woensdag 14 december 2011

kleurloos of kleurrijk?

Druipend van de regen stap ik de kleine winkel binnen.

“Goedemorgen mevrouw” hoor ik vanuit het pashokje.

“Goedemorgen Ali’ zeg ik lachend, je kunt van hem zeggen wat je wilt, maar er ontgaat hem niets.
Geen camera’s nodig bij onze kleermaker. Er is zelfs geen sprake van een slimme opstelling van de alom aanwezige spiegels. Dat zou ook geen zin hebben, want het hele pandje is volgepakt met rollen stof, stapels losse lappen en rekken vol met verstelde kledingstukken.

Ali kent zijn klanten. Volgens mij hoort hij aan de ademhaling of er een man of een vrouw zijn winkel binnenkomt.
Sinds een paar jaar kunnen we ons gelukkig prijzen met een kleermaker in het dorp. Te lange broeken en  te wijde soepjurken gaan eerst langs ‘het Turkje’. Ik ken geen dorpsgenoot die niet dankbaar van de diensten van Ali gebruik maakt. Zijn personeelsbestand is dan ook verdrievoudigd.

Nu is het mijn winterjas die wat verstelwerk behoeft. Een heerlijke jas, maar de voering hangt er in flarden in en dat is al de tweede keer. Ik heb schoon genoeg van!
Toen ik vorige week mijn spijkerbroek ophaalde heeft één van de medewerkers mij toegezegd dat de voering van mijn favoriete jas  zonder probleem vervangen kon worden. Ditmaal  met stof van een goede kwaliteit en nog een leuk kleurtje ook.

Wanneer Ali naar me toekomt, wil ik verwijzen naar de afspraak die ik met zijn hulp gemaakt heb. Zoekend kijk ik de winkel rond maar ik kan de beste man niet vinden en aangezien ik niet weet hoe hij heet probeer ik hem te omschrijven.
Maar onmiddellijk schiet ik in een soort kramp. Zoekend naar woorden voel ik me van kleur verschieten. Jezus, dit is bizar! Stotterend beschrijf ik dat de man zwarte krulletjes heeft en bruine ogen. Trut , denk ik dat kan iedereen zijn. Sven Kockelman, Robert te Brink, Daniel Lohues. Het kan zelfs Geert Wilders zijn. Dat wil zeggen wanneer hij niet met zijn hoofd in de waterstofperoxide heeft gehangen. Je denkt toch niet dat de man echt stijl haar heeft? Weet je wat dat chemisch goedje met je haar doet? Daarmee raakt zelfs het varken de krul uit zijn staart kwijt.

“Gaat wel goed mevrouw?Ali kijkt me onbegrijpend aan.
“Ja, het gaat wel goed hoor” zeg ik met een rood hoofd  en voeg er aan toe dat de man die ik wil beschrijven een gestreepte trui aan had en gouden ring om zijn middelvinger.

Op hetzelfde moment klingelt de deurbel , Ali en ik kijken allebei om.
“Dat is hem” roep ik enthousiast.

Opnieuw kijkt Ali kijkt me aan. Ik zie dat hij twijfelt hij aan mijn verstandelijke vermogen. En terecht!
Want wat is er aan de hand wanneer je bij de omschrijving van een pikzwarte Afrikaan, het meest kenmerkende, namelijk zijn huidskleur niet kunt benoemen?

vrijdag 18 november 2011

De IJssel

De IJssel

Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden.
Mooi voor Rome en haar bezoekers maar niet voor mij. Althans niet vandaag. Vanuit Zwolle ben ik op weg naar Deventer, mijn geboorteplaats en net als Rome is de Hanzestad via verschillende wegen te bereiken maar steevast neem ik de dijk langs de IJssel.

Ik ben zo verknocht aan de rivier en het rivierenlandschap dat het voelt als overspel wanneer ik een andere route zou kiezen.  Uit praktische overwegingen neem ik wel eens een andere weg, gewoon omdat het korter is, maar een wee gevoel in mijn maag én een stemmetje in mijn hoofd dwingen mij dan toch weer in de richting van de IJssel.

Ter hoogte van De Duursche Waarden, één van de mooiste natuurgebieden van Overijssel volgens het regionale dagblad, rijd ik een parkeerplaats op. Het is prachtig weer en ik stap uit om van het uitzicht genieten. De zon schittert in het meanderende water. Tussen de natuurlijke vegetatie broeden diverse vogels. Op een iets hoger gelegen stuk land in het slenkengebied doen talloze soorten ganzen zich tegoed aan het malse gras. Hun overheersende en nasale geluid lijkt, afgezien van een enkele passerende auto, het enig waarneembare, maar na een tijdje geconcentreerd luisteren ontdek ik echter ook het krassen van een paar kraaien en in de verte zelfs het geklepper van een ooievaar. Verder tjilpt en fluit er toch nog van alles wat ik niet thuis kan brengen. Geeft niet! Dat laat ik aan de vogelspotters over.

Leunend tegen de auto, geniet ik van het uitzicht en mijmer ik wat. Opeens herinner ik me de foto die bij mijn opa aan de muur hing. Een afbeelding van roodbonte ’Holsteiner’ koeien grazend in het IJssellandschap met van die typische Hollandse luchten in een zilveren fotolijstje.  

Als kind begreep ik niet waarom iemand de moeite neemt om zo een vanzelfsprekend beeld vast te leggen en in te lijsten. Laat staan het op een dominante plaats in de woonkamer op te hangen.

Nu,  vijfenveertig jaar later, sta ik hier te genieten van nagenoeg hetzelfde plaatje. Slechts aan de details in het landschap is de ontwikkeling in de tijd af te lezen. De steenfabrieken met hun smalle schoorstenen zijn, op een enkele uitzondering na, verdwenen. Het aantal pijpen van de IJsselcentrale is meer dan gehalveerd en hier en daar is een GSM-mast verschenen.

De gedachte dat de IJssel eeuwenlang de constante factor in dit gebied is fascineert me.

Niet gestoord door de veranderingen om haar heen stroomt de rivier dag na dag, jaar in jaar uit vanaf Westervoort, voor een deel gekanaliseerd maar uiteindelijk ontembaar via Zutphen en Deventer langs majestueuze kademuren richting IJsselmeer en draagt zij trouw het water naar de zee. Onderweg in de tijd verandert haar uitbundigheid met de seizoenen mee. Van  een ogenschijnlijk rustig kabbelende rivier verandert zij af en toe in een kolkende watermassa en treedt buiten haar oevers. In onstuimig enthousiasme overspoelt ze alles en iedereen om uiteindelijk weer terug te keren in haar lieflijke gedaante.  

Vruchtbare grond is wat ze achterlaat. Mijn respect heeft ze!

Het is een vreemde gewaarwording om me op hetzelfde moment bewust te zijn van zowel de betrekkelijkheid van het leven als van de eeuwigheid, maar het voelt goed.

Tegen een knobbelgans zeg ik met dichtgeknepen ogen omdat de zon in het water schijnt:

 “Gans, even goede vrienden, mijn houdbaarheid is waarschijnlijk iets groter dan die van jou, maar uiteindelijk leggen we het allebei af tegen die blauwe dame daar.”

“Gak, gak, gak ”zegt de gans terwijl hij, zichzelf steeds luider herhalend, wegvliegt om zich bij zijn soortgenoten te voegen.

“Je hebt gelijk Gans. We gaan over tot de orde van de dag” en ik loop met een huppelpasje om de auto heen.

Ik stap in, start de auto en ga  mijn vriendin opzoeken.

We gaan een terrasje pakken…
… aan de IJssel. 

woensdag 28 september 2011

Voordat de blaadjes vallen

De zomer van 2011 was in één woord dramatisch. De meest natte sinds jaren volgens deskundigen, maar daar wil ik het helemaal niet over hebben. Hierover is echt al meer dan genoeg gezegd. De weerberichten besluit ik niet meer te volgen en allang heb ik me neergelegd bij het feit dat we zo de herfst in rollen. Het zij zo!

Groot is dan ook de verrassing wanneer vandaag het zonnetje te voorschijn komt nadat de ochtendnevel is opgetrokken. Een cadeautje is het, geweldig! Uit de wind in het zonnetje geniet ik op het dakterras. Zo hoort een mooie zomerdag te zijn. Ware het niet dat het inmiddels eind september is. Herfst!

Ik schat in dat vandaag menigeen nog even een barbecue meepakt en waarom ook niet? We hebben wat in te halen. De klusjes die ik voor vandaag in gedachten besluit ik op de lange baan te schuiven. Later! Nu eerst nog even genieten.

Maar er klopt iets niet.

De lucht ziet er veelbelovend uit. Hier en daar een wolkje maar verder stralend blauw. Witte strepen, achtergelaten door passerende vliegtuigen, lossen langzaam op. Het blad zit nog aan de boom en de buurtkinderen spelen buiten. Alle ingrediënten voor een heerlijke zomerdag zijn aanwezig en toch ben ik niet tevreden. Niet te geloven. Hebben we eindelijk een beetje mooi weer en is het weer niet goed. Het gevoel dat ik wat mis wordt zelfs zo sterk dat het me een beetje weemoedig maakt. Het moet niet gekker worden.

Het zal toch niet hè? Ik heb er nooit last van gehad. kun je dat opeens krijgen? Je weet wel, sommigen mensen hebben dat, wanneer de blaadjes aan de bomen komen en/ of er weer vanaf vallen. Maar ik toch niet. Daar ben ik veel te nuchter voor, kom op zeg!

Piekerend kijk ik om me heen. Aan de overkant strijkt een zwerm spreeuwen neer op de nok van het huis van onze overburen . In grote getale zijn ze op jacht naar de laatste druiven, bramen en ander eetbaar spul. Een enorme rotzooi later ze achter. Ook onze auto ziet er niet uit. Straks maar even wassen. Natuurlijk mopperen we op die rommel, maar eigenlijk vind ik dat gefladder om het huis wel leuk. De twee Turkse tortels die in onze tuin domicilie houden zijn alweer een nest aan het bouwen. Minstens het derde dit jaar. Als je niet beter weet zou je denken dat het hoog zomer is. Met plezier volg ik hun gedoe met die takjes. Nesten maken kunnen ze niet.

Ineens weet ik het.
Ze zijn er niet meer. Weg zijn ze. Verdwenen! Dat verklaart mijn trieste gevoel. Even checken maar eigenlijk weet ik het zeker.

Vertrokken! Op weg naar zuidelijkere streken om te overwinteren en dat terwijl het hier nu net zomer wordt.

Geen depressie gelukkig. Mijn iet wat trieste stemming van nu is een logisch gevolg van het feit dat hun komst en aanwezigheid in de zomer me altijd zo vrolijk stemt.

Zwaluwen! Ik vind ze zÓ leuk, die drukke beestjes met hun sierlijke, snelle vlucht en hun gekwetter.

Over een halfjaar zijn ze er weer!

zaterdag 24 september 2011

De Herfst
Ochtendnevel maakt
zilvervlokken in het groen.
Draden langs mijn wang

woensdag 14 september 2011

Neptunus

Het is mijn vrije dag en klokslag zeven. De wekker herinnert mij aan het geniale plan om te gaan zwemmen.  Kreunend verklaar ik mezelf voor gek, uitslover! Toch weersta ik de verleiding om te blijven liggen. Ik spring onder de douche en  trek mijn badpak aan.

Een zittend beroep en een lange reistijd maken dat ik zo stijf wordt als een plank.  Ik beweeg veel te weinig en daar ga ik nu verandering in aanbrengen. Doelgericht begeef ik mij naar het subtropisch bad.  Tijdens het zwemmen gebruik je alle spieren zegt men. Dat is goed. Sterker nog dat is precies de bedoeling, maar was het maar niet zó saai! 

Wanneer ik de stap heb gezet en als één van de eersten arriveer, ligt het bad er uitnodigend bij.  Het blauwe water en de hele entourage roept veel plezierige herinneringen bij me op. Waarom heb ik zo lang gewacht? Het zwemmen gaat me weer gemakkelijk af. Al snel wordt het drukker in het wedstrijdbad. Veel oudere dames en een enkele heer druppelen binnen. Een grijze golf brengt het water langzaam in beweging. De gemiddelde leeftijd is hoog, maar wat het uit? Ik ben zelf ook niet meer zo piep en bovendien is het goed voor mijn lijf. Dus gewoon doorzwemmen!  Ik heb het tempo goed te pakken en inmiddels  vijfhonderd meter afgelegd.

Plotseling blijven de dames voor me staan kletsen, middenin het bad. Shit! Ik had de slag net zo lekker te pakken. Slalommend zwem ik om de dames heen.  Vier banen later staan ze er nog en omdat het inmiddels drukker is geworden in het bad, wordt uitwijken lastig. De irritatie neemt toe en niet alleen bij mij. Laat ze koffie gaan  drinken bij de Hema! Alsof het is afgesproken drijven we de Beppies naar de rand van het bad. Het hindert de dames niet, ze hebben het nog steeds heel gezellig.

Intussen bestudeer ik de aanwezige reclameborden en sla de overige badgasten gade. Je moet toch wat tijdens het zwemmen.  Ik schat in dat ik het best de baan van de mevrouw met het rode badpak kan nemen. We hebben ongeveer dezelfde snelheid en hinderen elkaar daardoor niet. Bovendien ben ik dan uit de buurt van het praatclubje.

Opeens wordt mijn aandacht getrokken door een zongebruinde en zeer gespierde jonge God met een snelle outfit en een brilletje tegen opspattend water. Met een ferme plons springt hij in het water en begeeft zich met een enorme snelheid naar de andere kant. Rakelings langs de Beppies, die hevig geschrokken alle kanten op spartelen. Hetzelfde effect brengt mijn hond teweeg wanneer hij  tussen een stel eenden het water induikt. Zelfs het geluid is hetzelfde.

Onmiddellijk daarna kijken  de dames, plat tegen de zijwand aangedrukt en zichtbaar ontdaan, met grote ogen en open mond het snelheidsmonster na.

Als Katrien en haar vriendinnen weer van de schrik zijn bekomen, slaat de stemming om in hevig mopperen. Lang duurt het niet, want  Neptunus slaat wild om zich heen wanneer hij in borstcrawl de duckies opnieuw passeert. Gelukkig heeft hij zijn drietand niet meegenomen. Oh, wat zijn ze boos! Schande spreken ze ervan en met gevaar voor eigen leven wagen ze zich naar de andere kant van het bad. Aan de overkant gaat de discussie verder. Ik ben ervan overtuigd dat ze een klacht zullen indienen bij de directie voor het onrecht wat hen is aangedaan.

Jammer dames, uw klacht is ongegrond! Onze Romeinse God doet precies dat waarvoor het wedstrijdbad op dit tijstip bedoeld is.

Banenzwemmen saai?  Hoe kom je daar nu bij?

maandag 29 augustus 2011

Respect

Starend kijkt hij haar aan, zijn voorpoot legt hij in haar hand. In haar ogen ziet hij heel even een geïrriteerde blik, maar dat kan hem niet schelen. Hij weet dat hij uiteindelijk toch wel aan het langste eind trekt. Vervelend is alleen dat hij er altijd om moet vragen.

"Moet je een plasje doen?"

Hè, hè, alsof ze het nooit zou vragen. Als door een wesp gestoken springt hij van de bank af.
Ja hoor, ze gaat naar de gang om zijn riem op te halen.
Ben benieuwd wat ze bij zich heeft, zijn halsband of dat modieuze tuigje wat ze laatst gekocht heeft? Een duidelijke voorkeur heeft hij niet. Met zijn halsband voelt Miro zich net iets sterker. Hij kan zijn vrouwtje dan precies in die richting trekken die hij wil. Met het tuigje heeft zίj meer overwicht. Maar goed, ze is wel aardig en per slot van rekening heeft hij haar toch al helemaal ingepakt. Ze doet precies wat hij wil en als zij het tuigje wil, dan is dat prima.
Als een mak schaap laat hij zich welgevallen dat ze eerst zijn linkerpoot in het tuigje steekt en dan zijn rechter. Ze heeft nog steeds niet in de gaten dat ik rechts ben, hoe dom kun je zijn? Maar goed, hij slikt het. Anders duurt het nog langer.
Zo snel als hij kan loopt hij naar het paaltje op de hoek. De eerste plas is hoofdzakelijk om de druk op zijn blaas te verminderen. Maar pas op! Niet alles in één keer. Poeh, dat lucht op! De verleiding is groot om in één keer zijn blaas te legen, maar hij weet zich te beheersen. Hij moet natuurlijk wel wat overhouden voor onderweg. Het kan niet zo zijn dat als dat moois op vier poten niet weet dat hij in de buurt is. Hij heeft wel een imago hoog te houden.
Met zijn neus in de lucht en staart fier rechtop loopt hij verder. Zijn bazinnetje volgt in looppas. Beter kan het niet! Nu het echte werk.
De grote boodschap!
Met zijn neus aan de grond bepaalt hij de exacte plek en dat is geen kattenpis. Stel je voor zeg. Voor een juiste plaatsbepaling komt heel wat kijken. Zeker wanneer je, zoals hij, aangewezen bent op het door de gemeente aangewezen terreintje. Je bent de enige niet en je wilt je toch onderscheiden. Natuurlijk zijn er soortgenoten die minder kritisch kijken en hun rotzooi zo maar op elke plaats deponeren, maar dat is niets voor Miro.
Nauwkeurig snuffelt hij de grasstrook af. Hier en daar herkent hij een buurhond. 'Hmm, Nero is hier net nog geweest. Jammer dat ik hem gemist heb. Het is altijd feest met Nero. Miro blijft er niet lang bij stilstaan. Zijn aandacht is gericht op een wel heel bijzonder plekje. Tjonge, dat ruikt lekker, dat is vast die lekkere teef van de overkant. Shit, wat ruik ik nu? Dat moet Bobby de Boxer zijn. Hij heeft wel heel erg zijn best gedaan, de uitslover. Die zal ik eens een poepje laten ruiken! Miro draait en draait en net op het moment dat hij door zijn knieën wil gaan en er eens goed voor wil gaan zitten, ziet hij de Chowchow aankomen. Ze kunnen elkaar niet luchten of zien. Dat rotbeest met zijn achterbakse smoelwerk. Hij springt overeind uit zijn onbetamelijke houding, schraapt wild met zijn achterpoten door het gras, gromt en laat zijn concurrent weten absoluut geen belang te stellen in zijn aanwezigheid. Iets waar het bruine mormel het zo te horen roerend mee eens is.
De drang om zich te ontlasten lijkt verder weg te zijn dan ooit. Doodleuk loopt hij verder, neus in de wind, de oren gespitst. Overal aandacht voor, maar totaal geen drang meer om de klus waar hij aan was begonnen, ook daadwerkelijk af te maken.
'Niet te geloven' zucht de bazin 'het zit bij die hond tussen de oren' Net wanneer ze beseft dat het waarschijnlijk een lange wandeling gaat worden, begint Miro weer aandachtig een laatste rustplaats te zoeken voor zijn darminhoud.
Hij ruikt aan de diverse gebakjes die er al liggen, maar geen van allen kunnen hem stimuleren om die van hem er naast te leggen.
Hij kijkt zelfs beledigd op wanneer zijn bazin hem aanspoort op te schieten.
'Nou ja zeg' wat denkt ze nu wel. 'Ze zal toch niet echt denken dat ik mijn visitekaartje zomaar tussen de rommel van al die andere honden neer leg. Mooi niet! Zeker niet nadat ik zoveel moeite gedaan heb om zo iets moois te produceren. Realiseert ze zich wel met hoeveel moeite ik die droge brokken die zij mij altijd voorzet, weg heb kunnen krijgen? Hoe gênant ik het vind om elke keer te moeten schooien om iets wat ik echt lekker vind? Om nog maar te zwijgen van die keren dat ik als de eerste beste armoedzaaier snel even iets van tafel heb moeten jatten op een moment dat ze even niet oplette. Bedenk wel dat ik een Dobermann ben!'
'Hoe haalt ze het in haar hoofd om van mij te verwachten dat ik zo maar achteloos op het eerste de beste plek die mij door deze hondvriendelijke gemeente is toegewezen mijn visitekaartje achterlaat. Nee dame, zo werkt dat niet! De plaats waar ik mijn behoefte doe, wordt zorgvuldig gekozen. Een ogenblikje geduld dus nog'.
Na nog een half uur zoeken en snuffelen, vindt Miro eindelijk boven op een heuveltje een plekje goed genoeg voor zijn bolus. Hij gaat er eens goed voor zitten, beetje naar rechts, beetje naar voren. Ja precies goed zo. Miro sluit het ritueel af met stevig natrappen met zijn achterpoten. Hat zand vliegt in het rond, maar het resultaat mag er zijn. Een dampende geurvlag imponeert de buurt.




De teleurstelling van Miro kan dan ook niet groter zijn wanneer hij het meisje met de paardenstaartjes huilend weg ziet rennen.
"Mamahahaha, ik heb poep aan mijn schoehoehoen!"
'Rotkind!'denkt Miro. 'Wat doet zo'n kind ook in de bosjes? Staat ze doodleuk met haar platte poten te vertrappen waar ik zoveel moeite voor heb gedaan.



Totaal geen respect!






vrijdag 26 augustus 2011

Zomer haiku


Vloeibaar geworden

lost de zomer dit jaar op

in een vroege herfst