje met de rode schoentjes van hem aanneem. Thuisgekomen , leg ik mijn nieuwe aanwinst in de kast waar ze nog een tijdje moeten blijven om uiteindelijk een half jaar later in Normandië te belanden.

Op de laatste dag van onze vakantie gaan we naar de markt. In Frankrijk hoort dat er nu eenmaal bij wat mij betreft, bovendien is het een mooie gelegenheid om voor ‘mijn’ schoentjes  een eigenaresse te zoeken die ze gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn. In mijn beste Frans schrijf ik met een dikke stift op stevig karton dat de schoenen gratis zijn, veel gezien hebben, maar nog nooit gedragen zijn.  Tegenover een café dat uitkijkt op de markt leg ik het karton op de grond, zet de schoenen er bovenop en nemen we plaats op het terras. We bestellen een café au lait en gaan er eens goed voor zitten. 
Nadat verschillende mensen de schoenen zijn gepasseerd zonder ze een blik waardig te gunnen, blijft een man staan. Hij leest het briefje, trekt zijn wenkbrauwen op en loopt door. Kennelijk wekt dit de nieuwsgierigheid van velen, want opeens wordt het druk bij de schoenen. Het meisje van de bloemenkraam, een slanke Française  houdt de beweging rondom de schoenen nauwlettend in de gaten. Ze wil ze hebben, daar zijn we van overtuigd. Ze blijft maar om de schoenen heen dralen. Nog een keer leest ze het briefje, dit keer met een oudere dame. Ze overleggen wat. Het meisje kijkt om zich heen, ziet ons, schrikt en loopt weer terug.  Eventjes maar, want tien tellen later staat ze er weer en met de vastberadenheid van een roofdier met zijn prooi in het vizier houdt ze de schoenen in de gaten. Dan, als door een wesp gestoken komt ze naar ons toe. Of de schoenen echt gratis zijn vraagt ze. Wanneer wij dat bevestigend beantwoorden  en zeggen dat ze  ‘gratuit et pour vous’ zijn, durft ze ze te pakken. Trots poseert ze voor de camera.

Ik laat haar de foto’s zien van haar schoenen bij de zee, op de kademuur bij Etretat. Naast een parapluutje of hangend uit een getralied raam na een verregende dag alsof ze willen zeggen ‘dit zijn geen schoenen voor binnen.’ Op een terras, glurend onder een badhokje, achteloos achtergelaten in een maïsveld door een eigenaresse met ondeugende plannen, wandelend over een zebrapad, uitgeschopt bij een boottrailer met kanos alsof de draagster ervan is gaan varen en voor de poort van een château.  

Misschien verklaart ze me voor gek, net als een deel van mijn reisgezelschap toen zij niet met de rode pumps op de foto wilden. ‘Uh nee, niet met die schoenen, dat is jouw dingetje.’ Maar een feit is dat de pumps iets toegevoegd hebben aan onze reis.

Op de laatste foto prijken de rode schoentjes aan de voeten van de onze lieftallige Française en ineens zijn ze niet meer ordinair.

Alsof ze voor haar gemaakt zijn.

 

 

 


woensdag 18 juni 2014

 
 
 
zo rood is de lucht
 
met mijn hoofd in de wolken
 
oh,  zwoele  zomer


woensdag 21 mei 2014

Blauwe maandag?


  • Bent u weleens gediagnosticeerd met een psychische aandoening?
  • Heeft u weleens drugs gebruikt?
  • Bent u bekend met ADD of oftewel de aandachttekortstoornis?
  • Is ooit een hersentumor bij u geconstateerd? 
Zo maar een paar vragen uit een onderzoek van Dr. R. Rouw van de Universiteit van Amsterdam, waar ik me vrijwillig voor heb opgegeven. Ik schrik me dood!

Dat komt wel even binnen op een maandagochtend tijdens het ontbijt, wanneer ik desgevraagd de test die ze mij digitaal heeft toegestuurd, aan het invullen ben. Dit klinkt toch echt als een serieuze aandoening terwijl ik dacht dat ik alleen maar prettig gestoord was.

Je hoort het goed, ik heb een stoornis. Ik doe daar helemaal niet moeilijk over, ben je gek? Onder mijn hersenpan gaan dingen nu eenmaal een beetje anders dan in een ‘normaal’ brein. Maar zeg nu zelf, wat is normaal? Wie het weet mag het zeggen.

Jarenlang ben ik me voltrekt niet bewust geweest van ‘mijn afwijking.’ Totdat, tijdens wat slap geouwehoer met een stel vrienden in een kroeg, de manier hoe ik tegen sommige dingen aankijk ter sprake kwam. Na een door mij en passant gemaakte opmerking over een afspraak die ik op een woensdag in mijn agenda noteerde, werd ik meewarig aangekeken. Je weet wel... met van die blikken.

'Had je, voordat we vanavond gingen stappen soms al wat gedronken?' vroeg de eerste die weer bij stem was. 'Of gerookt?' vroeg een andere grapjas.
'Hoezo? zeg ik iets geks? Jullie kijken me zo raar aan!'
'Je gaat toch niet vertellen dat je meende wat je net zei?' vroeg mijn vriendin. Verbaasd kijk ik haar aan. 'Hoezo, wat zou ik niet gemeend moeten hebben?'
'Nou van die afspraak op die specifieke woensdag'.'Specifieke woensdag? Behalve die afspraak die we net gemaakt hebben, is er toch niets bijzonders aan die woensdag?' Ik begrijp er echt helemaal niets van. Mijn vriendin neemt mij met een zorgelijke blik op en zoekt oogcontact,        kennelijk om bevestiging te vragen, met de anderen. Hetgeen haar lukt. Zes paar ogen kijken mij onderzoekend aan.
'Jongens, hou eens op zeg! Jullie doen net alsof ik niet helemaal lekker ben' en ik begin een beetje ongemakkelijk op mijn stoel te schuiven. 
'En beetje duidelijk alsjeblieft! Wat doe ik er zo raar in jullie ogen? Kom maar op, ik kan het hebben hoor' zei ik nog om de toon wat luchtig te houden want de sfeer was inmiddels aardig omgeslagen.'Jij had het over een groene woensdag?!' zegt mijn vriendin half vragend, half oordelend.'Nou en,wat is daar nou zo gek aan? Oké, de toevoeging groen is niet echt nodig misschien. Een pleonasme dus, net zoiets als een witte sneeuw en een ronde cirkel, maar om daar nu zo’n ophef over te maken, vind ik een beetje overdreven'  inmiddels raak ik een behoorlijk geïrriteerd.'Huh' roepen ze bijna in koor en alsof afgesproken zakt de hele groep achterover in hun stoelen. 'Groene woensdag!' gierte er één van het lachen.'Ja, net zoals de donderdag bruin is, de vrijdag blauw, de zaterdag antraciet, de zondag goudgeel, de maandag wit en de dinsdag rood is!' antwoord ik chagrijnig waarop mijn glas witte wijn, waar ik nog maar net één slokje uit gedronken had, word vervangen door een kop zwarte koffie.

Vanaf dat moment weet ik dat het ‘vreemd’ is om de dagen van de week met kleuren te associëren. Een aantal jaren later, zag ik een documentaire op tv over deze afwijking of liever gezegd het fenomeen dat bekend staat als synesthesie. Door middel van een bepaalde techniek waar ik niet verder op in zal gaan, is aangetoond dat bij synestheten (een op de twintig mensen is bekend met een of andere vorm ervan) door de waterstofbanen in de hersenen meer verbindingen worden gelegd dan bij mensen die deze eigenschappen niet hebben. Door deze verbindingen worden associaties gemaakt met geuren en kleuren. (Het kleur-en geurveld zit dicht bij elkaar) Zintuigen werken op een bijzondere manier samen. In recent onderzoek wordt gekeken naar het vermogen van mensen met deze ‘aandoening’ om  al dan niet beter te kunnen visualiseren.

Toen laatst een buurmeisje tegen mij zei dat het ergens zo paars had geroken moest ik glimlachen. Waar het naar rook, was voor het mij een raadsel, maar haar redenering kan ik volgen.Mijn buurmeisje en ik, we associëren er wat op los. Aan mr. G.B.J. Hilterman die in mijn jeugd op zondagmiddag om 13.00 uur de toestand in de wereld besprak, is altijd een gele kleur en de geur en smaak van groentesoep blijven hangen, maar verder houdt het bij mij op bij maanden en de dagen van de week. Maar stel je eens een boekhouder voor die bij elke cijfer een andere kleur of geur waarneemt. Telkens wanneer hij het cijfer drie noteert, waant hij zich in een veld vol met lavendel, bij een zeven ruikt hij de zee en bij een acht proeft hij chocolade. Zo'n man heeft toch een dijk van een baan! Elk beroep is op die manier een avontuur.
Ik ben wel blij met mijn synesthesie. Het is vooral erg handig. Voor mij is het een extra geheugensteuntje. Een afspraak die ik maak op woensdag heeft groene glans, maar van die blauwe maandag klopt natuurlijk helemaal niets. Mijn maandag is al sinds jaar en dag zo wit als een laken.

De associatie, maandag wasdag? Het zou zo maar kunnen. Heerlijk zo’n afwijking. Toch prettig gestoord dus!


zondag 27 april 2014


De sinaasappels geperst,

hooguit een kwartiertje voor gebruik,

zo blijven ze het verst.

Een stukje kaas, een eitje en aardbeien zo zoet dat ik ze ruik,

uitzicht op zee of op een blinde muur,

ontbijten met mijn lief

-een gelukkig uur-

Hij is vegetariër, dus vandaag geen cornedbeef!

zaterdag 8 maart 2014

Meer rood op straat!



Af en toe vind ik het heerlijk om mijn fantasie de vrije loop te laten. Je wilt niet weten wat ik bedenk tijdens een ochtendwandeling. Vanochtend realiseerde ik me dat van alle kleuren een lichte variant bestaat. Behalve van rood. Om mijn gelijk te bewijzen heb ik verschillende kleuren de revue laten passeren. Licht geel, licht bauw, licht groen, licht grijs enzovoort. Zwart en wit, doen niet mee. Dat zijn geen kleuren.
Natuurlijk, kent ook rood zijn nuances, maar dan krijgt het een toevoeging. Een duidelijke verwijzing in welke richting we het moeten zoeken: tomaat, bordeaux, bloed, koraal, enzovoort. Wordt een lichte teint bedoeld dan is het roze, flets- of bleekrood, nooit licht rood!
Helder! Een duidelijke kleur dus. Iedereen weet wat bedoeld wordt met rood.
Waarom geldt dit dan niet voor politici?
Woensdag 19 maart mogen we weer stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen. Hoewel het een recht is, zie ik het als mijn plicht om te stemmen, maar ik heb het er moeilijk mee.
Volgens de kieswijzer zou ik SP moeten stemmen. Ik moet toegeven dat hun verkiezingsprogramma mij aanspreekt en toch bezorgt die partij mij kippevel. Ik verdenk ze van een streng van bovenaf gestuurd beleid. Ik houd daar niet van. Bovendien landelijk net even te vaak op één lijn met de PVV en dat eeuwige afzetten tegen de Partij van de Arbeid. Mensen, houd daar eens mee op. Hou op te mekkeren en neem je verantwoordelijkheid! Altijd dat zure, kies dan geen tomaat als logo als je er niet tegen kunt!
GroenLinks wil in mijn gemeente, omdat zij de schouwburg zo een waardevolle instelling vindt binnen de culturele infrastructuur en culturele educatie deze verzelfstandigen. De schouwburg zou dan meer ruimte krijgen om te ondernemen, bijvoorbeeld door sponsoring. Privatiseren, was dit niet het stokpaardje van de VVD? Gewoon een rechts verhaal dus. Zulke goede ervaringen hebben we niet. Er rijdt geen trein meer op tijd. Post wordt, als je geluk hebt, vier keer per week bezorgd, maar ja wel vier keer per dag door Jan en alleman, dat dan weer wel. En zijn onze ziektekostenpremies ooit zo hoog geweest en de macht van verzekeringmaatschappijen ooit zo groot sinds we het aan de vrije markt overhebben gelaten? Dacht het niet. Koning Achmea wordt hier overigens volledig in gesteund door onze minister van gezondheidszorg. ‘Schipper naast God’ zal ik maar zeggen. Het bedrijfsleven in Meppel zal  iets van die sponsoring terug willen zien. Krijgen ze invloed op de programmering? Het ‘Japie de Boer- gala’ met Amsterdamse folklore? Krijgen we alleen nog voorstellingen die veel bezoekers trekken omwille van de inkomsten? Wat blijft er dan over van onze cultuureducatie?
D66? Er zijn mensen die deze partij als links beschouwen. Hoewel er best een paar geschikte peren op de lijst staan, vind ik de partij persoonlijk veel te liberaal en zo verschrikkelijk 1966. Nee, ook deze club valt af.
De lokalo’s dan? Een verzameling van uiterst links tot uiterst dom, heb ik ze genoemd horen worden. Tja, daar zit wat in, bovendien met een stemadvies van Blondie op zak, nee dank je!
In het verkiezingsprogramma van de De Partij van de Arbeid lees ik dat de partij verwacht dat het lokaal uitvoeren van de AWBZ (algemene wet bijzondere ziektekosten) en de jeugdzorg goed mogelijk is. Efficiënter en effectiever zelfs!  Men wil een ander soort relatie opbouwen met de professionele hulpverleners. Eerst weten wie een hulpvraag heeft en vervolgens zorg op maat inkopen zegt de pvdA. Vrijwilligers zijn in dit proces onmisbaar. Opmerkelijk! Wat lees ik hier nu? Vrijwilligers in plaats van professionele hulpverleners? De partij  gaat zorgen dat er niemand tussen wal en schip valt. Nou ja op die vrijwilliger na dan. Heb ik het tweede ‘v-tje’ in de partijnaam soms het hoofd gezien? PvdvA, partij van de vrijwillige arbeid?
Het kan toch niet waar zijn dat straks het UWV de enige partij die zich ‘zorgen’ maakt over verdringing op de arbeidsmarkt?
Gelukkig zegt de PvdA toe zich in te zetten voor behoud van werkgelegenheid bij ons plaatselijke ziekenhuis. Jammer is dan weer wel dat de politiek hier helemaal niet over gaat.
Ik moet er nog eens goed over nadenken, maar het best kunnen dat mijn stem net zo kleurloos zal zijn als de linkse politiek.

Blanco!

zaterdag 22 februari 2014

IJsje?


Vijfentwintig graden, een strakblauwe lucht en geen wolkje te bekennen. Echt een dag om er op uit te trekken. Wandelen in de Weerribben - de Kop van Overijssel- we zijn de enige niet.  Veel fietsers, auto’s en motorrijders. Ook op het water is het druk. Regelmatig wachten voor de brug dus, geeft niet. Het is wel leuk eigenlijk, dat gedoe op het water.

Na een veel te lange winter lijkt iedereen opgetogen over deze mooie dag. Mensen groeten elkaar en praten wat samen. Er wordt gelachen, een blije dag!
Uit alle mogelijke routes kiezen we de rode. Deze leidt ons langs het water en door het bos. De natuur is prachtig. We genieten met volle teugen.

Voor we het weten staan we weer bij de auto. Er naast staat een ijscokar. ‘Schepijs, vanille en aardbei’ staat op het bord.

‘Lekker!’ roepen we allebei en begeven ons richting ijscokar.

Wanneer de ijscoman -voorovergebogen over zijn kar om het ijs eruit te schrapen- overeind komt en ons vriendelijk groet, zien we alleen zijn dikke, rode neus. Een reuzenaardbei lijkt het.

‘Wat mag het zijn?’ vraagt hij.

‘Twee oublies…… vanille graag!

zaterdag 21 december 2013

Een angstige gedachte


Auschwitz en Auschwitz-Birkenau, ik ben er geweest. Ik heb er gestaan. Tussen de barakken. Met dezelfde grond onder mijn voeten, hetzelfde uitzicht, dezelfde plek. De plek waar veel mensen de dood hebben gevonden. De plek waar mensen hun laatste angstige uren beleefd hebben. Ik was er om te begrijpen. Me enigszins een voorstelling te kunnen maken van wat er gebeurd is. Ik heb de stapel brillen gezien, de berg schoenen, het afgeschoren vrouwenhaar, de opeengestapelde koffers. De zogenaamde douches, het crematorium. Ik ben onder de poort met de leugen 'Arbeit macht frei' doorgelopen. Ik heb de foto’s gezien van de uitgemergelde gezichten, van vrouwen in de barakken op houten bedden. Bedden die ik letterlijk aan kon raken. Wat ik niet deed, uit eerbied. Eerbied voor de slachtoffers.
Ik heb de hekken gezien, het prikkeldraad, de wachtposten, de huizen van de Kampfpolizei. De deurkruk die ik letterlijk kon aanraken. Wat ik niet deed, uit afschuw. Afschuw voor hen.
Ik was daar om te begrijpen, te voelen, te zien wat er gebeurd is. Samen met anderen, veel anderen. Dat samen schept een band, samen waren we onthutst en samen voelden we ons klein. Hoe meer ik zag, hoe minder ik begreep. Stilte nam het van ons over. In mijn hoofd duizelde het van de vragen. Waarom? Hoe? Hoe kunnen mensen elkaar dit aandoen? Hoe heeft het kunnen gebeuren? Zo lang en zo veel mensen systematisch uitgemoord.  Het kan toch niet waar zijn dat men het niet wist. Als ik inzoom op de individuele kampbewaarder. Hij zag wat er voor zijn ogen gebeurde. De NSB-er, de verrader, de Nederlandse politieman die Levi en Benjamin hielp opsporen. Iemand moet zich het toch afgevraagd hebben? Beseft hebben dat het niet deugt. Dat je geen mensen afvoert om wie ze zijn. Hoe kan het, welk mechanisme maakt dat je de andere kant op kijkt?
Wat zou ik gedaan hebben? Een vraag die zich aan mij opdringt.
 
                                        Een angstige gedachte

In herinnering ga ik terug naar een theatervoorstelling van Leen Jongewaard en Robert Long. Lang geleden en fel omstreden. De bedoeling was dat het publiek met rood-wit-blauwe vlaggetjes zou zwaaien wanneer de heren cabaretiers ons uitdaagden. We hielden immers van ons Vaderland. Maar de uitdagingen werden steeds dubieuzer en nationalistischer. Absoluut geen reden op enthousiast mee te vlaggen. Dat deed dus ook niemand, heel keurig. Totdat beide heren de weigeraars naar voren haalden op het podium. Ik voelde me ongemakkelijk. Om de druk te vergroten begaven ze de cabaretiers zich in het publiek. Ze kwamen nu wel erg dichtbij. Er werd meer en meer gevlagd.  Ik zat redelijk achteraan, maar ook toen vroeg ik me af wat ik zou doen.  Aan het eind van de voorstelling werd  de vergelijking met de oorlog getrokken. Is het dat? De angst om je te onderscheiden? Meelopen met de massa? 

                                        Een angstige gedachte

Bovenstaande schreef ik jaren geleden naar aanleiding van een bezoek aan het concentratiekamp. Afgelopen week zag ik de herdenking van 75 jaar Auschwitz. De toespraak van een van de overlevenden, Marian Turski, trof mij diep. Hij waarschuwde voor onverschilligheid en spoorde politiek leiders aan oog en zorg te hebben voor minderheden.
‘Auschwitz kwam niet opeens uit de lucht vallen’ stelde hij. ‘Auschwitz kroop en liep op zijn tenen, nam kleine stapjes en kwam steeds dichterbij tot dit gebeurde.’ Heel systematisch.
Een uitspraak die bevestiging vindt in de bevindingen van Hannah Arendt, politiek filosoof. Zij heeft onderzoek gedaan naar totalitaire samenlevingen. Als journaliste  deed zij verslag van het Eichmann-proces. Hannah Arendt stelde dat Eichman, de verantwoordelijke man voor het transport van Joden naar de concentratiekampen, een bureaucraat was die zijn taken zonder nadenken uitvoerde.
"Het is een treurige waarheid dat het meeste kwaad wordt gedaan door mensen die niet kiezen tussen goed of kwaad." (citaat Hannah Arendt)
Over het totalitarisme zegt Hannah Arendt dat het een politiek systeem is dat vrijwel altijd gebaseerd is op het absolute geloof aan één enkel idee of één enkel volk, en daarom meestal een zondebok-theorie kent. In haar tijd was het
het antisemitisme. Binnen een dergelijk systeem is er geen plaats meer voor open debat of afwijkende interpretaties en meningen, omdat alles onderworpen is aan dat ene idee.
    Marian Turski heeft gelijk met zijn waarschuwing waakzaam te zijn voor onverschilligheid, oog en oor te hebben voor minderheden. En hij heeft alle recht van spreken. Ook nu schuilt het gevaar. En het gevaar zit in onszelf. De werkgever die Mohamed en Achmed keer op keer uitsluit van een baan, politici die stemmen winnen door een complete bevolkingsgroep te stigmatiseren en niet te vergeten onze eigen rol door diezelfde politici te belonen tijdens de verkiezingen.
Auschwitz kwam ook niet uit de lucht vallen, een angstige gedachte.