zondag 5 oktober 2025

 

       De rode lijn


Alles ligt klaar. Een rugtas, flesje drinken, een pakje crackers voor onderweg. Nu nog even mijn kledingkast checken. Trek iets rood aan is opnieuw het devies. Bij de vorige twee demonstraties in Den Haag volstond een t-shirt en een petje, maar dat was in mei én juni. Nu is het 5 oktober. Met mijn knalrode tussenjas en dito paraplu voldoe ik ruimschoots aan de dresscode. De rode strook die ik als statement op het raam wil plakken ligt klaar. De derde grootschalige demonstratie alweer, nog afgezien van de vele kleinere demonstraties op diverse plaatsen in het land. Te gek voor woorden dat een derde keer nodig is.

5 oktober, al twee jaar is Israël aan het moorden in Gaza. En natuurlijk, de aanleiding was verschrikkelijk. De aanslag op 7 oktober door Hamas is afschuwelijk en niet te verdedigen, maar laten we eerlijk zijn, die aanslag had ook een oorzaak. Journaalbeelden van kolonisten die Palestijnen op gruwelijke wijze verjagen uit hun woningen, gesteund door de regering van Israël, staan op mijn netvlies gebrand.

5 oktober, inmiddels hebben verschillende internationale én Israëlische organisaties Israël beschuldigd van genocide in Gaza: VN commissie, Amnesty International, Human Rights Watch, Artsen zonder Grenzen, B'Tselem en Physicians for Human Rights Israël.
- En nog steeds stelt ons ministerie van Buitenlandse Zaken dat er onvoldoende juridische grond is om de situatie als genocide te bestempelen.
- En nog steeds levert Nederland onderdelen voor F-35-gevechtsvliegtuigen aan Israël, koopt Nederland wapens van Israël en fungeert het als doorvoerland voor militaire goederen en zogeheten dual-use technologie. Daarmee verleent ons land militaire-en economische steun terwijl men weet dat deze steun genocide mogelijk maakt. Dat maakt ons medeplichtig aan genocide volgens het Genocideverdrag. En of dat allemaal nog niet erg en beschamend genoeg is blijft onze regering, in tegenstelling tot veel landen om ons heen én tegen het advies in van deskundigen, halsstarrig weigeren doodzieke kinderen uit Gaza op te nemen in onze ziekenhuizen. Nee, die kinderen moeten maar geholpen worden in de regio, want stel je voor, er zullen mee- reizigers mee komen die misschien asiel aanvragen. Je verschuilen achter de regio of Europa, wanneer het uitkomt, daar is onze regering goed in. Toegegeven, heel recent is het standpunt aangepast. Waarom nu wel?

Ik voel me machteloos en beschaamd. Ik ben boos en verdrietig. Het onrecht moet stoppen. Nu! Daarom wil ik demonstreren in Amsterdam.

Maar ik ga niet.

Ik durf het niet meer aan, in juni twijfelde ik geen moment. Ook toen voelde ik de schaamte, was ik boos en verdrietig, maar ik dacht niet helemaal machteloos te zijn. Ik kon iets doen, mijn stem laten horen. Verzet tonen tegen de daden van Israël in Gaza. Verzet tegen onze regering. Vanaf het moment ik hoorde dat de derde demonstratie in Amsterdam gehouden zou worden, sloeg bij mij de onzekerheid toe. Met de Maccabi-rellen in het achterhoofd, de grote Joodse gemeenschap en nee, ik ben geen antisemiet. Maar een feit is dat groepen mensen meer en meer tegenover elkaar zijn gaan staan en zich steeds agressiever uiten. Kijk naar de rellen rondom AZC's. Polarisatie, niet in de laatste plaats gecreëerd door rechtse politici die zonder enige zelfreflectie asielzoekers verantwoordelijk stellen voor alles wat mis is in onze samenleving. Een partij als BBB die het nota bene presteert de meest rechtsextreme, ledenloze partij rechts in te halen te gaan. De woon-asiel minister van diezelfde partij die voortdurend haar zorg uitspreekt, terecht overigens, over het feit dat jongeren geen woning kunnen krijgen. Diezelfde minister bond samen met haar buren een procedure aan om de bouw van een woonzorgcomplex voor hun eigen deur tegen te houden. Ik bedoel maar.

Als ik mijn zorg bespreek met mensen in mijn omgeving blijkt dat ik niet de enige ben. Met een gelijkgestemde verzinnen we zelfs een strategie wat te doen wanneer onverhoopt de situatie uit de hand loopt, maar veel verder dan je zo snel mogelijk uit de voeten maken komen we niet. En daar zit wat mij betreft het probleem. Sinds mijn twee nieuwe stalen knietjes heb ik valangst ontwikkelt. Gaan voelt niet goed, niet gaan voelt net zo min goed en toch besluiten we daartoe, helaas.

Maar wat kunnen we wel?

Ik plak de rode strook op mijn raam, schrijf een blog en deel die waar ik kan. Ik wil mijn stem laten horen. Wie volgt?!



zondag 19 januari 2025

 




Blij met het gootje!

 

Moet de badkamerdeur nu naar links of toch liever naar rechts draaien? Of kies ik ervoor helemaal geen binnendeuren te nemen, ze staan immers toch altijd open.
Een paar wandcontactdoosjes extra lijkt me een goed idee, aan stopcontacten heb je immers nooit genoeg. Of toch het liefst op een andere plek? Verplaatsen op dezelfde muur kost niets extra. Wandje eruit of toch een metertje naar achteren? Nog beter is het om het wandje bij de trap op de overloop niet helemaal naar boven door te laten trekken. Fijn voor de was, droogt zo lekker snel boven dat trapgat. Over de was gesproken, wat doen we met de watervoorziening? Drinkwater is een schaars goed. We kunnen ervoor kiezen om regenwater te gebruiken voor het doorspoelen van het toilet en om onze was ermee te doen. Maar ja, de aanleg van de  benodigde voorzieningen kost een paar centen en dan heb ik het nog niet gehad over de afvoer van de douche. Wordt het een goot of een toch een putje?  En dan die tegels? Niets mis met de standaard op zich, maar toch? Bio based verf op de voordeur en de kozijnen, ja of nee? En welke kleur? De keuze is groen, grijs, geel of iets roodachtigs. Beetje suffe kleurtjes, had van mij iets feller gemogen. Maak het zesendertig bewoners maar eens allemaal naar de zin.

Keuzestress is er zeker, maar het zesendertig bewoners naar de zin maken is de verantwoordelijkheid van zesendertig bewoners. Op sociocratische wijze zoeken we naar consent en nemen we onze besluiten. Als er geen onoverkomelijke bezwaren zijn, is er draagvlak en daarmee goed genoeg. Volgens dezelfde methode bepalen we hoe onze gemeenschappelijke ruimte en binnentuin eruit ziet, welke brievenbussen er komen en tal van andere zaken. Dat wil zeggen wanneer we besluiten dat we dat sociocratisch te doen. Dit bepalen we sociocratisch, als oefening.
De besluitvorming over het douchegootje is van een geheel andere orde. Menig vergadering tussen de aannemer en de vertegenwoordigers van onze CPO was nodig om over dit onderwerp een ei te leggen. Dit tot wanhoop van velen.  Voor mij betekent het dat ik afstand neem van de goot en mijn heil zoek in het putje. Het lijkt erop dat hiermee bij de laatste hobbels zijn genomen. De meeste koopcontracten zijn getekend en de grond is aangekocht. Laat ze maar gaan beginnen.
Ik kijk er naar uit om samen met de bewoners, waarvan ik velen de afgelopen maanden al veel met veel plezier heb leren kennen, van ons duurzame en buurtzame project ‘Klein Wonen in De Tippe’ (KWT) een fijne plek te maken.

Een woord van dank voor al het werk in de afgelopen jaren aan de pioniers van ‘KWT’ is zeker op zijn plaats, waarbij ik Harrie, die met zijn ervaring onze steun en toeverlaat is, zeker niet wil vergeten.

Dank!!


zondag 3 september 2023

De IJssel


De IJssel


Getekend door de tijd 

verandert haar loop,

haar omgeving.

hoog water, laag water, 

soms kabbelend, 

soms woest

laat ze zich bevaren, 

bevissen, bewerken

gedeeltelijk inperken.

Altijd aanwezig

een eeuwigheid.

Ik ben er tijdelijk

hier en nu

net als jij, 

de koeien, 

de ganzen, 

de vogels,

de vissen.

Ze duldt ons aan haar zijde.




vrijdag 21 oktober 2022

Twee jaargetijden


Op de kale en zwarte grond naast ons huis is de buurman in zijn tuintje aan het werk. Hij plant zijn net geleverde plantjes. Rozen hangen op de kop. Hun wortels lijken in kluitjes aan de hemel geplakt.  Roze rozenblaadjes zien hoe beneden zonnehoedjes,  een vlinderstruik, verbena’s, pijpenstrootjes,  japanse slangenbaarden, bloedgras en hemelsleutels met liefde worden geplant.
Een hondje plast tegen een boom. Het plasje daalt als regen terug op aarde, want ook de bomen hangen met hun wortels aan de wolken. Mia de buurvrouw,  beklimt een metershoge ladder en verft een donkere wolk wit en schildert er een schommel aan vast. Ernaast een ontluikend zonnetje. De eikels, confuus van wat ze zien, pakken hun hoedjes en verdwijnen terug in de boom net als de gevallen bladeren. Buuf verft ze weer groen. Bosanemonen en sneeuwklokjes verschijnen als glinsterende sterren aan de hemel. 
Ik snoei de herfstasters, naast mij vliegt een pimpelmees van het pindasnoer naar een half afgekloven vetbol. Eronder pronkt naast het elfenbankje een reuzevliegenzwam.

NB
Heb me bij onderstaand zeer kort verhaal laten inspireren door 'La Décoratrice' van Alastair, zie afbeelding

zaterdag 26 juni 2021

Ode aan morgen




Lieve Morgen,
Daar sta je van te kijken hé? Meestal word je aangesproken met goedemorgen. Vandaag niet. Even heb ik getwijfeld of het beste moest zijn, maar ik niet weet of je wel zo’n beste bent.  Eigenlijk weet ik niet wat ik met je aan moet. Je bent onbereikbaar. Altijd bewaar je een zekere afstand. Telkens wanneer ik je nader, verlies je jezelf in het hier en nu, soms kan ik je niet uitstaan.

Je moet weten dat dankzij jou vervelende klussen blijven liggen, ik dat ellendige telefoontje nog moet plegen en mijn Body Mass Index al jaren veel te hoog is, maar ik ga mijn leven beteren, morgen!  Weet je wat het is met die plannen met jou? Vaak komt er niets van terecht. Om over je Zuid-Europese alter ego Mañana nog maar te zwijgen. Zij maakt er helemaal een potje van. Niemand neemt haar nog serieus.

Aan de andere kant geef je me hoop en bied je me perspectief. Hoe onuitstaanbaar ik je af en toe ook vind, in feite ben je mijn houvast. Hoezeer ik het vandaag verprutst heb, altijd bied jij me weer een nieuwe kans. Begrijp je, dat je me soms tot waanzin drijft?

In feite laat ik mijn hele toekomst van jou af hangen?  En echt, ik niet alleen hoor. In mijn omgeving dweept iedereen met je.

Eigenlijk ben je het beste wat ons overkomt

We rekenen op je, Morgen!

dinsdag 4 augustus 2020

Een angstige gedachte

Auschwitz en Auschwitz-Birkenau, ik ben er geweest. Ik heb er gestaan. Tussen de barakken. Met dezelfde grond onder mijn voeten, hetzelfde uitzicht, dezelfde plek. De plek waar veel mensen de dood hebben gevonden. De plek waar mensen hun laatste angstige uren beleefd hebben. Ik was er om te begrijpen. Me enigszins een voorstelling te kunnen maken van wat er gebeurd is. Ik heb de stapel brillen gezien, de berg schoenen, het afgeschoren vrouwenhaar, de opeengestapelde koffers. De zogenaamde douches, het crematorium. Ik ben onder de poort met de leugen 'Arbeit macht frei' doorgelopen. Ik heb de foto’s gezien van de uitgemergelde gezichten, van vrouwen in de barakken op de houten bedden. Bedden die ik letterlijk aan kon raken. Wat ik niet deed, uit eerbied. Eerbied voor de slachtoffers.
Ik heb de hekken gezien, het prikkeldraad, de wachtposten, de huizen van de Kampfpolizei. De deurkruk die ik letterlijk kon aanraken. Wat ik niet deed, uit afschuw. Afschuw voor hen.
Ik was daar om te begrijpen, te voelen, te zien wat er gebeurd is. Samen met anderen, veel anderen. Dat samen schept een band, samen waren we onthutst en samen voelden we ons klein. Hoe meer ik zag, hoe minder ik begreep. Stilte nam het van ons over. In mijn hoofd duizelde het van de vragen. Waarom? Hoe? Hoe kunnen mensen elkaar dit aandoen? Hoe heeft het kunnen gebeuren? Zo lang en zo veel mensen systematisch uitgemoord.  Het kan toch niet waar zijn dat men het niet wist. Als ik inzoom op de individuele kampbewaarder. Hij zag wat er voor zijn ogen gebeurde. De NSB-er, de verrader, de Nederlandse politieman die Levi en Benjamin hielp opsporen en uit huis haalde. Iemand moet zich het toch afgevraagd hebben? Beseft hebben dat het niet deugt. Dat je geen mensen afvoert om wie ze zijn. Hoe kan het, welk mechanisme maakt dat je de andere kant op kijkt?
Wat zou ik gedaan hebben? Een vraag, een gedachte die zich aan mij opdringt.


                                      Een angstige gedachte


In herinnering ga ik terug naar een theatervoorstelling van Leen Jongewaard en Robert Long. Lang geleden en fel omstreden. De bedoeling was dat het publiek met rood-wit-blauwe vlaggetjes zou zwaaien wanneer de heren cabaretiers ons uitdaagden. We hielden immers van ons Vaderland. Maar de uitdagingen werden steeds dubieuzer en nationalistischer. Absoluut geen reden op enthousiast mee te vlaggen. Dat deed dus ook niemand, heel keurig. Totdat beide heren de weigeraars naar voren haalden op het podium. Ik voelde me ongemakkelijk. Om de druk te vergroten begaven ze de cabaretiers zich in het publiek. Ze kwamen nu wel erg dichtbij. Er werd meer en meer gevlagd.  Ik zat redelijk achteraan, maar ook toen vroeg ik me af wat ik zou doen.  Aan het eind van de voorstelling werd  de vergelijking met de oorlog getrokken. Is het dat? De angst om je te onderscheiden? Meelopen met de massa?




                                    Een angstige gedachte




Bovenstaande schreef ik jaren geleden naar aanleiding van mijn bezoek aan het concentratiekamp. Afgelopen week zag ik de herdenking van 75 jaar Auschwitz. De toespraak van een van de overlevenden, Marian Turski, trof mij diep. Hij waarschuwde voor onverschilligheid en spoorde politiek leiders aan oog en zorg te hebben voor minderheden.
 ‘Auschwitz kwam niet opeens uit de lucht vallen’ stelde hij. ‘Auschwitz kroop en liep op zijn tenen, nam kleine stapjes en kwam steeds dichterbij tot dit gebeurde.’ Heel systematisch.
Een uitspraak die bevestiging vindt in de bevindingen van Hannah Arendt, politiek filosoof. Zij heeft onderzoek gedaan naar totalitaire samenlevingen. Ook is zij bekend van haar verslag van het Eichmann-proces. Hannah Arendt stelde dat Eichman, de verantwoordelijke man voor het transport van Joden naar de concentratiekampen, een bureaucraat was die zijn taken zonder nadenken uitvoerde.
"Het is een treurige waarheid dat het meeste kwaad wordt gedaan door mensen die niet kiezen tussen goed of kwaad." (citaat Hannah Arendt)
Over het totalitarisme zegt Hannah Arendt dat het een politiek systeem is dat vrijwel altijd gebaseerd is op het absolute geloof aan één enkel idee of één enkel volk, en daarom meestal een zondebok-theorie kent. In haar tijd was het
het antisemitisme. Binnen een dergelijk systeem is er geen plaats meer voor open debat of afwijkende interpretaties en meningen, omdat alles onderworpen is aan dat ene idee.
     Marian Turski heeft gelijk met zijn waarschuwing waakzaam te zijn voor onverschilligheid, oog en oor te hebben voor minderheden. En hij heeft alle recht van spreken. Ook nu schuilt het gevaar. En het gevaar zit in onszelf. De werkgever die Mohamed en Achmed keer op keer uitsluit van een baan, politici die stemmen winnen door een complete bevolkingsgroep te stigmatiseren en niet te vergeten onze eigen rol door diezelfde politici te belonen tijdens de verkiezingen.
Auschwitz kwam ook niet uit de lucht vallen, een angstige gedachte.



zondag 8 december 2019

CO2 neutraal reizen




Buiten regent het en giert de wind om het huis. Tijd om op reis te gaan, lijkt me. Hoewel ik net terug ben uit Zweden. Ik was in Fjällbacka om precies te zijn. Een pittoresk vissersplaatsje  op anderhalf uur rijden van Göteborg. Kleurrijke houten huisjes aan de kust met op de achtergrond de imposante Vetteberget maken het tot een sfeervol plaatsje. Maar vergis je niet, onder het schilderachtige uiterlijk schuilt veel mysterie. Misschien vind ik het er daarom wel zo leuk. Mijn tripjes naar Fjällbacka kun je nauwelijks echte reizen noemen, meer uitjes tussendoor. Nee, dan mijn avontuur in Ethiopië waar ik de tweelingbroers Marion en Shiva heb ontmoet. De jongens, die opgegroeid zijn in een missiehospitaal in de onrustige zeventiger jaren, vertellen me over de periode waarin Eritrea zich probeert te ontworstelen aan de greep van Halle Melasse. Over het Eritrese verzet en de coup die dictator Mengistu uiteindelijk aan de macht zal brengen. Het ziekenhuis, hun thuis, functioneerde onder beroerde omstandigheden. Het heeft de jongens gevormd. Beide broers zijn chirurg zijn geworden. Helaas blijft het geen pais en vree tussen de mannen en vlucht Marion zelfs naar New York, waar hij als co-assistent aan het werk gaat in een arm en achtergesteld ziekenhuis. Als vanzelfsprekend reis ik een tijdje met hem mee.
Maar ook de belevenissen van de twaalfjarige Mehmet en zijn familie in het Turkse dorpje Sobyan, waar ik getuige van mocht zijn, hebben diepe indruk op mij gemaakt. Zijn vader, de vertalenverteller van het dorp die na zijn ongeluk berooid besluit terug te keren naar zijn geboortedorp waar hij dacht grond te bezitten. De dorpsbewoners denken daar duidelijk anders over. Mehmet en zijn familie maken zware tijden door. Ik was er bij.
Net als bij de rondreis door Marokko met Saïd en Hassan. We maakten we de overtocht van Spanje naar Marokko en in een oude Volvo trokken we door het land. Via Tanger reisden we naar de koningsstad Fez waar we in de medina de toeristische attracties bekeken. We zagen het fascinerende woestijnlandschap en trokken verder diep Marokko in tot aan de Hoge Atlas aantoe.
Maar mijn mooiste herinnering bewaar ik aan mijn reis met Modest en Pjotr Iljits Tsjaikovski die zich tijdens hun reis over de doofstomme Kolja ontfermen en hem uit zijn isolement bevrijden door hem te leren spreken. Terug in St Petersburg sla ik verbaasd gade hoe de dove Kolja de geheimen onthult rondom de dood van de beroemde componist.
Wie ver reist, kan veel verhalen of is het andersom? Verhalen, zo beeldend geschreven dat je je zelf in het bijzin van de personages waant. Ik bedank mijn reisleiders: Camilla Lackberg, Abraham Verghese, Murat Isik, Tessa de Loo en Arthur Japin. Mijn huidige reisleidster is Tatiana de Rosnay met wie ik Parijs ga herbeleven in een hoekje op de bank. De leeslamp aan, de verwarming op een aangename temperatuur, want buiten regent het en waait het nog steeds.


vrijdag 28 juni 2019

En opeens bloeit het Fluitenkruid




Gedachteloos loop ik het gebruikelijke ochtendrondje met Guus. Het is kwart voor zes. Op de krantenjongen na kom ik niemand tegen. Snel gaat onze wandeling niet, Guus vindt overal plekjes om aan te ruiken, een loops teefje waarschijnlijk. Ook nu staat hij weer met zijn neus aan de grond. Licht geërgerd wacht ik tot hij is uit gesnuffeld. En dan ineens valt mijn oog erop, pal voor mijn neus.
Het Fluitenkruid bloeit. Stokstijf sta ik daar, mijn benen voelen zwaar. Het is alsof ik net ben neergedaald uit een andere dimensie. Hoe kan het me ontgaan zijn? Waar ben ik al die tijd geweest?
Mijn gedachten terug naar die dag op verpleegafdeling B5 waar mijn man zijn laatste dagen doorbrengt. Terwijl ik naar buiten kijk, luister ik naar zijn ademhaling, zwaar en rochelend. De sneeuw is aan het verdwijnen. Een eerste ooievaar is neergestreken en op de bomen zie ik de groene gloed van het voorjaar.
Ik houd van alle seizoenen, maar van de lente het meest. Het jonge groen, het nieuwe leven, ze stemmen mij hoopvol. Alsof de natuur je nieuwe kansen biedt. Bij het zien van de eerste tekenen van het veranderende jaargetijde kijk ik het frisgroene blad bijna uit hun knoppen en maakt mijn hart een sprongetje wanneer ik de eerste zwaluwen zie. Verheugd zie ik het loof van het Fluitenkruid uitgroeien tot een volwassen plant. Nog even en dan zullen de wilde witte bloemen bermen en sloten sieren. Als dansend Brussels kant. Het begin van een nieuw seizoen.
En nu staat ze daar opeens, brutaal pronkend met de sierlijke witte bloemen, het Fluitenkruid. Het is windstil, er wordt niet gedanst. Ik kijk om me heen. In de verte scheren een paar zwaluwen over het water. Het is lente. Vanaf dit jaar zal het anders zijn.
De gloed van het voorjaar heeft iets van zijn glans verloren.                     

zaterdag 20 oktober 2018

Wraak op Jenny


Het is weer zover. Een groot deel van de lente en de hele zomer heeft ze opstandig en uitdagend voor me staan pronken. Maar kijk haar daar nu eens staan. Wat een vertoning. Ze staat daar gewoon zielig te zijn. En weer heeft ze het laten afweten. Doe het zelf, lijkt ze te denken, al twintig jaar lang. Doe het verdomme lekker zelf. Al die jaren accepteer ik het. Ik lijk wel gek en waarom?
Het antwoord is simpel, ik vind haar mooi. Nee, ik vind haar prachtig. Haar uitbundigheid, haar standvastigheid en bovendien geeft ze lucht om te ademen. De zekerheid dat ze er altijd weer zal zijn, hoe ik haar ook elke keer weer aftuig. Want geloof me, ik kan veel van haar hebben, maar er komt een dag dat ik met haar afreken, ik moet wel. Uiteindelijk houdt ze, ondanks die verrekte zelfverzekerdheid, haar trotse houding niet vol en breekt ze. Slap en uitgeput zal ze voor me neervallen. Ik kan dat niet aanzien en besluit haar uit haar lijden te verlossen.
Maar stel je gerust onder dat altruïsme gaat ook een flinke portie egoïsme en zelfs wraak schuil. Egoïsme omdat ik gewoon geen zin heb om haar op te vegen en wraak omdat ze me alweer heeft teleurgesteld. Jenny, de zelf bestuivende kiwi, ik heb haar nota bene aangeschaft vanwege haar vruchtbaarheid. Ik bewonder haar zelfstandigheid, Jenny heeft geen man nodig. Elk jaar kijk ik verwachtingsvol uit naar haar vruchten die mijn vochtbalans op peil houden en mijn bloeddruk gezond met hun kalium. Mij stimuleren af te vallen met hun vezels en hun laag glycemische index. Ze dragen zorg voor een gezonde  Ph-waarde in mijn lichaam door hun mineralen. Door de aanwezige luteïne en zeaxanthine voorkomen dat ik last krijg van maculadegeneratie, ook wel netvliesveroudering genoemd en niet te vergeten een gezond luchtwegsysteem dankzij de aanwezigheid van vitamine C. Dat alles ontneemt Jenny mij met haar weerbarstige houding.
Vandaag is het tijd voor wraak. Voordat ze op sterven na dood uiteen valt, maak ik haar met de grond gelijk. En met het botter worden van mijn snoeischaar wordt mijn wraak knip na knip zoeter. Toch bloeit Jenny weer op. En net als dit jaar zal ze me ook volgend jaar weer in de steek laten.
‘Bestuif jezelf lekker zelf’ zal ze uitstralen.


donderdag 29 maart 2018

Beleef, kunst, natuur, architectuur & cultuur




‘Altijd wat met dat in-en uitchecken. Het begint een patroon voor ons te worden,’ zegt mijn vriendin als het inchecken met ons Kruidvat-voordeelkaartje niet lukt om half negen ‘s ochtends. Museum Voorlinden in Wassenaar staat al een tijd op ons verlanglijstje en vandaag is het zover. In Leiden checken we zonder problemen uit. Het zal dus wel aan die paal in Meppel hebben gelegen, concluderen we en verder staan we er niet bij stil. Snel trekken we een sprintje naar lijn 43 naar Wassenaar. Blijkt toch nog een aardig ritje te zijn. Na ongeveer een kwartier stappen twee kaartjescontroleurs in. Eentje voorin en eentje achterin, geen ontkomen aan. Met hun houding, het uniform waar achterop ‘Service en Veiligheid,’ staat en de bijbehorende legerkistjes imponeren ze behoorlijk. ‘Moet dat nou?’ vraagt de vrouw tegenover waarmee ze een toespeling maakt op de agressieve uitstraling van de mannen. Ze vraagt zelfs of de mannen bewapend zijn.
‘Helaas moet het mevrouw,’ antwoordt de man, ‘de hele maatschappij verloedert.’ Ik observeer de man en verdenk hem ervan dat hij maar wat graag een wapen had gedragen. ‘Jammer’ antwoordt de vrouw en alsof hij op de mogelijkheid heeft gewacht, velt hij zijn oordeel. ‘Komt door de multiculturele samenleving, mevrouw. Andere normen en waardes hè,’ zegt hij in plat Haags.
Waardes, waardes, wat voor een waardes denk ik. Het zullen zijn suikerwaarden zijn vermoed ik. Veel te laag, wat een zuur type.
Op de schaal van licht naar donker, behalen de vriendelijke dame tegenover mij, mijn vriendin ik de minste punten. De overige passagiers scoren in verschillende gradaties allemaal hoger. Een multicultureel gezelschap dus en meneer hier staat, dankzij zijn apenpakje, een beetje autoriteit uit te stralen en meent dat hij het recht heeft deze mensen, zonder enige aanleiding daartoe, te mogen schofferen. Zo maar, zonder blikken of blozen
‘Nou, zo kan het wel weer,’ roep ik grenzend aan mijn lef en bedeesder dan ik zou willen als ik zie dat hij meer wil gaan zeggen. Ik zit me op te vreten. Gelukkig stappen de mannen bij de volgende halte uit. Zonder iemand betrapt te hebben op zwart rijden overigens.
De afstand tussen bushalte en museum is groot genoeg om te schakelen tussen de rauwe werkelijkheid in de bus en de wereld van de schone kunsten.

‘Beleef, kunst, natuur en architectuur’ is de slogan van museum Voorlinden en dat lukt. Het gebouw, de tuin, de exposities zijn mooi op zichzelf. Samen versterken ze elkaar in hun functie. Een raam, zo gesitueerd waardoor het uitzicht op de tuin een schilderij lijkt. Kunst buiten onderstreept de kunst binnen. Architectuur waarbij aan alles is gedacht. De bekende en foeilelijke groene lichtbakken die de nooduitgang aangeven, wie kent ze niet, zijn weggewerkt in de muren en alleen zichtbaar als het nodig is. De enorme ramen en het dak zorgen voor natuurlijk licht. In alle opzichten is het gebouw dienend aan de kunst. De folder van het museum zegt niets te veel.
We dompelen ons onder in het zwembad, glimlachen om twee veel te kleine liftjes en vergapen ons aan mensfiguren, twee keer zo groot als wijzelf. We lopen door een enorm kunstwerk van verroest ijzer en wanen ons in een andere wereld. De tijdelijke expositie ‘Stage of Being’ laat ons nadenken over wie we zijn, over onze relaties met anderen en hoe wij herinnerd worden wanneer we er niet meer zijn.   
De wandeling terug naar de bushalte lijkt langer dan op de heenweg. Deels verklaar ik dit door het ontbreken van de noodzaak tot omschakelen. Liever was ik nog even gebleven tussen de schone kunsten. De werkelijke reden is dat mijn voeten hevig protesteren. De busrit, dit keer zonder mariniers, doet wonderen. Na de rit van ruim een half uur ben ik weer tot wandelen in staat. Het is net vier uur geweest als we op station Leiden inchecken. Nou ja, ik check in, het Kruidvat-voordeelkaartje van mijn vriendin weigert dienst. Het blijkt dat we reizen met een dalurenkaart. Dankzij de inconsequentie van het feit dat ik wel met hetzelfde kaartje kan inchecken en de afgedwongen belofte dat we ons melden bij de conducteur wordt de poort geopend.

Die conducteur lijkt een verhaal apart. Wij schatten in dat hij zijn jongensdroom, namelijk steward worden bij een luchtvaartmaatschappij, nog niet helemaal waargemaakt heeft, maar hij oefent goed. Al eens eerder heb ik in een blog geschreven over de overbodige informatie die conducteurs over hoofden van reizigers heen storten, maar op de Schipholtrein naar Leeuwarden gaat onze 'captain' helemaal los. Bij elk station stort hij zijn informatie in twee talen over ons uit en wenst ons namens de machinist en de bemanning een aangename vlucht, eh reis bedoel ik natuurlijk. ‘Let op,’ zeg ik tegen mijn vriendin ‘straks komt hij hier de vluchtroutes demonstreren, vallen de zuurstofmaskers uit het plafond en reikt hij aan de eersteklas reizigers Delfts blauwe huisjes uit.’ We worden er een beetje melig van en wij niet alleen. Intussen krijgen we een lesje Fries van een Friezin die ruzie heeft met Telfort en dat uitgebreid telefonisch met Mem bespreekt. En even later een lesje Spaans van een señora die haar señor aan de telefoon heeft. Bij het verlaten van de trein merkt iemand op dat de reis helaas te kort was voor Frans en Duits. We houden dat tegoed. Multicultureel was onze dag zeker. En veranderende andere normen en waarden en daardoor een verloederende maatschappij? De enigen die we op iets illegaals hebben kunnen betrappen waren wijzelf met ons dalurenkaartje in de spits. Al met al een heerlijke dag waarin we kunst, natuur en architectuur beleefd hebben. Persoonlijk voeg ik er graag 'cultuur' aan toe.

zaterdag 24 februari 2018

Geef het volk brood en spelen!



Een blog van mij over de Olympische spelen? Het zal je verbazen en terecht. Ik heb helemaal niets met sport. Het ontbreekt mij aan de noodzakelijke winnersmentaliteit en voor het fanatisme ben ik zelfs allergisch. Maar ik ben thuis en op de televisie is de openingsceremonie te zien. Al snel word ik gegrepen door een combinatie van mooie beelden, technische hoogstandjes en symboliek. Kinderen in gekleurde jasjes symboliseren de vijf elementen: rood voor vuur; blauw voor water; zwart voor metaal; wit voor aarde en groen voor hout. ‘De vijf elementen verhouden zich tot elkaar in een cyclus van creatie en vernietiging,’ lees ik op het internet. De vijf elementen trekken elkaar aan en stoten elkaar af. Door dit proces ontstaat verandering en evenwicht. Yin en Yang, het fascineert me net als de hightech. Oude oosterse filosofie en vernieuwende hightech ook heel yin en yang. En het wordt nog mooier. Beide Korea’s doen als één land mee aan de spelen. ‘De Zus van’ staat achter de president van Zuid Korea. Met een glimlach zelfs. Haar gebruikelijke zwarte uniform wordt opgevrolijkt door een fleurig blauw keycord en badge. Leuk! Staat je goed een beetje kleur, moet je vaker doen, denk ik. Maar jammer, ’s avonds in het acht-uur- journaal zien we ‘De Zus van’ samen met haar delegatie weer strak in het zwart. Het fleurige blauw is weg, net als de glimlach, maar de bedoelingen zijn goed. Er is zo waar een gesprek tussen Noord en Zuid. De spelen staan in teken van de vrede. De Olympische gedachte! Drones als vredesduiven laten zich vangen in vijf ringen. Nog aan het scherm gekluisterd zie ik hoe de Koreanen als één team het stadion binnentreden. Het ontroert me. Ook op de tribunes is iedereen euforisch, inclusief een synchroon zwaaiend leger van Noord Koreaanse cheerleadertjes in rode uniformpjes. ‘Dit is een wonder, dit is uniek!’ Woorden van gelijke strekking worden gebruikt. 

Maar dan de sport zelf. Af en toe kijk ik als het zo uitkomt. Ik zie hoe twee tiende punt verschil maakt tussen euforisch geluk, een knuffel van de Koning en intens verdriet. Hoe een honderdste van een seconde afrekent met te hoog gespannen verwachtingen en hoor ik Sven zeggen dat hij alleen voor goud rijdt. Dan is er het gevalletje matchfixing. Een oud lijk dat uitgerekend vandaag uit de kast valt. Want vandaag is de dag van de 10 kilometer. De dag van Sven, de man die alleen voor goud gaat. Maar het is ook de dag van zijn grote concurrent. En laat nou net de coach van deze concurrent iets te maken hebben met het oude lijk. Toevallig he? Opeens weet ik weer waarom ik sport niet leuk vind. Bah, het riekt naar politieke spelletjes. Belangen zijn in het geding. Het zal wel uitmaken of je de sponsor bent van de winnaar bent of van een verliezer. De tentakels van de commercie? Of ben ik nu te achterdochtig? In elk geval bevestigt het mijn vooroordelen. Ik haak af. De tv staat nog aan, maar ik kijk niet meer.
Maar dan is er ene Esmee Visser. Ze verrast iedereen en zichzelf nog het meest. ‘Ik heb gewoon lekker geschaatst,’ is haar reactie op de vraag wat er is gebeurd. Voor het eerst sinds de openingsceremonie ben ik weer ontroerd. Wat een heerlijk mens! Hopelijk houdt ze haar zichtbare onbevangenheid en valt ze niet ten prooi aan de gekte van topsport en aan de tentakels van de aasgieren en blijft ze gewoon lekker schaatsen met de jongens in Groningen.

Morgen is de sluitingsceremonie. Ik ben benieuwd of ‘De Zus van’ er weer zal zijn met haar glimlach en fleurige badge. Of de cheerleadertjes weer synchroon zullen zwaaien met hun vlaggetjes. Of beide Korea’s elkaar ietsepietsie genaderd hebben.
Sport verbroedert en Drones als vredesduiven. Het is ook wel een beetje naïef. Per slot van rekening is  ‘De Zus van’ ook alleen maar de zus van. Intussen kondigt Trump nieuwe sancties aan tegen Noord Korea.  ‘Het grootste pakket ooit’ en houdt de grote broer van ‘De Zus van’ de hand aan de knop.










donderdag 7 december 2017

Het Kerststuk

‘Nee, dat meen je niet, heet hij echt zo?’ Hij kan zijn lach nauwelijks onderdrukken, ‘En jij vindt het slim om hem tijdens het kerstdiner aan de familie voor te stellen?’
‘Niet zo flauw, broertje. Niet alle jongetjes kunnen Roderick heten. En ja, waarom niet? Iedereen is er immers. Dan hebben we het maar gehad hè?’ antwoordt zijn zusje terwijl ze zich opmaakt.
‘Ik moet toegeven, je hebt wel lef,’ roept hij terwijl hij de trap afrent.
Beneden aangekomen barst hij los. ‘Cato gaat haar Ierse vriendje straks ons voorstellen. Tijdens het kerstdiner nota bene.’ Hij rolt met zijn ogen. 
‘Hè Ro, laat toch, ze is verliefd,’ roept zijn moeder vanuit de keuken waar ze met een uitbeenmes het vlees van de reerug lossnijdt van het bot. Ze bekijkt het stuk vlees en constateert dat ze wel een extra mond kan voeden.

Twee uur later parkeert hij zijn Mini Countryman voor de Tesla van Cato’s vader. De toegangsweg naar de ondergrondse garage loopt schuin naar beneden. De handrem niet vergeten, denkt hij. Tegelijk grijpt hij naar zijn zelfgemaakte kerststuk dat dreigt om te vallen. Hij heeft er veel tijd aan besteed. Een ovale schaal met sparrentakjes. In het midden Skimmia Japonica Rubella en alles geschikt op gelijke hoogte. Afgestijld met zilverkleurige etalagespelden en mondgeblazen glazen kerstballen. Het resultaat is een strak en modern kerststuk. Tevreden bekijkt hij nog eens het resultaat. Zenuwachtig voor de ontmoeting met de familie van Cato stapt hij met het kerststuk op zijn hand uit de auto. Hij gooit het portier dicht en haast zich naar de deur. Via de keuken, heeft Cato hem op het hart gedrukt. Hij had geprotesteerd, maar Cato was onverbiddelijk. ‘Privé, altijd via de keukendeur, alleen klanten bellen aan,’ had ze gezegd.
Klokslag vier. Cato zou hem opwachten, maar het is haar moeder die open doet. De braadslee met de reerug waar ze net cognac en bessengelei aan heeft toegevoegd zet ze op het aanrecht. Nerveus drukt hij haar het kerststuk toe. In een reflex neemt ze het aan, maar laat het net zo snel weer uit haar handen vallen. Het stuk valt uiteen. Giftige besjes van de Skimmia en microscopisch kleine stukjes van de mond geblazen glazen kerstballen verdwijnen in de bessengelei. 
‘Oh nee’, gilt Cato. ‘Ze is allergisch voor spar.’ Roderick en zijn vader komen op het lawaai af. Het gezicht van Cato’s moeder is inmiddels rood en opgezwollen. Op haar handen vormen zich kleine witte blaasjes. In de keukendeur staan Cato’s grootouders die net zijn gearriveerd. 
‘Wat is hier gebeurd?’ vraagt de oude man. 
‘Cato gaat haar vriendje aan ons voorstellen,’ zegt Roderick grijzend.
‘Ik hoop maar dat jullie het net zo goed met elkaar kunnen vind als jullie auto’s, grapt oma. ‘Die hebben elkaar al gekust. Die mini, die is toch van jou jongeman?’ vraagt ze.
‘Oh nee, de handrem!’ Hij hapt naar adem.
‘Hoe was je naam ook alweer, had je dat al gezegd?’ vraagt Cato’s vader.
‘Murphy meneer, mijn naam is Murphy.’








donderdag 13 juli 2017

Bevestiging nodig?


Gekmakend is het, dat eeuwige gepiep van mijn jongste. Hij maakt me gek. Het is zo’n onzeker type. In alles wat hij doet, moet hij bevestigd worden. Ja, ja, ik weet het, ik houd het gedrag ook in stand natuurlijk. Iedere keer wanneer ik mijn hoofd om de deur steek om te kijken of het goed gaat daar binnen, is het weer raak. Ik heb de deur nog niet weer dicht gedaan en het gejengel begint weer. Ik had het er laatst met een paar vrouwen over, jonge moeders waren het. ‘Het gaat wel over als hij wat ouder is’ wisten ze mij te vertellen. Nou ik weet het niet hoor, ik geloof er niets van. Volgens mij zit het in het type en dat verandert echt naar mate hij ouder wordt. Sterker nog ik denk dat hij behalve piepen dan ook nog gaat zuchten en steunen. Op mijn werk hebben we ook zo type. Nou ja, niet echt op mijn werk. Hij werkt in het bedrijfsrestaurant. Tjonge, die is nog erger dan die van mij. Wat een jengelkont, hij blijft maar doorgaan. Echt, maar wat een tuff ladies werken daar zeg. Ze trekken zich er niets van aan, ze laten hem gewoon piepen. Soms wel tien minuten lang en geloof me, tien minuten gejengel aanhoren is lang. Veel van mijn collega’s ergeren zich er dan ook aan, maar ik niet. Ik kan ik het aardig van mij afzetten. Niet mijn verantwoordelijkheid immers, maar thuis? Verschrikkelijk, het liefst zou ik die van mij inruilen. Mijn hemel, wat waren ze in shock, die vrouwen, toen ik ze dat vertelde. Tja, dat hoor je ook niet te zeggen he? Die van jou is immers de beste, de mooiste, de slimste. Nou die van mij niet hoor. Wat een piepertje is het zeg. En als hij het nou echt niet kon, dan kon je er nog aan werken, maar hij kan het best hoor. Sterker nog, hij kan van alles en als je maar hem de juiste opdracht geeft, doet hij zelfs dingen tegelijk. Jammer, dat hij er zelf niet meer van overtuigd is. Af en toe weet hij het ook niet, dan kookt hij van woede. Die vrouwen hebben natuurlijk gelijk, ik doe het ook helemaal niet goed. Ik weet het wel. Zelfs nu hij toch al wat ouder is, kijk ik nog regelmatig om de deur. Je weet het immers niet, er kan altijd wat gebeuren. Het zit er ook zo in gebakken. Als ik dat bedenk, raak ik milder gestemd en gelukkig ontdooit hij dan ook weer.

Welk type het is? Het is mijn nieuwe Siemens combi-magnetron, type: HT5HBB4K

maandag 16 januari 2017

Dagje Amsterdam


‘Kom we gaan’ zegt mijn vriendin. Ik knik, drink mijn cappuccino op en pak mijn tas. Hoogste tijd! Met zijn tweeën doen we een dagje Amsterdam, altijd gezellig. We laten het terras voor wat het is en lopen naar de auto van mijn vriendin ‘Stap in, dan rijd ik even langs de parkeerplaats waar jij je auto hebt neergezet.’
‘Ben je mal’ zeg ik ‘ik loop dat stukje je wel.’
‘Zeker weten?’
‘Ja, ik weet het zeker, rij nu maar.’ Als ze wegrijdt zwaai ik haar na. 

Met mijn Dopper in de hand -je weet wel, zo’n verantwoord waterflesje- loop ik naar de gracht. Spelend met het flesje hang ik over de reling. Stomme gewoonte, maar dat doe ik nu eenmaal Totdat ik het ding in het water laat vallen. Alleen de dop heb ik nog in mijn hand. Shit! stom zeg. Dan zie ik een man die met een lange stok waaraan een netje is bevestigd aan het hengelen naar rotzooi in de gracht. ‘Kun je die fles er voor mij uit vissen?’ vraag ik hem.
‘Welke mot je hebben?’
‘Die groene,’ zeg ik hem wijzend naar het flesje.
Met moeite – hij was er bijna zelf ingevallen- vist hij mijn Dopper uit de gracht. Ik pak het ding van hem aan en trek een vies gezicht. Ik vraag me af of ik ‘m ooit weer schoon kan krijgen. Ik haal mijn schouders op en gooi het ding in de prullenbak.
‘Eeei wijffie, wat doe je nou? Waarom most ik dat kolereding dan opheise?’
‘Hij was er in gevallen, sorry. Maar toch bedankt!’ Ik loop verder, het gemopper van de man negeer ik. Ja sorry, ik heb er nou eenmaal een hekel aan om spullen te laten slingeren. En ik heb er helemaal een hekel aan wanneer die rommel in de gracht gedumpt wordt. 

Ik loop verder… maar waarheen eigenlijk? Waar heb ik in vredesnaam mijn auto neergezet. Ik weet het echt niet. Hoe ik ook pieker, ik kan er niet opkomen. Dan opeens begint mijn horloge te flikkeren. Een kitschding wat ik waarschijnlijk ooit eens heb gekregen. Ja, ik moet het wel gekregen hebben, want het koperen ding met de barokke krullen is zo lelijk dat ik het nooit zelf gekocht zou hebben. Eerlijk gezegd verbaast het me dat ik hem om heb gedaan. Maar goed, nu komt het afzichtelijke ding goed uit. Er zit GPS en internet op namelijk. Bovendien waarschuwt hij me voor naderend onheil. Ik kijk op het display. ‘overschrijding parkeertijd: 0H:45’ en met gele letters die steeds oplichten: bijladen, bijladen, bijladen!’ Dit moet het horloge van mister BigBrother himself zijn, denk ik. Hoe weet dit klokje dat mijn parkeertijd is verstreken. Ik kan me niet herinneren dat ik iets heb ingevoerd bij de parkeerautomaat. Ik kijk nog eens op het display en zie nu ook een plattegrondje verschijnen. Klein, maar het is te lezen. Tjonge dat is toch wel geweldig. Nadat ik het schermpje iets heb vergroot zie ik dat de pijl wijst naar de Haarlemmer Houttuinen. Omdat ik nog niet helemaal vertrouw op het digitale frutsel om mijn pols, besluit ik het een mevrouw vragen die me tegemoet komt lopen. ‘Oh ja, de Haarlemmer Houttuinen, natuurlijk ken ik die’ en ze wijst me hoe ik moet lopen. Eerste weg links, na honderd meter rechts, dan de tweede zijstraat nadat u voorbij de muziekschool op de hoek….ze vertelt langs haar neus weg dat ze op die muziekschool jaren les heeft gegeven. ‘Maar dat vindt u natuurlijk helemaal niet interessant, ik draaf ook maar een beetje door,’ zegt de vrouw. En ze heeft helemaal gelijk, het feit dat zij muziekjuf is, boeit mij inderdaad niet. Maar dat zeg ik natuurlijk niet. Ik bedank haar vriendelijk en loop in de richting die zij mij gewezen heeft. De eerste weg links en dan na honderd meter rechts, dat weet ik nog, Daarna ben ik in de brei van woorden haar aanwijzing kwijtgeraakt. Ik besluit de aanwijzingen op mijn slimme horloge te volgen en weer kijk ik op mijn display. ‘overschrijding parkeertijd: 1H:35, bijladen, bijladen, bijladen,’ gevolgd door reclame van Holland Casino. Toch een gratis gadget geweest waarschijnlijk. Gelukkig verschijnt  het plattegrondje weer. Vol vertrouwen loop ik in de richting van de pijl. Meer dan een anderhalf uur is mijn parkeertijd al verstreken. Dat zou zomaar in de papieren kunnen lopen. Ik hoop dat de parkeerwachten van Amsterdam een beetje mild voor me zijn.  
Na nog een halfuur lopen flikkert mijn horloge opnieuw op ‘bestemming bereikt.’ Ik kijk om me heen en zie nergens een parkeerplaats, laat staan mijn auto. Wel sta ik voor het gebouw van Holland Casino.


Ik kijk opzij en zie de groene cijfers op de display van mijn wekker, ik draai me om.
‘Wakker?, vraagt mijn man. ‘Wat was je toch aan het woelen?’
‘Ik was in Amsterdam en wist niet waar ik de auto had geparkeerd.’
‘Waarom heb je mij dan niet gevraagd?’
‘Je zou het ook niet geweten hebben, waar staat hij dan?’
‘Het is toch jouw droom’
‘Zie je wel, ik zei het toch. Jij weet het ook niet.’

zaterdag 10 december 2016

De verleidingen van de supermarkt







Het is 10 december, nog even en we zitten weer aan de Kerstdis. Al geruime tijd weersta ik de verleidingen in de supermarkt, pepernoten, banketstaven, chocoladeletters. Al die andere dingen die, behalve gedichten en cadeaus, de sinterklaasavond tot een heerlijk avondje maken, heb ik kunnen weerstaan. Nu nog de Kerstverleidingen. Ik ben aan het lijnen. Nee, nee, niet afhaken nu. Dit blog gaat niet over de ellende van het lijnen. Ik ben een jojo. Iedereen die mij een beetje kent, weet dat een dergelijke periode eens in de zoveel tijd voorbij komt. Meestal met een tussenperiode van 15 kilo. Nu is het weer zover, niets bijzonders dus. Ik zie wel hoe ver ik kom, zo makkelijk is het. Neemt niet weg dat shoppen in deze tijd van het jaar best lastig is. En natuurlijk baal ik enorm dat de macarons Macarons – de belichaming van een subliem, zacht, mals en elegant Frans genot- waar ik bijna het hele jaar smachtend en zonder resultaat naar op zoek ben,  me nu met hun uitnodigende kleuren lijken te smeken hen te bevrijden uit de gekoelde ruimte waarin ze in rijen  zijn opgesteld. Even kijk ik naar ze. Die kleuren! Het lichtbruin van de amandel, iets donkerder vanwege de pure chocolade waarvan slechts een klein stukje al genoeg is om mijn lijf endorfine aan te laten maken en mij in een gelukzalige toestand te laten verkeren. De oranje en gele exemplaren die mij door het citroen -en sinaasappelsap weer terug op aarde brengen, het pistachegroen en het heerlijk zoet door de aardbeien en frambozen. Maar, mijn knop is om. Ik kan ze weerstaan. Over de worsten, de bladerdeeghapjes, de antipasti en de kaasjes,  wil ik het niet eens hebben. Hoewel de truffelkaas wel erg de moeite waard is. Ik bedoel als je niet aan het lijnen bent, zou ik er voor gaan. Maar nu is er geen haar op mijn hoofd die eraan denkt het zielig in vacuüm verpakte stukje kaas voorzien met het zwarte goud der aarde in mijn winkelwagentje te leggen. Ik voel me sterk  en zo loop ik met mijn bijna lege winkelmand op wielen naar de kassa, waar een beetje schuchtere man bezig is zijn waren op de band te leggen. Opnieuw zie ik al het lekkers waar ik mij voor had afgesloten aan mijn oog voorbij trekken, als laatste een doosje met macarons. Ik bekijk de man en constateer dat hij het kan hebben. De caissière ziet het ook. Ze schuift met een omstandig gebaar een haarlok net zo willig als zijzelf naar achteren. Ze kijkt hem aan en zegt met een stem waar emotie in doorklinkt  ‘Duw uw karretje maar tegen mijn deurtje.’


zondag 23 oktober 2016

Hier sta ik dan



Hier sta ik dan

met mijn hoofd in de wolken.

Langs....

Wat nou langs?

De wind blaast er dwars doorheen

woensdag 7 september 2016

50.000.000

Vanmorgen tijdens mijn ochtendwandeling met Guus  -Guus is mijn hond-  voel ik weer eens blog opborrelen. Ik heb een beetje slecht geslapen, dus het zou kunnen dat deze iets zuurder klinkt dan jullie doorgaans van mij gewend zijn. Verder lezen is volstrekt op eigen risico, maar zeg niet dat ik jullie niet gewaarschuwd heb. Oh ja, waar ik jullie ook nog op wil wijzen is het feit dat mijn verhaal bol staat van de aannames. Dat mag, vind ik in een verhaal. Bovendien heb ik me schuldig gemaakt aan een variant op het etnisch profileren. Niet op ras, maar op leeftijd in mijn geval. Net zo fout! Komt vooral veel voor op de arbeidsmarkt, maar daar gaat het nu niet over.  Wat mij triggerde vanmorgen was Tim. Tim is een peuter van een jaar of vier. Deze week voor het eerst naar school, hartstikke spannend. Tim loopt naast zijn oma, althans dat denk ik.  Dat profiel heb ik haar opgeplakt. Een jonge oma dat wel. Waarschijnlijk is het ook voor haar de eerste keer dat zij haar kleinzoon naar school brengt, ook hartstikke spannend. Ze lopen achter me. Als Guus moet plassen kijk ik achterom.  Tim dribbelt op zijn korte beentjes naast zijn oma, zijn vuistje stevig in haar hand geklemd. ‘Oma’ vraagt Tim, ‘wanneer gaan we weer naar de camping? Je weet wel oma, waar die kindjes allemaal zo raar praten.’ ‘Die kindjes praten niet raar, maar ze wonen in en ander land en daar praten ze in een andere taal. Als jij straks goed je best doet op school, kun jij ze later heel goed verstaan.’ zegt oma pedagogisch. Maar Tim is een volhouder en laat zich niet met een kluitje in het riet sturen. ‘Maar wanneer gaan we nu weer naar de camping dan?’ Ik zie oma worstelen. Zeggen dat het jochie nog 330 nachtjes moet slapen, kan ze niet over haar hart verkrijgen. Dus zegt ze ‘Oh, maar Tim dat duurt nog heel lang.’ Ik zie het onderlipje van Tim trillen, oma ziet het ook. Dat wordt janken! En dat op de eerste schooldag. ‘Maar we gaan eerst nog op wintersportvakantie Tim, net als vorig jaar. Weet je dat nog wel? We gaan dan weer in zo’n hotelletje slapen……………..’Oh ja’ zegt Tim. Hij weet het weer en weg zijn de tranen. Guus is uitgeplast en uit gesnuffeld. Ik draai me om en denk aan het rapport van Unicef wat vanmorgen is verschenen. 50.000.000 kinderen wereldwijd op de vlucht voor oorlog, extreme armoede en geweld. Allemaal kindjes die raar praten.

Ik oordeel niet hoor, veroordeel ook niet. Dit is nu eenmaal onze rijke westen. Ik verbaas me hoogstens over het feit dat oma de teleurstelling van Tim denkt te moeten compenseren door iets  -bijna net zo leuk- in het vooruitzicht te stellen. En ach Tim, waarschijnlijk gaat hij in de herfstvakantie nog wel naar Eurodisney

maandag 29 augustus 2016

Hoeveel geluk kun je hebben?


 
Ik sta in de tuin wanneer het jongetje mij vol ontzag aankijkt. ‘Papa, als je daar 
woont, heb je wel veel geluk hè?’ zegt hij terwijl ze langs mijn huis fietsten. Vader knikt. Beiden richten hun telefoon op mij. Ik woon naast een Pokemon hotspot.

woensdag 15 juni 2016

Alles wat uit Frankrijk komt...



Het is zaterdagochtend,  ik  luister met een half oor naar de radio. Menno Bentveld heeft het in het programma “Vroege Vogels” over de klimaatverandering. Waar het precies over gaat heb ik nog niet meegekregen , maar iets is door de opwarming van de aarde aan het verschuiven vanuit Frankrijk naar ons koude kikkerlandje. Ze maken zich er nog al druk om merk ik. Als hardnekkig Francofiel denk ik dat het allemaal wel mee zal vallen. Echt ik ben onverbeterlijk, ik ben gek op alles wat uit Frankrijk komt.  De wijn, de kaas, de marktjes, de campagne, de steden, films, het landschap en zelfs de Franse taal - hoewel ik er zelf niet veel van bak-, ik vind het prachtig. Joie de vivre! Leven als God in Frankrijk! Ik geloof niet in God, maar wel in Frankrijk. Dus wat Franse invloeden hier, hoe erg kan het zijn? En in gedachten rijd ik over de Route National met aan weerskanten de uitgestrekte glooiende graanvelden, passeer ik schitterende kastelen en talloze druivenranken. Doe ik dorpjes aan waar altijd wel iemand met een stokbroodje onder zijn arm loopt. Waarschijnlijk op weg naar huis voor het diner dat in mijn verbeelding in de tuin aan lage tafels wordt genuttigd. Ik ruik de verleidelijke geur van knoflook, olijfolie en Provençaalse kruiden en het water loopt in mijn mond. Ook ruik ik de lavendelvelden en geniet ik van die intense paarsblauwe kleur. Intussen scheren de zwaluwen rakelings langs en hebben de zonnebloemen en masse hun blik gericht in de richting van de zon. Daar waar uren later de sterren terugkijken. Nergens is het melkwegstelsel zo duidelijk waarneembaar als op het Franse platteland, waar het ’s nachts nog echt donker wordt. Net als ik in gedachten op één van de terrassen neerstrijk nadat ik weer eens over marktje heb geslenterd hoor ik Menno zeggen dat een superkolonie Tapinoma nigerrimum vanuit het Middellandse Zeegebied in Wageningen is neergestreken en daar voor veel overlast zorgt. Het Mediterraans draaigatje zoals de mierensoort hier genoemd wordt is een alleseter en drager van bladluizen die zonder pardon al het leven uit de Wageningse planten zuigen. Bovendien bijt het Mediterraanse kreng en spuit het afweerstoffen.
Maar wat zoekt zo’n beest in Wageningen vraag je,  je dan af. Oké, ze graven lange gangen, maar vanaf de Middellandse Zee naar Wageningen is toch best een eind. Zelfs voor een Mediterraans draaigatje.
Wageningen, waar kennen het van? Het is natuurlijk de stad waar de geallieerden en de Duitse bezetter onderhandelden over de manier waarop Duitse militairen zich dienden te gedragen na de capitulatie, maar we kennen Wageningen toch vooral van de Universiteit. En zeg nou zelf en probeer het je eens voor stellen. Waar zou je nu als Mediterraans draaigatje -drager van agressieve bladluizen- het liefst willen vertoeven? Juist, bij de landbouwhogeschool!  Zou het misschien niet zo kunnen zijn dat één of ander studentje wilde promoveren op het liefdesleven van het Mediterraans draaigatje een beetje slordig is geweest met zijn afstudeeropdracht en deze kleinigheid afwentelt op de opwarming van de aarde?
Hoe het ook zij, punt is waarschijnlijk wel dat ik te lyrisch ben in mijn Frankijkverheerlijking. Alles wat uit Frankrijk komt is dus niet per definitie geweldig. Denk alleen maar eens aan madame Le Pen, die het fascisme en nationalisme in haar genen heeft zitten, reuze populair in eigen land. En heel recent het voorbeeld van het Franse protectionisme bij Air France versus KLM. Ook al niet iets waarvan je wilt dat het overwaait.
Snel van mening veranderd? Ik hoor het je denken. Ach, voortschrijdend inzicht, of gewoon een Hollandse draaikont?

Nou ja, altijd beter een dan een Mediterraans draaigatje .

vrijdag 6 mei 2016

Trojaans Paard




Na een wilde rit van een dag of veertien op de rug van een Trojaans paard sta ik weer met beide voetjes op de grond. Op de eerste zomerdag van dit jaar bevind ik me met bonzend hoofd, een schuivend mensbeeld en een stuk minder naïef tot de enkels in de blubber. Wat is er gebeurd?
Getriggerd door de hoogte van het bedrag openen we de link in KPN factuur. Bijna vierhonderd euro! Normaal gesproken betalen we negentig. Dat is dus schrikken. ‘Nee he, het zal toch niet? roep ik uit en ik denk aan het telefoontje met het onbekende nummer uit het buitenland. Zelfs niet beantwoorde telefoongesprekken kunnen voor torenhoge facturen zorgen, hebben we gisteren gezien in Radar, het consumentenprogramma. Leve de voicemail! Onze ‘factuur’ blijkt een zipbestand. Foute boel denk ik, phishingmail! Maar het kwaad is al geschied. Niet wetend wat te doen zit ik  verstard achter mijn laptop en met open mond zie ik wat er op mijn scherm gebeurt. Het één na het andere document wordt voorzien van een ‘myaqulk-extensie.’ Eerst de word-bestanden, daarna excel, pdf-bestanden en foto’s zie ik als sneeuw voor de zon verdwijnen. Gelukkig heb ik mijn werk opgeslagen op een USB-stick. Ineens heb ik een helder moment. Aan de linkerkant steekt in mijn laptop de usb-stick. Snel trek ik hem eruit. Gelukkig is een oude laptop mij gunstig gezind en bereid voor deze speciale gelegenheid op te starten. Met mijn hart in de keel test ik het externe geheugen. Helaas, ook hier heeft de schadelijke software zijn verwoestende werk gedaan. Precies weet ik het niet, maar ik schat in dat ik zo’n anderhalf jaar bezig ben met mijn ‘boek.’ Langzaam dringt het tot mij door. Alles is weg! Boosheid, frustratie, ongeloof, verdriet, ik weet niet welk gevoel overheerst. Eigenlijk voel ik niets. Ik begrijp het niet, waarom? Waarom doet je zoiets? Wat heb je eraan? ‘Ze hebben niet eens de lol dat hun grap gelukt is’ zei een iemand tegen me nadat ze me een adres heeft gegeven van een bedrijf dat kan virussen kan verwijderen.
Gelukkig heeft een vriendin en mede schrijfster van onze schrijfgroep al het werk wat we elkaar toesturen opgeslagen. Mijn schrijfsels heb ik weer terug. Althans de ruwe versie, zonder de aanpassingen naar aanleiding van de feedback, maar het biedt perspectief. Ik durf weer te denken dat ik verder kan. Nu nog de monteur aan huis.
‘Oei, zegt Hans van de monteuraanhuis.nl ‘Phishingmail, dat zijn de lastigste om te herstellen’ als ik hem vraag of zij iets voor mij kunnen betekenen. Maar toch biedt hij mij 70% kans op herstel. Ik maak een afspraak voor de volgende dag.  Hij stuurt Steven.
Om 12.40 krijg ik een sms-je van Steven, hij kondigt aan dat hij over twintig minuten bij mij zal zijn. Precies op tijd, dat stemt hoopvol. Hij bevestigt de opmerking van Hans dat het weleens hardnekkig zou kunnen zijn. De schadelijke software verpakt in zogenaamde facturen van de KPN zijn berucht, maar hij vertelt er ook bij dat hij er goede ervaringen mee heeft. Mijn verwachtingen zijn hooggespannen. Wie weet lukt het hem en heb ik straks weer de beschikking over mijn ge-update pennenvruchten en al het andere materiaal wat ook verloren is gegaan. Ik houd mijn adem in als Steven de analyse doet. Intussen vertelt hij hoe het werkt in de wereld van internetcriminaliteit. Want dat is het, pure criminaliteit waar goud geld in omgaat. ‘Hoe dan? Kunnen ze bij mijn gegevens?’ vraag ik hem. Het antwoord is nee. Gegevens worden versleuteld en ergens op de computer wordt een document achtergelaten waar je kunt lezen hoe je je bestanden terug kunt kopen. ‘Maar dat doe je toch niet’ roep ik verontwaardigd. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat je in zee gaat met dergelijk tuig. Het is pure afpersing immers. Steven haalt mij uit mijn droom. ‘Wat denk je  van bedrijven? Vooral kleine bedrijfjes die hun back-upsysteem niet goed voor elkaar hebben. Die zijn in één klap kapot. Maar nog vaker zijn het de mensen die dingen op hun computer hebben staan die het daglicht niet kunnen verdragen. Die betalen uit angst gechanteerd te worden.’ Volgens Steven is er een markt voor waar je virussen kunt kopen. Vijftien duidend euro voor één virus is niets, maar er zijn er ook duurder. ‘En echt het kan uit’ verzekert hij me. Heel lucratief! Hij maakt zelfs de vergelijking met de drugshandel. Langzaam kruip ik in shock onder mijn steen vandaag. ‘Maar hoe gaat dat betalen dan? Dat moet toch te achterhalen zijn’ Hoewel met het bankgeheim…Steven kijkt me aan. ‘De bank? Betalen gaat niet per bank in dit geval.’ ‘Bitcoins?’ vraag ik. ‘Nee, dat is een ander verhaal’ en ik zie dat hij daar wel gecharmeerd van is. Nee het betalen aan internetcriminelen zoals deze gaat met geldkaarten die te koop zijn bij tankstations. Een soort kraskaarten. Je zet er geld op en je krijgt een code. De code geef je af aan de internetcrimineel. Geen haan die er naar kraait. Ik kruip weer terug onder mijn steen. Inmiddels heeft Steven de analyse afgerond. ‘Jammer,’ zegt hij ‘dit is een nieuw virus.’ Hij kan het virus verwijderen, maar het lukt hem niet om de bestanden terug te halen. Hij adviseert me af en toe eens te googlen op “wyaqulk” want vroeg of laat wordt dit virus ook weer gekraakt en dan kun je de bestanden misschien decoderen.
Op mijn vraag waarom mijn virusscanner niet heeft gewerkt, legt Steven uit dat het in feite geen virus is. Door te klikken op de link hebben we immers zelf toestemming gegeven de schadelijke software te installeren.  Het is een  Trojaans paard wat we binnen hebben gehaald. ‘De volgende keer maar opslaan in de cloud dus’ is mijn conclusie, maar ook die illusie weet Steven me te ontnemen. ‘Dat werkt alleen wanneer je de cloud opent met een wachtwoord en vervolgens stukken up-load. Als je met automatische  opslag in de cloud werkt, zal het Trojaans Paard de bestanden ook daar versleutelen. Sterker nog, wanneer je op wifi werkt, zal het toeslaan op alle bestanden die met hetzelfde systeem werken.’ De usb-stick biedt de meeste zekerheid is zijn advies, op voorwaarde dat je hem wel verwijdert. Zo langzamerhand begin ik de omvang van deze vorm van criminaliteit in te zien. ‘We kunnen nog even op zoek gaan naar het document wat ze achtergelaten hebben op je laptop, zodat je het terug kunt kopen.’ Mijn usb stick kan ik op laten sturen naar een laboratorium in Groningen. Die werken op no cure, no pay-basis. Na een analyse weten ze of ze de bestanden terug kunnen zetten. Als het kan, kost het je waarschijnlijk twee tot driehonderd euro. Het zijn slimme jongens die daar werken, zegt Steven. Het zijn ook slimme jongens die dit soort rotzooi verspreiden, is mijn reactie.
‘Ik neem mijn verlies wel’ zeg ik. Ik heb mijn buik er van vol. Geen rooie cent voor die gasten! Nadat Steven mijn laptop virusvrij heeft gemaakt, reken ik met hem af en sluit ik dit boek.
Voor wat betreft mijn eigen schrijfsels, gelukkig heb ik de ruwe versie waar ik mee verder kan. Ik geef toe dat ik bijna het bijltje erbij neer had gegooid, maar Monique, Jacques, Dion, Juliette en de andere personages uit Les Petites Dalles, een gehucht op de kliffen van Normandië roffelen tegen de wanden van mijn hersenpan. Ze zitten daar al meer dan een jaar opgesloten willen er langzamerhand uit!
Maar mijn mensbeeld dat uitging van de gedachte dat de mens in principe goed is tot het tegendeel anders bewijst, is voorlopig verschoven naar eerst maar eens bewijzen.