vrijdag 17 mei 2013

Gelukkig, het regent!


Vanavond eten we een uurtje eerder en zonder knoflook. Dat laatste is belangrijk.
In tegenstelling tot vorige jaren is het hondenweer. Het regent de hele week al en de kans dat het morgen droog is, lijkt mij uiterst klein. Langer uitstellen heeft geen zin. Vandaag moet het maar gebeuren.
De kledingkeuze is niet moeilijk, spijkerbroek, laarzen en een regenjas. Het meest belangrijke attribuut is de paraplu.

 ‘Hallo’ zeg ik met een brede lach op mijn gezicht waardoor de begroeting extra hartelijk klinkt ’Het Longfonds!’ en houd haar de collectebus voor.
‘Oh hoi, ben je er weer? Je treft het niet’ is de reactie van de buurvrouw waarbij ze met een afkeurende blik naar buiten kijkt.
‘Ach met een paraplu valt het mee. Bovendien verwacht ik nu meer mensen thuis’ antwoord ik optimistisch.
Uit een kennelijk speciaal voor collectes bestemd potje pakt ze haar bijdrage, twijfelt even en vist er nog een munt uit.
‘Hier, iets extra’s voor de slechte omstandigheden’ terwijl ze haar gift in de bus stopt.
Ik bedank haar, wens haar een fijne avond en loop door naar de buren.  
Ook hier eenzelfde reactie. Zo langzamerhand begin ik de voordelen van de regen in te zien en inderdaad wat ik gehoopt had blijkt bewaarheid te worden. De meesten mensen zijn thuis. Het feit dat ik onder etenstijd aanbel draagt daar natuurlijk aan bij. De gêne daarover schud ik van me af. Iets wat sowieso goed is tijdens het collecteren.
Huis na huis bel ik aan en let ik op bewegende schaduwen en geluiden vanuit de woning. Hoor of zie ik  niets, dan ga ik verder. Jammer, volgend jaar beter.

Ook nu sta ik te wachten nadat ik heb aangebeld, gespitst op signalen of er iemand thuis is. De hond is er wel, dat lijdt geen twijfel. Een enorm grommend beest staat achter de deur. Door een zijraam zie ik dat zijn baas hem in zijn nekvel grijpt en gelijkertijd de deur opent. De man zegt niets en kijkt me aan alsof ik het meest stupide mens op aarde ben. Intussen wijst hij met een boos gebaar naar één van de stickers op zijn deur waarop ‘geen collectanten’ staat.  
Ik verontschuldig me, wens hem toch nog een fijne avond en loop door. Baas en hond lijken op elkaar denk ik.

Dat is ook zo, die verrekte stickers en het zijn er veel:
De alom bekende nee/nee of nee/ja-sticker; een gezellige Loesje-sticker die laat weten dat de bewoner niets wil hebben omdat hij alles al heeft; een sticker met daarop ‘geen colportage’ of ‘geen verkopers, wel collectanten’  en voor mij van belang de sticker die kortweg zegt: ‘geen collectanten.’
Afhankelijk van mijn stemming doe ik er wat mee. Soms negeer ik ze bewust. Laat ze in ieder geval maar de moeite nemen om de deur open te doen, denk ik venijnig. Het voelt te lullig om afgewezen te worden door middel van een stickertje.

Anders is het bij zijn buurman die hoestend en proestend zijn deur opent en met benepen stem zegt: ‘Oh gelukkig, het longfonds, ik kan wel wat hulp gebruiken!’
Grijnzend stel ik hem teleur ‘Het spijt me meneer, op zo’n korte termijn kunnen wij niets voor u doen, maar we doen wel onderzoek.’
Waarop de man zijn shirt omhoog doet.                
Volgende week collecteer ik voor de MaagLeverDarm-stichting......ik houd mijn hart vast.

 

 

 

 

 

 

 

woensdag 6 juni 2012

het drentsche heideschaap

Het is woensdag en dus ben ik vrij. Morgen een tentamen, een pittige verwacht ik. Maar ik ben goed voorbereid, er zitten heel wat studie-uurtjes in.

Vanmiddag gun ik mezelf een beetje quality-time. Ondanks dat het pijpenstelen regent, heb ik zin om uit te waaien op de heide. Even mijn hoofd leegmaken! Miro, onze Dobermann, is hier wel voor te porren.
Mijn rubber laarzen, geen luxe gezien het weer, gooi ik achterin de auto en bij de plaatselijke bakker koop ik een lekker broodje. De wandeling kan beginnen.

Het zien van de laarzen was voor Miro het signaal om in een luid gejoel uit te barsten. Hij stuitert bijna van enthousiasme. Laarzen betekenen namelijk rennen op de hei. De dolle Dober verkeert in de stellige overtuiging dat alle attributen die we voor zijn plezier meenemen en voor hem weggooien, in het diepste gedeelte van de vele plassen horen te liggen. Stokken laten we liggen, maar frisbees, ballen en ander duurbetaalde hondentoys plegen wij toch weer uit de plas te vissen. Ik vrees dat we daarmee het spelletje in stand houden, maar goed dat is dan maar zo. De rubber laarzen zijn een uitkomst en ach zeg nou zelf, het kind in ons vindt het ook gewoon leuk om in die plassen rond te stappen.

Als een ongeleid projectiel springt de hond in de auto. Maar goed dat we een hondenrek achterin hebben. Het mag duidelijk zijn dat Miro mijn initiatief wel kan waarderen. Het is een schat van een beest maar hij heeft zijn beweging nodig. In de buurt laten we hem aan de riem uit en dat is ruimschoots onvoldoende. Af en toe moet hij even kunnen rennen en de heide, een oefenterrein van defensie en tevens hondenlosloopgebied, leent zich daar uitstekend voor.
Wanneer we de Hunebedden voorbij zijn, is het er doorgaans rustig en kun je zo een paar uur rondlopen zonder iemand tegen te komen en dat is precies wat ik voor vandaag in gedachten had. De regen die op ons neerdaalt kan mij hiervan niet weerhouden. Met mijn paraplu en mijn laarzen kan ik het best volhouden.

Ik parkeer de auto en laat Miro, die inmiddels bijna staat te zingen van enthousiasme, los en we lopen de heide op. Ik pak mijn heerlijk belegde broodje en zet de pas erin. Hm, lekker! Een broodje Filet American.
Shit!! Verdorie dat ik daar nu niet op heb gelet; de schaapskudde loopt rechts van mij. Verdomme, anders let ik er altijd op maar vandaag heb ik er niet aangedacht. Snel roep ik Miro, maar helaas hij heeft ze al in het snotje. Ik kan roepen wat ik wil maar hij komt niet.

Feest!! denkt hij en hij zet de sokken er in. Ja hoor, hij heeft de kudde bereikt en springt er bijna bovenop.
"Miro hier!!!" roep ik streng, maar geen reactie.

Nog een keer "Miro", maar ik ben totaal niet interessant voor hem. Oh God, die schapen, ze springen alle kanten op, de hele kudde is uiteen. De schaapsherderin, waarvan later zou blijken dat zij een tijdelijke kracht was, ziet eruit zoals je kunt verwachten. Ze is gehuld in een paarse fluwelen jas met een puntmuts en een lange ketting met een fluitje wat op haar borst bungelt. Het fluitje is voor de honden die de kudde bijeen houden. Gek dat je in die omstandigheden nog zo'n oog voor detail kunt hebben. Kennelijk is ze behalve een geitenwollensokkentype ook voorzien van de moderne middelen want ze tovert uit haar lange paarse gewaad een mobieltje en belt in paniek haar opdrachtgever. "Gijs ik heb een hond in de kudde, wat moet ik doen?"
In navolging van de herderin pak ik ook mijn GSM en bel mijn man. Helaas! Hij is aan het werk en bevindt zich 100 km verderop. Behalve morele ondersteuning heb ik daar weinig aan. Ik concludeer dat de herderin en ik, tussen de schapen, twee eenzame zielen zijn op de grote stille heide.

De Bordercollies doen intussen hun best om het zaakje bij elkaar te houden, maar lijken het alleen maar erger te maken. Luid blaffend rennen ze in het rond. Ik blijf maar roepen, maar het klinkt steeds wanhopiger. De strengheid is allang uit mijn stem verdwenen. Shit, die rothond! Maar Miro heeft de tijd van zijn leven. Om hem heen vallen steeds meer schapen om en hij blijft maar wolhappen. De schaapsherderin begint, nu helemaal in paniek, tegen me te schelden. ´Roep die hond terug! U heeft die hond niet onder controle!´
Nee vertel mij wat, dat weet ik inmiddels ook. Ik zeg dat ook tegen haar waarop zij vervolgens weer tegen mij tekeer gaat.

Mens, schiet toch op, we maken later wel ruzie, laten we nu maar proberen om die beesten onder controle te krijgen´ schreeuw ik op mijn buurt weer naar haar toe.
´Ik bel de marechaussee´ zegt ze en voegt de daad bij haar woord.

God wat een vertoning: Miro achter die schapen aan, de twee Bordercollies luid blaffend achter hem en de schapen aan, dwars door de kudde. Ik daar weer achteraan. De herderin als een paarse vlek weer achter mij aan. De paraplu heb ik van me af gegooid, want ik kan je vertellen dat het zelfs zonder die overbodige ballast, lastig loopt dwars door die heideplaggen.
Her en der verspreid liggen ogenschijnlijk allemaal dode schapen. Miro doet zijn uiterste best om de laatste rondrennende schapen ook geveld te krijgen. De collies doen daarentegen hun best de boel bij elkaar te houden. Met zijn allen lopen we te blaten, te blaffen en te schreeuwen. Shit wat een toestand. Dit wordt helemaal niets, ik krijg die hond niet onder controle.

Opeens schiet me te binnen dat Miro heel sterk op de auto reageert. Hij is als de dood dat hij achtergelaten wordt en komt aanrennen zodra hij de motor hoort starten, ongeacht wat hij op dat moment aan het doen is. Ik besluit dat nu ook te proberen. Dus ik loop terug, probeer de schaapsherderin intussen uit te leggen dat ik niet de benen neem, maar dat dit een poging is om die hond terug te krijgen. Al hijgend kom ik bij de auto en net als ik in wil stappen komt de marechaussee aanrijden. Ik verwacht een arrogant "Wat gaan we doen mevrouwtje" en ben daar al helemaal op voorbereid als hij op me afkomt stappen.
Maar ik zie dat hij moeite moet doen om niet in een enorme lachbui uit te barsten. Wat ik hem zeker achteraf niet kwalijk kan nemen, maar op dat moment zag ik de humor nog even niet. Wel zie ik een paar ongelooflijk mooie ogen, Jezus wat een mooie vent is dat. Nog steeds hijgend en helemaal doorweekt vertel ik hem in kort wat er aan de hand is en wat ik van plan ben.

 Ik stap met mijn modderlaarzen in en start de auto en rijd het veld in. Hobbel de bobbel. Pff, middenin een plas. Gelukkig nog net niet vastgereden. De modder zit bijna tot aan de binnenspiegel, maar het plan werkt. Miro komt al kwispelend aangerend. Ik, de auto weer uit. Opnieuw midden in een plas die dieper is dan mijn laarzen hoog zijn, maar het maakt niet uit. Die hond als de sodemieter achterin. Shit, nu moet ik achteruit al hobbelend uit dat heideveld zien te komen. Maar het lukt, ik parkeer de auto met hond erin en ga met modder, maar vooral met lood in mijn laarzen op zoek naar de schaapsherderin die met de marechaussee staat te praten. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat de kudde gehalveerd is en ga kijken wat de schade is. De marechaussee vraagt mijn naam en adres, ik geef het hem en denk met oog voor detail 'Ach hoe beroerd kan het zijn wanneer zo'n mooie man naar je gegevens vraagt?' Maar goed, zo naïef ben ik nu ook weer niet. Behalve schapen op de hei, zie ik vooral veel beren op de weg, ik zie een enorme schadepost op me af komen. Ik heb toch wel zeker zo'n twintig schapen voor dood op de heide zien liggen. Mijn hemel als dat waar is, wat moet er dan met die hond gebeuren?
En dat is precies wat ze doen, die schapen. Ze houden zich dood uit zelfbescherming. Tja, dat moet je ook maar weten. Ik ben ook maar in de stad opgegroeid.

De schade viel achteraf nogal mee. Hoewel ik toch nog zeker een paar maanden in spanning heb gezeten, want de schaapsherderin die inmiddels ook weer bij haar positieven was, stelde mij aansprakelijk voor alle eventuele miskramen die het voorval tot gevolg zou hebben. De ooien waren net gedekt namelijk.
Kennelijk zijn er in het voorjaar allemaal gezonde lammetjes geboren, want ik heb nooit meer iets gehoord van de herderin. Van de marechaussee overigens ook niet.

Tegenwoordig laten we Miro alleen nog maar achter frisbees en ballen aan rennen, die wij dan weer uit de plas vissen.

Nou ja, tegen de tijd dat ik weer schapen wil zien, kan ik altijd nog donateur worden van stichting ´Het Drentsche Heideschaap´. Voorlopig heb ik mij buik even vol van schapen.
En dat laatste was nu precies wat Miro ook zo graag gewild.

 "Jammer Miro, jij moet in het vervolg maar tevreden zijn met een frisbee".


Mijn heerlijke broodje is waarschijnlijk kraaienvoer geworden, maar ik heb wel mijn hoofd leeg kunnen maken. Dat dan weer wel!

maandag 2 april 2012

De Intercity naar Groningen

In de trein, maar eigenlijk in elk openbare ruimte, hoor je nog eens wat. Veel meer dan me lief is.

Vorige week was ik getuige van het feit dat telefonisch een relatie werd verbroken.  Zonder enige gêne werden pijnlijke relatieproblemen uitvoerig besproken. De nadruk lag hierbij natuurlijk op de negatieve karaktereigenschappen van de vriendin aan de andere kant van de lijn. Haar bijna ex vriendje zit onderuit gezakt  met zijn voeten op de bank. Het petje hangt half over zijn oren. Net niet te ver om de reacties van zijn medepassagiers nog mee te kunnen krijgen. Onduidelijk is of het ettertje meer geniet van het feit dat hij vriendin publiekelijk kleineert of van het uitdagen van zijn medepassagiers. Stoïcijns blijf ik naar buiten kijken. In de spiegeling van het raam zie ik hem zitten. Ik heb me erbij neergelegd dat zijn relaas niet valt te negeren, maar inwendig zit  ik me op te vreten. Ik wil helemaal niet  weten wat vriendinnetje wel of niet lekker doet.  De feminist in mij heeft het moeilijk. Inmiddels heb ik allang partij getrokken voor het vriendinnetje en zou ik het liefst het klootzakje oppakken en hem zo ver verfrommelen dat hij in het prullenbakje past. De zielige inhoud van dit afvalemmertje zou ik met plezier vastleggen op de gevoelige plaat met behulp van zijn flitsende mobieltje. Als bewijs zal ik het kiekje maar al te graag verzenden naar de gelukkige weduwe.
Intussen hoop ik dat mijn telepathische aanmoediging voldoende is om haar zelf met dit klootzakje  te laten afrekenen. Gelukkig zal ik er niet achter komen. Nadat mister Macho zijn gesprek heeft beëindigd, draait hij (zuchtend om zo veel dommigheid) een stevige joint. Kennelijk is hij van mening dat hij die heeft verdiend, de sukkel! Met plezier verlaat ik de trein om over te stappen.

Op het volgende traject mag ik mee genieten met de persoonlijke ervaringen van de  man achter mij. Hij had baat gehad bij een psychoanalyse en adviseert het nu zijn gesprekspartner. Hij was van ver gekomen zegt hij en de voorbeelden die hij opnoemt spreken voor zich. Hmm, spannend levend, maar waarom moet ik dat weten? Half achterom kijken met een geërgerde blik om hem op mijn aanwezigheid te attenderen, mag niet baten. Lijpe Lowietje is alleen met zichzelf bezig. Toen ik eindelijk uit kon stappen kon ik het niet nalaten om te vast bekijken welk gezicht bij al die ellende hoort en natuurlijk worden al mijn vooroordelen weer bevestigd. Hier zou Freud zijn handen vol aan gehad hebben.

Een luistervink tegen wil en dank!  Ik begrijp het niet. Waarom bespreek je, je privésores  in het bijzijn van Jan en alleman?

Maar echt gênant wordt het wanneer openlijk over derden wordt gesproken. Toen eens een goede vriend van mij over de tong ging, kon ik het niet anders dan mij in het gesprek  mengen. In de eerste plaats omdat ik niet wilde horen wat er gezegd werd en in de tweede plaats om de roddelaars niet verder in verlegenheid te brengen. Dat dit laatste hiermee juist gebeurde, constateerde ik met enig leedvermaak bij het zien van hun rode koontjes. Het misstond ze overigens niet. Blozende mannen zijn best aandoenlijk.
Maar het is niet altijd kommer en kwel. Soms valt er ook wat te lachen.                     
Zoals vandaag. In gedachten verzonken loop ik in de richting het perron  op het centraal station in Amersfoort. Naast mij hoor ik  een druk gekwebbel. Zo te zien moeder en dochter, beiden beladen met tassen. Kennelijk hebben de dames gewinkeld en zijn nu op weg naar huis. De jongste van de twee lijkt onzeker. Ze houdt de informatieborden, waarop vermeld staat dat de intercity naar Groningen vanaf Zwolle stopt op alle tussengelegen stations,  angstvallig in de gaten.

“Mam” vraagt ze, “ zou deze trein ook in Groningen stoppen?”

Gelukkig voor haar gaat er niets boven Groningen.

vrijdag 3 februari 2012

De Gluurder

Over vieze mannetjes...


Het is donker en koud in de slaapkamer. Het lijkt nog wel nacht. Ik heb nog twee minuten voordat de wekker de serene rust gaat verstoren. Snel zet ik hem uit. Met het dekbed opgetrokken tot het puntje van mijn neus is het aangenaam warm. Toch weersta ik de verleiding me nog even om te draaien is en mijn verplichtingen te laten voor wat ze zijn. Zachtjes, om de hond niet op mijn wakkere toestand te attenderen en de definitieve gang naar buiten nog even uit te stellen, sta ik op en schuifel ik voetje voor voetje naar het raam.  

Wat ik al vermoedde wordt bevestigd, het lijkt koud. Opnieuw heeft het weer behoorlijk gevroren. Een graad of 10 denk ik en zo te zien heeft het de hele nacht doorgesneeuwd. Op een paar sporen na, van een buurtpoes tijdens een nachtelijke wandeling, is de straat maagdelijk wit. En het sneeuwt nog steeds. Het zal niet lang meer duren voordat de poezenpootjes verdwijnen onder een hoogpolig wit tapijt. Prachtig ziet het eruit. Mijn warme bed ben ik allang weer vergeten. Ik houd van de ochtendstilte. Nu mijn ogen aan het donker gewend zijn, valt het me op dat het eigenlijk helemaal niet zo donker is. De sneeuw lijkt licht te geven. Ik geniet van het moment en blijf nog even naar de slaperige woonwijk staan kijken totdat de afdrukken van Minoesch daadwerkelijk zijn uitgewist.

Geluiden van beneden brengen me terug tot de realiteit van de dag. Snel douchen, aankleden, hond uitlaten, brood smeren en als de wiedeweerga naar het werk. En ik moet opschieten ook!
Even nog een laatste blik links en rechts in de straat ...

'Huh,' roep ik hardop. Staat daar nu iemand? Raar! Toch niet echt een tijdstip en het klimaat om eens uitgebreid de tijd te nemen om de buurt te observeren. Echt goed kan ik het niet zien omdat hij achter een paar struiken staat, maar het lijkt wel een vent. Wat doet die kerel daar?

Zou het dat vieze mannetje zijn die vanuit de andere kant van de wijk hier, om onverklaarbare redenen, altijd zijn hond uit laat. En dit terwijl hij praktisch naast de hondenuitlaatzone woont. Die griezel staat ook altijd zo ongegeneerd naar binnen te loeren. Een onaangenaam gevoel bekruipt me.

Als ik een signalement van de gluurder zou moeten geven, denk ik dat hij ongeveer 1.70 meter lang is en een gezet postuur heeft met afhangende schouders. Hij draagt een pet en het lijkt of hij iets vast houdt onder zijn arm. Wat het is, kan ik niet goed zien, maar het lijkt een krant.

Of zou het die idioot weer zijn? Die een paar jaar geleden onze pas bevallen buurvrouw, nota bene vanuit haar eigen tuin met zijn neus vastgeplakt aan haar raam aan het begluren was in de hoop haar aan te treffen terwijl ze haar kind aan het voedde. Later zou blijken dat de zielenpoot hunkerde naar moedermelk. Te vroeg bij de moeder weggehaald waarschijnlijk. Gatver, van een puppy kun je dat verwachten, maar niet van een volwassen vent.

Over puppies gesproken. Astor is nodig aan zijn ochtendwandeling toe. Voor douchen is het te laat, dan maar een plens water in mijn gezicht. Snel kleed ik mij aan, pak de jas van de kapstok en gris de riem van Astor van tafel. Nadat de hond zich heeft ontdaan van poep en plas, pak ik mijn fiets en ga als de bliksem naar mijn werk. Vanmiddag dan maar een broodje kopen in het bedrijfsrestaurant. En dat allemaal dankzij zo'n vies mannetje,bah!

s 'Avonds thuisgekomen ben ik de gluurder helemaal vergeten totdat ik uit gewoonte nog even naar buiten kijk voordat ik naar bed ga.
Hij staat er weer! Ik kan een hartgrondige vloek niet onderdrukken. En nu ben ik het zat. Wat denkt die vent wel niet? Wat een viezerik! Boos ren ik de trap weer af.

"Astor! Kom, we gaan nog even een wandelingetje maken."

Blij verrast over het extra uitje in de sneeuw, springt de hond overeind.
Net op het moment dat ik de deur uit stap valt een druppel smeltwater, afkomstig van één van de ijspegels die al drie dagen aan het dak heeft gehangen, precies in mijn nek. Goed,  het bezorgt me een koude rilling, maar er is nu echt meer dat één druppel smeltwater nodig om mij op dit moment af te koelen.
Kwispelend en opgetogen, bijna stuiterend van testosteron, loopt Astor al snuffelend aan de verse avondplasjes van zijn vrouwelijke soortgenoten naast mij. Totdat hij opeens angstaanjagend begint te grommen.

Aan de overkant van ons huis staat hij,  de gluurder! De viezerd heeft een alpinopetje op. Onder de bult aan zijn rechterkant, die zijn arm voor moet stellen, is een exemplaar van het plaatselijke sufferdje van drie dagen geleden gestoken. Zijn neus lijkt op een wortel.
Astor gaat als een wilde te keer,

Onze gluurder smelt voor mijn ogen weg.

zaterdag 28 januari 2012

Het is zo ver!

Eindelijk is het dan zo ver, we kunnen scheiden op televisie.  

Niet dat ik een echtbreuk overweeg, maar mocht de klad slaan in mijn doorgaans goede huwelijk, heb ik nu de mogelijkheid om er onder het toeziend oog van miljoenen kijkers een eind aan te maken. Een kijkcijferkanon zal het wel weer worden. Stel je voor, samen op de bank met een zak chips een biertje en/of een wijntje, kijken naar andermans ellende. Alle ins en outs van de echtscheiding uitgelicht. Niet de beschaafde variant natuurlijk. Nee, we rekenen op zijn minst op grove scheldpartijen, verwensingen en bedreigingen met een behoorlijke dosis lichamelijk en geestelijk geweld. Heerlijk toch? Hebben we de volgende dag weer wat te vertellen.

We zijn ook wel weer toe aan wat menselijk drama. Nadat RTL ons en plein public heeft getrouwd, ons onze geboorte heeft laten herbeleven door ons mee te laten kijken in het geboortekanaal van onze moeders, ons vervolgens geholpen heeft met de opvoeding van ons onopvoedbare grut, onze schulden  heeft helpen betalen, onze klussende eega's in toom heeft gebracht en last but not least onze schaamlippen weer heeft gemodelleerd naar een kennelijk aanvaardbaar niveau is er nu de finale van het menselijk leed, namelijk onze echtscheiding. Natasha Froger ( wie kent haar niet?) gaat ons daarbij helpen. Samen met de sponsoren natuurlijk. We hebben het ten slotte wel over de commerciele omroep. Welke beroepsgroep moet er nu weer bediend worden? De advocatuur? Counselors? Relatiebemiddelingsbureaus? Echtscheidingscoaches? We zullen het zien in de reclamespots tussendoor. Net voordat we onszelf van een nieuw drankje voorzien omdat we dorst hebben gekregen van de chips.

Gelukkig zit er wel een logische opbouw in de reality-programma’s van RTL. Met een beetje geluk is nu de climax bereikt. Een pijnlijker onderwerp kan ik me nauwelijks voorstellen.

Op zelfmoord na dan, maar hulp bij zelfdoding is strafbaar en daar zal zelfs RTL zijn handen niet aan willen branden.


woensdag 14 december 2011

kleurloos of kleurrijk?

Druipend van de regen stap ik de kleine winkel binnen.

“Goedemorgen mevrouw” hoor ik vanuit het pashokje.

“Goedemorgen Ali’ zeg ik lachend, je kunt van hem zeggen wat je wilt, maar er ontgaat hem niets.
Geen camera’s nodig bij onze kleermaker. Er is zelfs geen sprake van een slimme opstelling van de alom aanwezige spiegels. Dat zou ook geen zin hebben, want het hele pandje is volgepakt met rollen stof, stapels losse lappen en rekken vol met verstelde kledingstukken.

Ali kent zijn klanten. Volgens mij hoort hij aan de ademhaling of er een man of een vrouw zijn winkel binnenkomt.
Sinds een paar jaar kunnen we ons gelukkig prijzen met een kleermaker in het dorp. Te lange broeken en  te wijde soepjurken gaan eerst langs ‘het Turkje’. Ik ken geen dorpsgenoot die niet dankbaar van de diensten van Ali gebruik maakt. Zijn personeelsbestand is dan ook verdrievoudigd.

Nu is het mijn winterjas die wat verstelwerk behoeft. Een heerlijke jas, maar de voering hangt er in flarden in en dat is al de tweede keer. Ik heb schoon genoeg van!
Toen ik vorige week mijn spijkerbroek ophaalde heeft één van de medewerkers mij toegezegd dat de voering van mijn favoriete jas  zonder probleem vervangen kon worden. Ditmaal  met stof van een goede kwaliteit en nog een leuk kleurtje ook.

Wanneer Ali naar me toekomt, wil ik verwijzen naar de afspraak die ik met zijn hulp gemaakt heb. Zoekend kijk ik de winkel rond maar ik kan de beste man niet vinden en aangezien ik niet weet hoe hij heet probeer ik hem te omschrijven.
Maar onmiddellijk schiet ik in een soort kramp. Zoekend naar woorden voel ik me van kleur verschieten. Jezus, dit is bizar! Stotterend beschrijf ik dat de man zwarte krulletjes heeft en bruine ogen. Trut , denk ik dat kan iedereen zijn. Sven Kockelman, Robert te Brink, Daniel Lohues. Het kan zelfs Geert Wilders zijn. Dat wil zeggen wanneer hij niet met zijn hoofd in de waterstofperoxide heeft gehangen. Je denkt toch niet dat de man echt stijl haar heeft? Weet je wat dat chemisch goedje met je haar doet? Daarmee raakt zelfs het varken de krul uit zijn staart kwijt.

“Gaat wel goed mevrouw?Ali kijkt me onbegrijpend aan.
“Ja, het gaat wel goed hoor” zeg ik met een rood hoofd  en voeg er aan toe dat de man die ik wil beschrijven een gestreepte trui aan had en gouden ring om zijn middelvinger.

Op hetzelfde moment klingelt de deurbel , Ali en ik kijken allebei om.
“Dat is hem” roep ik enthousiast.

Opnieuw kijkt Ali kijkt me aan. Ik zie dat hij twijfelt hij aan mijn verstandelijke vermogen. En terecht!
Want wat is er aan de hand wanneer je bij de omschrijving van een pikzwarte Afrikaan, het meest kenmerkende, namelijk zijn huidskleur niet kunt benoemen?

vrijdag 18 november 2011

De IJssel

De IJssel

Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden.
Mooi voor Rome en haar bezoekers maar niet voor mij. Althans niet vandaag. Vanuit Zwolle ben ik op weg naar Deventer, mijn geboorteplaats en net als Rome is de Hanzestad via verschillende wegen te bereiken maar steevast neem ik de dijk langs de IJssel.

Ik ben zo verknocht aan de rivier en het rivierenlandschap dat het voelt als overspel wanneer ik een andere route zou kiezen.  Uit praktische overwegingen neem ik wel eens een andere weg, gewoon omdat het korter is, maar een wee gevoel in mijn maag én een stemmetje in mijn hoofd dwingen mij dan toch weer in de richting van de IJssel.

Ter hoogte van De Duursche Waarden, één van de mooiste natuurgebieden van Overijssel volgens het regionale dagblad, rijd ik een parkeerplaats op. Het is prachtig weer en ik stap uit om van het uitzicht genieten. De zon schittert in het meanderende water. Tussen de natuurlijke vegetatie broeden diverse vogels. Op een iets hoger gelegen stuk land in het slenkengebied doen talloze soorten ganzen zich tegoed aan het malse gras. Hun overheersende en nasale geluid lijkt, afgezien van een enkele passerende auto, het enig waarneembare, maar na een tijdje geconcentreerd luisteren ontdek ik echter ook het krassen van een paar kraaien en in de verte zelfs het geklepper van een ooievaar. Verder tjilpt en fluit er toch nog van alles wat ik niet thuis kan brengen. Geeft niet! Dat laat ik aan de vogelspotters over.

Leunend tegen de auto, geniet ik van het uitzicht en mijmer ik wat. Opeens herinner ik me de foto die bij mijn opa aan de muur hing. Een afbeelding van roodbonte ’Holsteiner’ koeien grazend in het IJssellandschap met van die typische Hollandse luchten in een zilveren fotolijstje.  

Als kind begreep ik niet waarom iemand de moeite neemt om zo een vanzelfsprekend beeld vast te leggen en in te lijsten. Laat staan het op een dominante plaats in de woonkamer op te hangen.

Nu,  vijfenveertig jaar later, sta ik hier te genieten van nagenoeg hetzelfde plaatje. Slechts aan de details in het landschap is de ontwikkeling in de tijd af te lezen. De steenfabrieken met hun smalle schoorstenen zijn, op een enkele uitzondering na, verdwenen. Het aantal pijpen van de IJsselcentrale is meer dan gehalveerd en hier en daar is een GSM-mast verschenen.

De gedachte dat de IJssel eeuwenlang de constante factor in dit gebied is fascineert me.

Niet gestoord door de veranderingen om haar heen stroomt de rivier dag na dag, jaar in jaar uit vanaf Westervoort, voor een deel gekanaliseerd maar uiteindelijk ontembaar via Zutphen en Deventer langs majestueuze kademuren richting IJsselmeer en draagt zij trouw het water naar de zee. Onderweg in de tijd verandert haar uitbundigheid met de seizoenen mee. Van  een ogenschijnlijk rustig kabbelende rivier verandert zij af en toe in een kolkende watermassa en treedt buiten haar oevers. In onstuimig enthousiasme overspoelt ze alles en iedereen om uiteindelijk weer terug te keren in haar lieflijke gedaante.  

Vruchtbare grond is wat ze achterlaat. Mijn respect heeft ze!

Het is een vreemde gewaarwording om me op hetzelfde moment bewust te zijn van zowel de betrekkelijkheid van het leven als van de eeuwigheid, maar het voelt goed.

Tegen een knobbelgans zeg ik met dichtgeknepen ogen omdat de zon in het water schijnt:

 “Gans, even goede vrienden, mijn houdbaarheid is waarschijnlijk iets groter dan die van jou, maar uiteindelijk leggen we het allebei af tegen die blauwe dame daar.”

“Gak, gak, gak ”zegt de gans terwijl hij, zichzelf steeds luider herhalend, wegvliegt om zich bij zijn soortgenoten te voegen.

“Je hebt gelijk Gans. We gaan over tot de orde van de dag” en ik loop met een huppelpasje om de auto heen.

Ik stap in, start de auto en ga  mijn vriendin opzoeken.

We gaan een terrasje pakken…
… aan de IJssel.