woensdag 18 juni 2014

 
 
 
zo rood is de lucht
 
met mijn hoofd in de wolken
 
oh,  zwoele  zomer


woensdag 21 mei 2014

Blauwe maandag?


  • Bent u weleens gediagnosticeerd met een psychische aandoening?
  • Heeft u weleens drugs gebruikt?
  • Bent u bekend met ADD of oftewel de aandachttekortstoornis?
  • Is ooit een hersentumor bij u geconstateerd? 
Zo maar een paar vragen uit een onderzoek van Dr. R. Rouw van de Universiteit van Amsterdam, waar ik me vrijwillig voor heb opgegeven. Ik schrik me dood!

Dat komt wel even binnen op een maandagochtend tijdens het ontbijt, wanneer ik desgevraagd de test die ze mij digitaal heeft toegestuurd, aan het invullen ben. Dit klinkt toch echt als een serieuze aandoening terwijl ik dacht dat ik alleen maar prettig gestoord was.

Je hoort het goed, ik heb een stoornis. Ik doe daar helemaal niet moeilijk over, ben je gek? Onder mijn hersenpan gaan dingen nu eenmaal een beetje anders dan in een ‘normaal’ brein. Maar zeg nu zelf, wat is normaal? Wie het weet mag het zeggen.

Jarenlang ben ik me voltrekt niet bewust geweest van ‘mijn afwijking.’ Totdat, tijdens wat slap geouwehoer met een stel vrienden in een kroeg, de manier hoe ik tegen sommige dingen aankijk ter sprake kwam. Na een door mij en passant gemaakte opmerking over een afspraak die ik op een woensdag in mijn agenda noteerde, werd ik meewarig aangekeken. Je weet wel... met van die blikken.

'Had je, voordat we vanavond gingen stappen soms al wat gedronken?' vroeg de eerste die weer bij stem was. 'Of gerookt?' vroeg een andere grapjas.
'Hoezo? zeg ik iets geks? Jullie kijken me zo raar aan!'
'Je gaat toch niet vertellen dat je meende wat je net zei?' vroeg mijn vriendin. Verbaasd kijk ik haar aan. 'Hoezo, wat zou ik niet gemeend moeten hebben?'
'Nou van die afspraak op die specifieke woensdag'.'Specifieke woensdag? Behalve die afspraak die we net gemaakt hebben, is er toch niets bijzonders aan die woensdag?' Ik begrijp er echt helemaal niets van. Mijn vriendin neemt mij met een zorgelijke blik op en zoekt oogcontact,        kennelijk om bevestiging te vragen, met de anderen. Hetgeen haar lukt. Zes paar ogen kijken mij onderzoekend aan.
'Jongens, hou eens op zeg! Jullie doen net alsof ik niet helemaal lekker ben' en ik begin een beetje ongemakkelijk op mijn stoel te schuiven. 
'En beetje duidelijk alsjeblieft! Wat doe ik er zo raar in jullie ogen? Kom maar op, ik kan het hebben hoor' zei ik nog om de toon wat luchtig te houden want de sfeer was inmiddels aardig omgeslagen.'Jij had het over een groene woensdag?!' zegt mijn vriendin half vragend, half oordelend.'Nou en,wat is daar nou zo gek aan? Oké, de toevoeging groen is niet echt nodig misschien. Een pleonasme dus, net zoiets als een witte sneeuw en een ronde cirkel, maar om daar nu zo’n ophef over te maken, vind ik een beetje overdreven'  inmiddels raak ik een behoorlijk geïrriteerd.'Huh' roepen ze bijna in koor en alsof afgesproken zakt de hele groep achterover in hun stoelen. 'Groene woensdag!' gierte er één van het lachen.'Ja, net zoals de donderdag bruin is, de vrijdag blauw, de zaterdag antraciet, de zondag goudgeel, de maandag wit en de dinsdag rood is!' antwoord ik chagrijnig waarop mijn glas witte wijn, waar ik nog maar net één slokje uit gedronken had, word vervangen door een kop zwarte koffie.

Vanaf dat moment weet ik dat het ‘vreemd’ is om de dagen van de week met kleuren te associëren. Een aantal jaren later, zag ik een documentaire op tv over deze afwijking of liever gezegd het fenomeen dat bekend staat als synesthesie. Door middel van een bepaalde techniek waar ik niet verder op in zal gaan, is aangetoond dat bij synestheten (een op de twintig mensen is bekend met een of andere vorm ervan) door de waterstofbanen in de hersenen meer verbindingen worden gelegd dan bij mensen die deze eigenschappen niet hebben. Door deze verbindingen worden associaties gemaakt met geuren en kleuren. (Het kleur-en geurveld zit dicht bij elkaar) Zintuigen werken op een bijzondere manier samen. In recent onderzoek wordt gekeken naar het vermogen van mensen met deze ‘aandoening’ om  al dan niet beter te kunnen visualiseren.

Toen laatst een buurmeisje tegen mij zei dat het ergens zo paars had geroken moest ik glimlachen. Waar het naar rook, was voor het mij een raadsel, maar haar redenering kan ik volgen.Mijn buurmeisje en ik, we associëren er wat op los. Aan mr. G.B.J. Hilterman die in mijn jeugd op zondagmiddag om 13.00 uur de toestand in de wereld besprak, is altijd een gele kleur en de geur en smaak van groentesoep blijven hangen, maar verder houdt het bij mij op bij maanden en de dagen van de week. Maar stel je eens een boekhouder voor die bij elke cijfer een andere kleur of geur waarneemt. Telkens wanneer hij het cijfer drie noteert, waant hij zich in een veld vol met lavendel, bij een zeven ruikt hij de zee en bij een acht proeft hij chocolade. Zo'n man heeft toch een dijk van een baan! Elk beroep is op die manier een avontuur.
Ik ben wel blij met mijn synesthesie. Het is vooral erg handig. Voor mij is het een extra geheugensteuntje. Een afspraak die ik maak op woensdag heeft groene glans, maar van die blauwe maandag klopt natuurlijk helemaal niets. Mijn maandag is al sinds jaar en dag zo wit als een laken.

De associatie, maandag wasdag? Het zou zo maar kunnen. Heerlijk zo’n afwijking. Toch prettig gestoord dus!


zondag 27 april 2014


De sinaasappels geperst,

hooguit een kwartiertje voor gebruik,

zo blijven ze het verst.

Een stukje kaas, een eitje en aardbeien zo zoet dat ik ze ruik,

uitzicht op zee of op een blinde muur,

ontbijten met mijn lief

-een gelukkig uur-

Hij is vegetariër, dus vandaag geen cornedbeef!

zaterdag 8 maart 2014

Meer rood op straat!



Af en toe vind ik het heerlijk om mijn fantasie de vrije loop te laten. Je wilt niet weten wat ik bedenk tijdens een ochtendwandeling. Vanochtend realiseerde ik me dat van alle kleuren een lichte variant bestaat. Behalve van rood. Om mijn gelijk te bewijzen heb ik verschillende kleuren de revue laten passeren. Licht geel, licht bauw, licht groen, licht grijs enzovoort. Zwart en wit, doen niet mee. Dat zijn geen kleuren.
Natuurlijk, kent ook rood zijn nuances, maar dan krijgt het een toevoeging. Een duidelijke verwijzing in welke richting we het moeten zoeken: tomaat, bordeaux, bloed, koraal, enzovoort. Wordt een lichte teint bedoeld dan is het roze, flets- of bleekrood, nooit licht rood!
Helder! Een duidelijke kleur dus. Iedereen weet wat bedoeld wordt met rood.
Waarom geldt dit dan niet voor politici?
Woensdag 19 maart mogen we weer stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen. Hoewel het een recht is, zie ik het als mijn plicht om te stemmen, maar ik heb het er moeilijk mee.
Volgens de kieswijzer zou ik SP moeten stemmen. Ik moet toegeven dat hun verkiezingsprogramma mij aanspreekt en toch bezorgt die partij mij kippevel. Ik verdenk ze van een streng van bovenaf gestuurd beleid. Ik houd daar niet van. Bovendien landelijk net even te vaak op één lijn met de PVV en dat eeuwige afzetten tegen de Partij van de Arbeid. Mensen, houd daar eens mee op. Hou op te mekkeren en neem je verantwoordelijkheid! Altijd dat zure, kies dan geen tomaat als logo als je er niet tegen kunt!
GroenLinks wil in mijn gemeente, omdat zij de schouwburg zo een waardevolle instelling vindt binnen de culturele infrastructuur en culturele educatie deze verzelfstandigen. De schouwburg zou dan meer ruimte krijgen om te ondernemen, bijvoorbeeld door sponsoring. Privatiseren, was dit niet het stokpaardje van de VVD? Gewoon een rechts verhaal dus. Zulke goede ervaringen hebben we niet. Er rijdt geen trein meer op tijd. Post wordt, als je geluk hebt, vier keer per week bezorgd, maar ja wel vier keer per dag door Jan en alleman, dat dan weer wel. En zijn onze ziektekostenpremies ooit zo hoog geweest en de macht van verzekeringmaatschappijen ooit zo groot sinds we het aan de vrije markt overhebben gelaten? Dacht het niet. Koning Achmea wordt hier overigens volledig in gesteund door onze minister van gezondheidszorg. ‘Schipper naast God’ zal ik maar zeggen. Het bedrijfsleven in Meppel zal  iets van die sponsoring terug willen zien. Krijgen ze invloed op de programmering? Het ‘Japie de Boer- gala’ met Amsterdamse folklore? Krijgen we alleen nog voorstellingen die veel bezoekers trekken omwille van de inkomsten? Wat blijft er dan over van onze cultuureducatie?
D66? Er zijn mensen die deze partij als links beschouwen. Hoewel er best een paar geschikte peren op de lijst staan, vind ik de partij persoonlijk veel te liberaal en zo verschrikkelijk 1966. Nee, ook deze club valt af.
De lokalo’s dan? Een verzameling van uiterst links tot uiterst dom, heb ik ze genoemd horen worden. Tja, daar zit wat in, bovendien met een stemadvies van Blondie op zak, nee dank je!
In het verkiezingsprogramma van de De Partij van de Arbeid lees ik dat de partij verwacht dat het lokaal uitvoeren van de AWBZ (algemene wet bijzondere ziektekosten) en de jeugdzorg goed mogelijk is. Efficiënter en effectiever zelfs!  Men wil een ander soort relatie opbouwen met de professionele hulpverleners. Eerst weten wie een hulpvraag heeft en vervolgens zorg op maat inkopen zegt de pvdA. Vrijwilligers zijn in dit proces onmisbaar. Opmerkelijk! Wat lees ik hier nu? Vrijwilligers in plaats van professionele hulpverleners? De partij  gaat zorgen dat er niemand tussen wal en schip valt. Nou ja op die vrijwilliger na dan. Heb ik het tweede ‘v-tje’ in de partijnaam soms het hoofd gezien? PvdvA, partij van de vrijwillige arbeid?
Het kan toch niet waar zijn dat straks het UWV de enige partij die zich ‘zorgen’ maakt over verdringing op de arbeidsmarkt?
Gelukkig zegt de PvdA toe zich in te zetten voor behoud van werkgelegenheid bij ons plaatselijke ziekenhuis. Jammer is dan weer wel dat de politiek hier helemaal niet over gaat.
Ik moet er nog eens goed over nadenken, maar het best kunnen dat mijn stem net zo kleurloos zal zijn als de linkse politiek.

Blanco!

zaterdag 22 februari 2014

IJsje?


Vijfentwintig graden, een strakblauwe lucht en geen wolkje te bekennen. Echt een dag om er op uit te trekken. Wandelen in de Weerribben - de Kop van Overijssel- we zijn de enige niet.  Veel fietsers, auto’s en motorrijders. Ook op het water is het druk. Regelmatig wachten voor de brug dus, geeft niet. Het is wel leuk eigenlijk, dat gedoe op het water.

Na een veel te lange winter lijkt iedereen opgetogen over deze mooie dag. Mensen groeten elkaar en praten wat samen. Er wordt gelachen, een blije dag!
Uit alle mogelijke routes kiezen we de rode. Deze leidt ons langs het water en door het bos. De natuur is prachtig. We genieten met volle teugen.

Voor we het weten staan we weer bij de auto. Er naast staat een ijscokar. ‘Schepijs, vanille en aardbei’ staat op het bord.

‘Lekker!’ roepen we allebei en begeven ons richting ijscokar.

Wanneer de ijscoman -voorovergebogen over zijn kar om het ijs eruit te schrapen- overeind komt en ons vriendelijk groet, zien we alleen zijn dikke, rode neus. Een reuzenaardbei lijkt het.

‘Wat mag het zijn?’ vraagt hij.

‘Twee oublies…… vanille graag!

zaterdag 21 december 2013

Een angstige gedachte


Auschwitz en Auschwitz-Birkenau, ik ben er geweest. Ik heb er gestaan. Tussen de barakken. Met dezelfde grond onder mijn voeten, hetzelfde uitzicht, dezelfde plek. De plek waar veel mensen de dood hebben gevonden. De plek waar mensen hun laatste angstige uren beleefd hebben. Ik was er om te begrijpen. Me enigszins een voorstelling te kunnen maken van wat er gebeurd is. Ik heb de stapel brillen gezien, de berg schoenen, het afgeschoren vrouwenhaar, de opeengestapelde koffers. De zogenaamde douches, het crematorium. Ik ben onder de poort met de leugen 'Arbeit macht frei' doorgelopen. Ik heb de foto’s gezien van de uitgemergelde gezichten, van vrouwen in de barakken op houten bedden. Bedden die ik letterlijk aan kon raken. Wat ik niet deed, uit eerbied. Eerbied voor de slachtoffers.
Ik heb de hekken gezien, het prikkeldraad, de wachtposten, de huizen van de Kampfpolizei. De deurkruk die ik letterlijk kon aanraken. Wat ik niet deed, uit afschuw. Afschuw voor hen.
Ik was daar om te begrijpen, te voelen, te zien wat er gebeurd is. Samen met anderen, veel anderen. Dat samen schept een band, samen waren we onthutst en samen voelden we ons klein. Hoe meer ik zag, hoe minder ik begreep. Stilte nam het van ons over. In mijn hoofd duizelde het van de vragen. Waarom? Hoe? Hoe kunnen mensen elkaar dit aandoen? Hoe heeft het kunnen gebeuren? Zo lang en zo veel mensen systematisch uitgemoord.  Het kan toch niet waar zijn dat men het niet wist. Als ik inzoom op de individuele kampbewaarder. Hij zag wat er voor zijn ogen gebeurde. De NSB-er, de verrader, de Nederlandse politieman die Levi en Benjamin hielp opsporen. Iemand moet zich het toch afgevraagd hebben? Beseft hebben dat het niet deugt. Dat je geen mensen afvoert om wie ze zijn. Hoe kan het, welk mechanisme maakt dat je de andere kant op kijkt?
Wat zou ik gedaan hebben? Een vraag die zich aan mij opdringt.
 
                                        Een angstige gedachte

In herinnering ga ik terug naar een theatervoorstelling van Leen Jongewaard en Robert Long. Lang geleden en fel omstreden. De bedoeling was dat het publiek met rood-wit-blauwe vlaggetjes zou zwaaien wanneer de heren cabaretiers ons uitdaagden. We hielden immers van ons Vaderland. Maar de uitdagingen werden steeds dubieuzer en nationalistischer. Absoluut geen reden op enthousiast mee te vlaggen. Dat deed dus ook niemand, heel keurig. Totdat beide heren de weigeraars naar voren haalden op het podium. Ik voelde me ongemakkelijk. Om de druk te vergroten begaven ze de cabaretiers zich in het publiek. Ze kwamen nu wel erg dichtbij. Er werd meer en meer gevlagd.  Ik zat redelijk achteraan, maar ook toen vroeg ik me af wat ik zou doen.  Aan het eind van de voorstelling werd  de vergelijking met de oorlog getrokken. Is het dat? De angst om je te onderscheiden? Meelopen met de massa? 

                                        Een angstige gedachte

Bovenstaande schreef ik jaren geleden naar aanleiding van een bezoek aan het concentratiekamp. Afgelopen week zag ik de herdenking van 75 jaar Auschwitz. De toespraak van een van de overlevenden, Marian Turski, trof mij diep. Hij waarschuwde voor onverschilligheid en spoorde politiek leiders aan oog en zorg te hebben voor minderheden.
‘Auschwitz kwam niet opeens uit de lucht vallen’ stelde hij. ‘Auschwitz kroop en liep op zijn tenen, nam kleine stapjes en kwam steeds dichterbij tot dit gebeurde.’ Heel systematisch.
Een uitspraak die bevestiging vindt in de bevindingen van Hannah Arendt, politiek filosoof. Zij heeft onderzoek gedaan naar totalitaire samenlevingen. Als journaliste  deed zij verslag van het Eichmann-proces. Hannah Arendt stelde dat Eichman, de verantwoordelijke man voor het transport van Joden naar de concentratiekampen, een bureaucraat was die zijn taken zonder nadenken uitvoerde.
"Het is een treurige waarheid dat het meeste kwaad wordt gedaan door mensen die niet kiezen tussen goed of kwaad." (citaat Hannah Arendt)
Over het totalitarisme zegt Hannah Arendt dat het een politiek systeem is dat vrijwel altijd gebaseerd is op het absolute geloof aan één enkel idee of één enkel volk, en daarom meestal een zondebok-theorie kent. In haar tijd was het
het antisemitisme. Binnen een dergelijk systeem is er geen plaats meer voor open debat of afwijkende interpretaties en meningen, omdat alles onderworpen is aan dat ene idee.
    Marian Turski heeft gelijk met zijn waarschuwing waakzaam te zijn voor onverschilligheid, oog en oor te hebben voor minderheden. En hij heeft alle recht van spreken. Ook nu schuilt het gevaar. En het gevaar zit in onszelf. De werkgever die Mohamed en Achmed keer op keer uitsluit van een baan, politici die stemmen winnen door een complete bevolkingsgroep te stigmatiseren en niet te vergeten onze eigen rol door diezelfde politici te belonen tijdens de verkiezingen.
Auschwitz kwam ook niet uit de lucht vallen, een angstige gedachte.

woensdag 2 oktober 2013

Er valt iets te winnen!


‘Na zorgvuldige overweging, moet ik u helaas mededelen dat u niet in aanmerking komt voor de functie van…’ - einde citaat.

De eerste regel van een afwijzing die ik per email heb ontvangen. In de volgende alinea wordt mij vriendelijk verzocht  geen contact op te nemen voor de motivering van deze beslissing.  Vanwege het groot aantal sollicitatiebrieven verwacht de mevrouw van HRM (Human Resource  Management) niet  alle afgewezen sollicitanten te woord te kunnen staan. Verder word ik hartelijk bedankt voor de getoonde belangstelling in de organisatie en wordt mij veel succes gewenst bij mijn volgende sollicitatie. Op de tweede alinea na,  een standaardafwijzing. Ik heb verschillende van gelijke strekking ontvangen. Hoeveel?  Geen idee, ik sta er meestal niet zo lang bij stil. Om niet ontmoedigd te raken, turf ik het aantal afwijzingen niet. De boodschap  die deze afwijzing onderscheidt  van de andere doet mijn wenkbrauwen liften, liever geen contact opnemen dus!  Dit ontneemt me de kans om door te vragen en er mijn voordeel mee te doen bij volgende sollicitaties. Is het arrogant of gewoon een redelijk verzoek? Afhankelijk van mijn bui beantwoord ik deze vraag wisselend  en hoewel het me frustreert besluit ik  aan het verzoek tegemoet te komen.
Lang niet altijd neem ik telefonisch contact op na een afwijzing.  Ik ben vijfenvijftig jaar en weet heel goed dat ik de ware reden van de afwijzing niet zal horen, maar in dit geval had ik graag een gesprekje gehad met de mevrouw van HRM.  Jammer dat  ze deur  met deze opmerking dicht gooit, ook voor haar. Ik had hem graag op een kiertje gehouden. Ik acht mijzelf namelijk geknipt voor die baan. Het zou een ommezwaai in mijn loopbaan betekenen, dat wel. Waarschijnlijk is dat aspect, naast het kleinigheidje van mijn leeftijd, een lastig punt geweest bij deze sollicitatie. Mijn opleiding en werkervaring sluiten niet aan bij de functie-eisen. Mijn interesse en passie echter zouden dit euvel ruimschoots compenseren. Ik vrees alleen dat mijn - oh zo enthousiaste- brief met Curriculum Vitae, na het zien van mijn geboortedatum bij de eerste selectie op de stapel ‘afgeschreven’ zijn beland. Ik neem het de vriendelijke mevrouw van HRM niet kwalijk. Zo gaat dat nu eenmaal in Werving-en-selectieland. Ga maar aanstaan, één vacature levert tegenwoordig honderden brieven op. De eerste selectie is op basis van harde criteria. Meestal opleiding en/of werkervaring en ja natuurlijk, leeftijd is een dingetje hoewel iedereen dat natuurlijk ontkent.
Je moet je onderscheiden zeggen mensen die er verstand van hebben. Jouw brief moet de recruiter nieuwsgierig maken. En nee, niet door er afdrukken van gestifte lippen op te drukken of met parfum te besprenkelen . De inhoud moet aanspreken, deze moet prikkelen.

Bij een volgende sollicitatie,  een  zandwinningbedrijf waar ze  een telefoniste vragen met feeling voor zand, besluit ik een  heus gedicht aan mijn motivatiebrief toe te voegen.
Feeling met zand? Maar natuurlijk heb ik feeling met zand. Wie heeft er nu niet in een zandbak gespeeld?  Je kunt mij toch niet verwijten dat het al zolang geleden is?
Ook dit keer ontving ik al snel een afwijzing met dezelfde strekking. Over het gedicht,waar ik zo mijn best op had gedaan, geen woord.
De snelheid waarmee afwijzingen verstuurd worden is choquerend. Vooral uitzendbureaus zijn hier goed in. Met een muisklik wordt de eerste selectie afgehandeld. In hooguit vijf minuten, amper de tijd die nodig is om een email te openen en in een oogopslag te checken, ben je afgewezen.
Bizar!  Frustreert het me? Nee, ik besluit dat niet te laten gebeuren.
Een telefoniste met feeling voor zand, ze lijken wel gek! Vanaf nu neem ik me voor me niet meer in allerlei idiote bochten te laten dwingen door mee te gaan in onmogelijke functie-eisen om vervolgens met hetzelfde nietszeggende riedeltje te worden afgewezen in de wetenschap dat alleen mijn leeftijd telt.
Intussen zit ik niet stil. Ik werk als vrijwilliger  in de plaatselijke bibliotheek, ontmoet veel mensen en breid - daarmee mijn netwerk uit-  en  volg diverse cursussen. De overige  vrije tijd stelt me in de gelegenheid kennis te maken met het culturele leven. Kortom mijn ontwikkeling staat niet stil. Ik heb weliswaar inkomen ingeleverd maar mijn leven is rijker geworden.
Natuurlijk geef ik niet op en solliciteer ik door, want ergens ligt een mooie uitdaging op mij te wachten, maar niet meer in het  wilde weg.
Dus dames en heren recruiters wacht niet te lang! Ik ga niet op jullie aanbod zitten wachten. Op een dag betreed ik zelf de arbeidsmarkt en ben ik de concurrent.

Ik heb namelijk wat te bieden!

Door water en wind

in  stralen, stormen en kastelen,

beschermt het en zuivert,

het knarst  tussen mijn tanden,  speelt met mijn tenen.

en glijdt  door mijn vingers.

Zand

 

Er valt iets te winnen!